René de schizofreen, of De functie van het benóemen van pijn

Ik wist destijds als tiener niet wat het betekende als iemand ( degene met wie ik samenwoonde) schizofreen was, volkomen transformeerde tot ( een nogal gewelddadige en wazige)  “ Jezus” en mij moest vermoorden omdat ik de duivel was. Hij werd opgesloten in een kliniek, maar ontsnapte telkens en kwam mij op de meest onverwachte plekken en tijden belagen. Ik was nergens veilig, en er was niemand die mij beschermde, of bij wie ik terecht kon.

Ik was doodsbang, geschokt, en kreeg paniekaanvallen. Ik zag soms zomaar plassen bloed op de vloer van het postkantoor, of in de telefooncel, levensecht ( hij was dol op messen als hij doordraaide).

Toen hij eindelijk vanuit de kliniek door z’n ouders werd meegenomen naar de Verenigde Staten, werd alles als “ afgerond” beschouwd.

Er werd niet samen gehuild. Niemand praatte of wilde praten met mij over wat er was gebeurd: het leek wel alsof er een onderlinge afspraak was gemaakt om het nooit meer over hem te hebben. Er was niemand die mij vertelde hoe je je gedroeg als je een zware PTTS had doordat je maandenlang keer op keer tenauwernood aan de dood was ontsnapt, en een naaste zo onherkenbaar had zien transformeren. Ik had geen enkel houvast, had geen model voor rouwen, verwerken of helen. En ik mocht ( en kon) geen professionele hulp inschakelen.

Uiteindelijk kwam ik compleet vast te zitten in angst en paniekaanvallen, en heb ik een vol jaar m’n kleine slaapkamertje niet uit gedurfd. De paniekaanvallen waren erger dan de ergste hel, ik kreeg ze zelfs als iemand me belde of als ik onder de douche wilde.

Sinds dat ( onverwerkte) trauma ben ik altijd ontzettend bang gebleven. Ontzettend bang dat als ik van iemand hield, die persoon dood zou gaan. In mijn hoofd speelden ( en spelen) zich afgrijselijke scenario’s af als mijn vader 10 minuten te laat thuiskwam van zijn werk, of – later – als mijn echtgenoot naar zijn werk reed. Of – nog later – als één van mijn kinderen niet in de buurt was. Ik was er ten stelligste van overtuigd dat ze niet terug zouden komen.

Vanaf de periode dat “ hij” doordraaide en het uit naam van God op mijn leven gemunt had, leek de wereld ineens vol van gevaren. Ik heb veel jaren verspild met voortdurend in angst leven, op de twee jaren na m’n scheiding na, waarin ik voor het eerst vrij was en alles deed wat ik wilde.  Wrang genoeg zijn dat juist de jaren en de levensstijl die mijn kinderen en naasten mij verwijten, ten zeerste. Kennelijk mag ik niet vrij en onbezorgd mn eigen koers varen.

Ik ben jarenlang ontzettend moedeloos en down geweest zonder hoop op enige toekomst voor mijzelf; maar ik leerde om net te doen alsof er niets aan de hand was. Terwijl dat wel zo was.

Soms vraag ik mezelf af hoe het zou zijn om in de tijd terug te gaan, en alles over te doen. Maar dan zónder er noodgedwongen over te hoeven zwijgen, en mét liefdevolle hulp en steun om me heen. Mijn leven zou er compleet anders hebben uitgezien. Het leven van mijn huwelijk en relatie daarna zou er compleet anders hebben uitgezien. Het leven van mijn kinderen ( dat is het meest hartverscheurende) zou er compleet anders hebben uitgezien. Als ik destijds de pijn had kunnen benoemen, over mijn angsten had kunnen praten, mijn gevoelens had kunnen delen, dan zou alles er zo anders hebben uitgezien.

Rouw ontstaat niet alleen wanneer iemand sterft. Rouw ontstaat wanneer we iets verliezen dat kostbaar voor ons is: bijvoorbeeld ons vertrouwen, ons geloof, of onze onschuld. Waar we ook om treuren, wanneer we onszelf toestaan om de pijn te voelen, kunnen we al snel in de fase van boosheid terechtkomen.

En dat is prima, super zelfs, zolang we er maar niet in blijven vastzitten en verharden of afstompen. We kunnen door soebatten onze pijn, onze schuld, onze schaamte of de realiteit van ons verlies niet laten verdwijnen. De enige manier om ons van onze pijn te bevrijden, is erdoorheen te gaan. Ik weet vaak niet waar te beginnen. Maar heling is onvoorwaardelijk. Neerslachtigheid tijdens het rouwproces is een begrijpelijke reactie op het besef dat het leven is veranderd, vaak op een pijnlijke of zelfs tragische wijze.

We vinden echter onze hoop en onze heling in de laatste fase, namelijk die van acceptatie. Acceptatie is de erkenning datde dingen zijn veranderd en nooit meer zullen worden als voorheen. We aanvaarden onze pijn, onze wanhoop, ons verdriet, onze schaamte. En zo aanvaarden we onze eigen kwetsbaarheid. Op die manier kunnen we ons opnieuw verbinden met het leven en de wereld. Alleen door het herstellen van het web van verbondenheid kunnen we vrede vinden.

Mijn terugkerende struikelblok is dat ik het verleden nog niet kan vergeven. Vergeving betekent immers dat je alle hoop op een beter verleden laat varen. Zover ben ik kennelijk nog niet: het blijft terugkomen.. Maar ik durf het in elk geval al voor mezelf te erkennen, dit. Gevoelens  die we niet ( durven) erkennen, kunnen we niet loslaten. Wanneer je je gevoelens kunt omarmen, omarm je jezelf en laat je ook toe dat anderen jou omhelzen.

Advertenties

Over Rebekka Eliza Dorothea Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op René de schizofreen, of De functie van het benóemen van pijn

  1. Heins Greten zegt:

    Mooi ontroerend verhaal Rebekka. Groetjes, Heins

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s