Ann-ders

Ann-dersje
Hoog op een winderige heuvel, met niets en niemand om vriendjes mee te zijn, woont Ann-dersje.

Ann-dersje weet dat ze anders is. Iedereen zegt het immers.
Als ze bij hen wil gaan zitten,
of met ze mee wil lopen,
of dingen met ze wil doen, dan zeggen ze altijd ( in hun hoofd):
“Jij bent niet zoals wij.
Je bent Anders.
Je hoort niet bij ons”.

Ann-dersje doet haar best om net zo te zijn als de anderen.
Ze lacht, en zegt “hallo!”, net als zij.
Ze maakt schilderijen.
Ze doet mee met hun spelletjes.
Ze neemt hetzelfde eten mee naar de picknick als zij.

Maar het is hopeloos.
Ze lijkt niet op ze, en ze praat en voelt niet zoals zij.
Ze ziet de dingen niet zoals zij ze zien.
Ze doet dingen niet op de manier zoals zij doen.

“Jij hoort hier niet”, zeggen ze ( in hun hoofd).
“Jij bent niet zoals wij. Jij bent anders”.
Ann-dersje gaat naar haar huis op de winderige heuvel.
Ze wil net in bed stappen als er op de deur wordt geklopt.

Er staat een wezentje voor de deur.
“Hoi!” zegt het. “Leuk je te zien. Mag ik binnenkomen?”
“Huh, wat? Ik denk dat je op het verkeerde adres bent”, zegt Ann-dersje.

Het wezentje schudt z`n hoofd. “nee hoor! Dit is precies het goede adres”. En voor Ann-dersje het doorheeft, loopt het wezentje regelrecht naar binnen en gaat op haar bank zitten.
“Ken ik jou?”vraagt Ann-dersje.
“Mij kennen?”lacht het wezentje. “Natuurlijk!
Kijk maar eens goed. Toe dan!”

Ann-dersje kijkt. Ze weet niet wat ze moet zeggen, dus zegt ze niets.
“Zie je het niet?” roept het wezentje. “Ik ben net als jij!
Jij bent Anders, en ik ook!” Hij lacht.

Ann-dersje is te verbaasd om terug te lachen.
“Net als ik?” zegt ze. “Jij bent niet net als ik.
Sorry hoor, maar je bent niet MIJN soort Anders. Aju”.
En ze doet de buitendeur weer open.

“O” , zegt het wezentje, dat er triest uitziet,
en kleiner dan daarnet.
Het doet Ann-dersje ergens aan denken, maar waaraan –
daar kan ze niet opkomen.
Terwijl ze daarover nadenkt, druipt het wezentje af.
Opeens weet Ann-dersje het weer.
“Wacht!” , roept ze. “Ga niet weg!”

Ze rent zo vlug ze kan achter het wezentje aan, pakt hem bij z`n hand en houdt die stevig vast.
“Je bent niet zoals ik, maar DAT VIND IK NIET ERG.
Je mag altijd bij me blijven als je daar zin in hebt”.
Dat wil hij wel.

Nu zijn ze vriendjes. Ze lachen, ze maken schilderijen, ze doen dingen samen; ze zijn niet hetzelfde, maar ze kunnen heel goed met elkaar opschieten.

En als er iemand komt die er ECHT heel raar uitziet, zoals een  “geslaagd” iemand, zeggen ze niet dat hij niet is zoals zij en dat hij niet bij hen hoort.
Nee, ze schuiven een stukje op en geven hem een plekje..

Advertenties

Over Rebekka Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, HUMOR!, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s