Aldoor vragend zal ik aankomen: Deel 2

Al door het zeggen van een woord deelt men, scheidt men en schendt het alomvattende dat men niet kent.. Datgene wat ik niet uitspreken kan maar toch uitspreken moet..
Ik kan alleen maar slagen als ik ook faal – dat is de paradox – als ik mijn menselijke zucht naar controle prijsgeef. Een gelatenheid die interessant is omdat hij zich niet laat vangen met woorden. Juist mijn besef van niet-weten maakt dat ik mijzelf allerminst bijzonder vind.
Ik bespeur bij mezelf een bepaald soort melancholie; en een angst voor sluitende taal: al die taal die het beschrijven, verklaren, rubriceren, verbeelden ten dienste stelt aan een objectief geheten orde en aan die orde haar autoriteit ontleent.

Sluitende taal zal (in mijn opvatting) vroeg of laat leiden tot allerlei vormen van lijden, uiteenlopend van stigmatisatie, buitensluiting, verkettering – en erger. Ik weet immers waarover ik spreek..
Het verlangen naar solide (en dus buitensluitende) taal, solide betekenaars, solide identiteiten kan catastrofale gevolgen hebben, niet alleen voor de eigen psyche maar ook voor de kwaliteit van het samenleven.

Open taal daarentegen is al die taal waarin een stil geschreeuw hoorbaar blijft, een verwarde of woeste of serene of vrolijke wanhoop vanwege een verlangen naar precisie – dat hopelozer wordt naarmate het zichzelf beter weet te vervullen.
Open taal wil zich bewust zijn van de oneindige complexiteit der dingen, hun wederzijdse afhankelijkheid en bepaaldheid, een gegeven dat elke ordening uiteindelijk simplistisch en illusoir maakt. Mijn taal is ook daarom een met zichzelf verlegen taal, dan weer bron van plezier, dan weer bron van walging. Verrukking en doodsangst ineen, liefde voor woordkunst strijdend met stiltehonger – gekenmerkt door zowel eros als door thanatos, door verrukking en verlorenheid..

Scepsis en overgave, die twee kunnen ontspringen aan dezelfde bron, twee strengen zijn uit dezelfde wortel. Ik ben als het ware een serene wanhopige (voor de goed verstaander).
Ik heb mij in vele levensbeschouwingen verdiept, maar ben nu eenmaal niet met een innerlijk toegerust dat mij in staat stelt om voor deze of gene beschouwing een keuze te maken. Van oudsher is er heel diep in mijzelf iets wat zich tegen zo`n keuze voor het een (en daarmee tegen het ander) verzet.

Ik heb eerder geschreven wat voor mij geloof betekent: een bepaalde toestand van de geest ( waar overigens ook mijn wil soms bij betrokken is), en wel een toestand van voortdurend energiek openstaan voor de dingen, van onophoudelijk vragen stellen, het steeds weer en op ieder onverwacht moment de wereld en mijn medemens te “ervaren”. Mijn diepste spirituele verlangen kan dus expliciet uitgedrukt worden als een verlangen naar openheid.
Ook in mijn schrijfsels zal dit te merken zijn: aan de veelvuldig gebruikte aanhalingstekens bijvoorbeeld.

Die tekens wijzen op de onhandigheid van de gekozen termen, hun onbedoelde importantie, hun schrikwekkende gebrek aan precisie. Die aanhalingstekens manen om de betreffende termen niet te verabsoluteren, want zij danken hun zin niet alleen aan het gezegde, maar eveneens aan het ongezegde. Preciezer: aan al datgene wat zij versluieren, verzwijgen, negeren. Die aanhalingstekens zijn dus een uiterst belangrijke subtekst.

Wanneer ik het woord “ervaring” hanteer, ligt daarin heel mijn geloof samengebald, mijn geloof in openheid als een geestestoestand die zich nooit zal neerleggen bij de status quo der dingen, maar zicht wil krijgen op het onmetelijke veld van mogelijkheden daarachter.
Ik ben een overtuigd hoper, ik geloof in de hoop.. Als ik desondanks aanhalingstekens plaats wanneer ik het heb over mijn ervaringen, dan uit wakkere scepsis. Die tekens zeggen: hoed je voor naiviteit, hoed je voor leeg optimisme. Maak van het ervaren niet de volgende idee-fixe, doe niet alsof er een ervaren bestaat waarin de gegeven wereld verdwijnt en waarin alle stollingen voor eens en voor altijd zullen oplossen ofzo..

De openheid voor het nieuwe kan dus nooit los gedacht worden van al het gegevene dat het ervaren van dit nieuwe eerst mogelijk maakt. Daarom: blijf je bewust van de onoplosbare tragiek van het leven (zeg ik tegen mezelf, niet tegen jullie), maak van het ervaren niet de zoveelste verlossingsleer.

Ziehier de betekenis van mijn aanhalingstekens. Hun functie is het ervaren buiten de gevarenzone van sluitende taal te houden. Het zijn geen tekens van ironie, het zijn tekens van koele hartstocht, koele vertwijfeling. Alstjeblieft, fluisteren ze, als je spreekt, als je schrijft, wees op je hoede voor klare taal, wantrouw begrippen, wees voorzichtig met indelingen. Gebruik gedachtestreepjes, en koester de halve woorden….

Advertenties

Over Rebekka Eliza Dorothea Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ratio versus emotie, samenhang. Bookmark de permalink .

Een reactie op Aldoor vragend zal ik aankomen: Deel 2

  1. Marcel zegt:

    “…doe niet alsof er een ervaren bestaat waarin de gegeven wereld verdwijnt en waarin alle stollingen voor eens en voor altijd zullen oplossen ofzo.”

    Alles is vergankelijk, behalve dat wat ernaar kijkt… en dat ben je (ook).

    Nou hoop ik maar dat dit niet onder ‘sluitende taal’ valt… 😀

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s