Dostojewski over Wanhoop, Berouw, en Sofisterij – deel 4

Zij die het leven en de liefde vervloeken hebben zichzelf vervloekt. Zij voeden zich met hun kwaadaardige trots als een dorstige die in de woestijn zijn eigen bloed uit zijn lichaam zuigt. Maar ze zijn in alle eeuwigheid onverzadigbaar, verwerpen iedere vergiffenis en vervloeken de liefde die hen tot zich roept. Daarbij is het onmogelijk hen te bevrijden van die geestelijke kwelling, want die is niet uiterlijk, maar innerlijk. Zoals Othello die eenvoudigweg alle houvast had verloren en niet meer wist wat te geloven omdat zijn ideaal niet langer bestond.

 

Maar een mens die het leven eert, spreekt aldus: “Heren, wij zijn allen wreed, wij zijn monsters, wij zijn er allemaal de oorzaak van dat de moeders en hun kleine kinderen huilen. Ik heb me elke dag opnieuw rouwmoedig op de borst geklopt en me dan voorgenomen om mezelf te beteren, maar elke dag opnieuw haalde ik weer dezelfde vuile streken uit. Ik neem de ellende van de beschuldiging en de openbare schande op me, wil lijden en me door lijden zuiveren!”. Zo iemand is niet als de rest. Hij heeft immers de moed te bekennen dat hij slecht en zelfs belachelijk is. Wie doet zoiets tegenwoordig nog! Niemand heeft er meer de behoefte aan om zich zelf te veroordelen. Probeer dus om niet als de rest te zijn: al zou je ook de enige zijn die anders is, probeer het toch!

Dit zijn mensen met een diep gevoel, maar die door het leven geslagen zijn. Hun ironie is enkel tragisch, en gericht tegen de mensen voor wie ze al te lang gebeefd en gesidderd hebben.

De mensen die zelf veel ellende hebben doorgemaakt zijn de beste rechters.

 

De liefde tot een vader die zich niet als zodanig gedraagt, is onmogelijk, is onbestaanbaar.

“Vaders, verbittert uw kinderen niet! Laten wij zelf eerst dit gebod vervullen en daarna pas kunnen wij hetzelfde van onze kinderen vragen. Anders zijn wij geen vaders, maar vijanden van onze kinderen; en onze kinderen worden onze vijanden door onze eigen schuld. Met de maat waarmee gij meet zal ook u worden toegemeten.

Iemand die een kind verwekt is nog geen vader, een vader is degene die een kind verwekt en zich vervolgens onophoudelijk die naam waardig toont.

De aanblik van een “vader” die die naam niet verdient, roept onwillekeurig bij een kind kwellende vragen op; vooral als zo`n vader vergeleken wordt met de vaders van andere kinderen, van kameraadjes, vaders die die naam wel waardig zijn.

Zo`n kind gaat onwillekeurig nadenken: “hield hij dan van mij toen hij mij verwekte?”vraagt het zich steeds meer verwonderd af.

En: “waarom moet ik van hem houden alleen maar omdat hij mij verwekt heeft, ofschoon hij verder mijn leven lang niet naar me heeft omgekeken?”

 

Als een “vader” dus daartoe niet in staat is, dan heeft zijn vaderschap afgedaan: de vader verdient die naam niet en het kind krijgt de vrijheid en het recht om diens verwekker voortaan als een vreemde en zelfs als zijn vijand te beschouwen.

 

Wanneer iemand echter oprecht berouw heeft en zijn rekening wil vereffenen, wees dan niet wreed.

Want met wreedheid richt u de betere mens die hij nog kan worden te gronde, en zo zal hij zijn leven lang slecht blijven en blind worden voor het goede. Wilt u hem een geduchte straf geven alleen echter om hem daardoor te redden en hem voor altijd tot een nieuw leven te brengen?

Dan moet u hem verpletteren met barmhartigheid! U zult zien en bemerken hoe hij zal beven en zal uitroepen: “moet ik die gunst aanvaarden, moet ik zoveel liefde aannemen, verdien ik dat dan?”

Er zijn mensen die in hun bekrompenheid de hele wereld beschuldigen. Maar als u hem door uw barmhartigheid verplettert dan zal hij zijn slechte gedrag vervloeken, omdat in de ziel de kiemen van het goede in overvloed aanwezig zijn.

 

Hij zal ontroerd worden tot in het diepst van zijn hart en zal inzien hoe edel en rechtvaardig mensen zijn. Hij zal verpletterd worden door een diep berouw, door het verschrikkelijke besef van zijn eindeloze schuld die hij van nu af aan altijd voor ogen zal hebben. Dan zal hij niet zeggen: “de rekening is vereffend!”, maar : “ik ben schuldig voor alle mensen”, en met tranen van berouw zal hij uitroepen: “de mensen zijn beter dan ik, want ze wilden me niet in het ongeluk storten, maar me redden”. 

For the mistreated, mateless mother…. ( Chimes of Freedom)For the mistreated, mateless Mother

 

 

 

 

Advertenties

Over Rebekka Eliza Dorothea Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s