Dostojewski`s visie op kinderen, deel 2

   http://youtu.be/HLP8YN7IoNg ( helaas niet de versie van Bob Dylan te vinden op youtube..) Weer een paar gedeeltes uit Dostojewski`s “De Gebroeders Karamazow”, om aan te tonen hoe diep het inzicht van Fjodor aangaande de menselijke natuur reikt. Als je zijn boeken goed tot je hebt laten doordringen blijkt het niet meer dan logisch dat Freud en Nietzsche ( en wie niet!) met hem dweepten, en met zijn vooruitstrevende en diepmenselijke inzichten aan de haal zijn gegaan. Hoewel zelfs zij nooit uit zijn schaduw hebben kunnen treden. Op psychologisch gebied is Dostojewski nu eenmaal de Enige God..

“Elk kind op zich is een engeltje van God, maar met zijn allen en vooral op school zijn ze vaak buitengewoon wreed. Wat doorstaan kindertjes wanneer ze hun ouders proberen te verdedigen, wat moeten zij op die ogenblikken allemaal uitstaan? Zo is het nu met onze kinderen, de kinderen van de zo verachte maar niettemin zo fiere armen die al op hun negende jaar de waarheid van het leven leren kennen? De rijken zijn daar wel ver van af: die zullen hun leven lang zo`n diepte niet ervaren, maar mijn zoon heeft op hetzelfde ogenblik dat hij zich voor de anderen vernederde om zijn vader te verdedigen de hele waarheid geproefd. Die waarheid heeft hem geraakt en hem voor goed gewond. Opeens drukte hij zich helemaal tegen me aan, hij omhelsde me met zijn kleine armpjes, heel stijf. Als zulke zwijgzame en trotse kinderen loskomen en toegeven aan een groot verdriet, dan komen zij niet meer tot bedaren. Maar toen hij zijn hart had uitgestort schaamde hij zich opeens omdat hij zich tegenover mij zo had laten gaan. Van dat ogenblik af moest hij mij haten. Je moet bedenken dat wij tot het soort armen behoren die zich ontzettend schamen. Je moet weten dat het ontzettend pijnlijk voor een vernederd mens is als iedereen zich als zijn weldoener gaat beschouwen. Als u de waarheid wilt weten: die weldoeners daar zijn even verdorven als wij. Het zijn allemaal schobbejakken, met dat verschil dat zij lakschoenen aan hebben terwijl wij in stinkende armoede zitten en daar niets verkeerds in zien.”

“Weet je wat ik hier zo pas bij mezelf zei? Als ik niet meer in het leven geloof, als de vrouw waar ik van hou mij ontgoochelt, als ik niet meer geloof in de orde der dingen, als ik integendeel zelfs tot de overtuiging ben gekomen dat er niets anders bestaat dan een ordeloze, vervloekte en duivelse chaos, als alle verschrikkingen van menselijke ontgoocheling mijn deel zijn geworden, dan zal ik toch willen leven: nu ik eenmaal die beker aan mijn lippen heb gezet zal ik hem niet meer loslaten voor ik hem helemaal uitgedronken heb! Die levensdorst is in de ogen van sommige bleekneuzige onbenullige moralisten vaak iets gemeens. Maar ik wil leven en ik leef, al is het ook in weerwil van iedere logica. Ik houd van sommige heldendaden waarin ik misschien allang niet meer geloof, maar die ik me toch altijd met liefde zal blijven herinneren. Op het kerkhof liggen gestorvenen die me dierbaar zijn; iedere steen spreekt van een leven dat fel geleefd is, van een hartstochtelijk geloof in eigen kracht en waarheid, in de strijd die men gevoerd, de overtuiging die men gediend heeft.Ik wil met mijn hart en met mijn zinnen liefhebben. De mensen moeten het leven zelf meer liefhebben dan de zin ervan. Want de liefde gaat voor de logica: eerst liefhebben en het leven liefhebben, en pas daarna zul je de zin van het bestaan begrijpen. Je moet al je doden tot leven wekken, die misschien wel nooit gestorven zijn.”

“Ik moet je een bekentenis doen, ik heb nooit kunnen begrijpen hoe het mogelijk is je naaste lief te hebben. Het zijn juist je naasten die je volgens mij niet kunt liefhebben: dat kun je alleen opbrengen voor de mensen die ver weg zijn. Om van iemand te houden moet hij zo ver mogelijk van je af zijn: zodra hij zijn gezicht laat zien is het met de liefde gedaan. Velen die nog onervaren in de liefde zijn, worden door het ware gezicht van de mens eerder afgestoten dan aangetrokken. Jezus was een God, maar wij zijn geen goden. Ik kan bijvoorbeeld onder een zwaar lijden gebukt gaan, maar een ander zal nooit weten hoe erg het is, omdat hij nu eenmaal een ander is en niet in mijn huid kan kruipen. En daar komt nog bij dat een mens maar zelden wil erkennen dat een ander een martelaar is. Leed dat mij verlaagt en neerhaalt kan mijn weldoener nog wel tolereren, maar een wat edeler vorm van lijden, om een idee bijvoorbeeld, zal hij maar heel zelden tolereren. In abstracto kun je je naaste nog wel liefhebben, uit de verte gaat ook nog, maar van nabij is het onmogelijk.Behalve dan wanneer het kinderen betreft. Om te beginnen kun je kinderen ook van dichtbij liefhebben, zelfs vieze en lelijke kinderen; ik geloof overigens dat er geen lelijke kinderen zijn. En vervolgens praat ik ook liever niet over de volwassenen omdat ze niet alleen afstotend en liefde niet waard zijn, maar bovendien nog schuld hebben: ze hebben van de appel gegeten en goed en kwaad leren kennen, ze zijn “als goden”geworden. Maar kinderen hebben dat nooit gedaan en zijn nog nergens schuldig aan. Als ook kinderen op aarde al zo verschrikkelijk moeten lijden, dan is dat natuurlijk te wijten aan hun vaders; de kinderen worden gestraft voor hun vaders die van de appel gegeten hebben. Een onschuldige, en dan nog zo`n kinderlijke onschuldige, mag niet lijden voor een ander! Kinderen staan soms mijlenver van de volwassenen af, vooral kinderen beneden de zeven jaar; het lijken wel heel andere wezens met een heel andere natuur.. Men spreekt wel eens van de “dierlijke” wreedheid van de mens, maar dat is verschrikkelijk onrechtvaardig en beledigend voor de dieren; een dier kan nooit zo wreed zijn als de mens: zo artistiek, zo geraffineerd wreed.

Ons verschaft het van oudsher een direct en fel genot om een ander mens pijnlijk af te ranselen. En ik verzeker je nog eens met klem dat het een speciale eigenschap van heel wat mensen is om juist kinderen te kwellen. De begeerte om kinderen te kwellen, maar dan ook alleen kinderen. Tegenover alle andere vertegenwoordigers van de menselijke soort gedragen diezelfde kwelgeesten zich zelfs welwillend en vriendelijk, als ontwikkelde en humane Europeanen, maar zij hebben er een groot plezier in kinderen te kwellen.

Het is juist de weerloosheid van deze schepsels waardoor deze kwelduivels worden aangetrokken: het engelachtige vertrouwen van een kind dat geen kant heen kan, werkt op de verkeerde instincten van zo`n wreedaard. In ieder mens schuilt natuurlijk het dier – en dat komt tevoorschijn bij woede-uitbarstingen, bij wellustig genot onder het horen van de kreten van een gekweld slachtoffer, bij het onbeheerst uitleven van hartstochten, enzovoort.

Maar waarom moet een kind dat duivelse “goed”en “kwaad” leren kennen als dat zoveel kost? Alles wat de wereld aan kennis kan opbrengen weegt immers niet op tegen de tranen van een klein kind dat om hulp roept.

Ik heb me tot de kinderen beperkt om mijn argumenten des te scherper te stellen. Over de andere menselijke tranen waarmee de aarde tot op het merg doordenkt is, zal ik met geen woord spreken – ik erken deemoedig dat ik niet begrijp waarom alles zo is ingericht. De volwassenen moeten zelf wel schuldig zijn: hun werd een paradijs geschonken maar zij begeerden de vrijheid en roofden in het besef dat zij daardoor ongelukkig zouden worden. Met mijn aards verstand kan ik alleen maar constateren dat er door kinderen geleden wordt zonder dat er schuldigen zijn. ikzelf heb niet geleden om met al mijn smarten en misdaden als mest te dienen voor de komende harmonie van God mag weten wie. Als iedereen moet lijden om op die manier de eeuwige harmonie te verdienen dan mag ik toch nog wel de vraag stellen waarom dat ook voor kinderen geldt. Het is volmaakt onbegrijpelijk waarom die ook moeten lijden en waarom zij door hun leed de harmonie moeten verdienen. Ik begrijp dat volwassenen allemaal deel hebben aan het kwaad, maar dat gaat niet op voor de kinderen. Ik zie daarom helemaal af van die hogere harmonie. Die is nog geen traantje waard van een zo`n gekweld kind die om hulp smeekt. Het feit dat zulke tranen, zulke pijn ongewroken blijft maakt die hele harmonie of God waardeloos. Want bestaat er iets dat zoiets ooit kan compenseren? Het feit soms dat de schuldigen gestraft worden, wanneer we geluk hebben? Maar wat maal ik om die straf; kan dat iets veranderen aan het feit dat die kinderen gemarteld zijn? Ik wil vergeven en vergeten, ik wil iedereen in mijn armen sluiten, ik wil niet dat dat lijden dan nog doorgaat. En als het lijden van welk kind ook de noodzakelijke aanvulling vormt van het totaal aan leed dat nodig is om de waarheid of de harmonie te bereiken, dan verklaar ik van tevoren dat die hele waarheid en harmonie niets waard zijn.Ik wil de harmonie niet en het is uit liefde voor de mensheid en met name de kinderen dat ik dat niet wil. Ik hou liever de zijde van het ongewroken leed en daarom haast ik mij mijn toegangskaartje terug te geven”. http://youtu.be/BkRef6RT9q0

Advertenties

Over Rebekka Eliza Dorothea Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s