De reiger en het elfje

Onder een eeuwenoude rode beuk lag een elfenmoeder op een bed van dorre blaadjes, en kreunde. Het was bijna zover. Aan de oever van het meer zag ze een reiger; roerloos stond hij daar.
Het gezicht van de moeder was vertrokken van inspanning en pijn. Ze perste haar kleintje eruit, de reiger keek toe. Hij zag verwachting blinken in de donkere oogjes van het baby-elfje en knikte goedkeurend. Dit verhaal kon beginnen.

De moeder keek even op, drukte haar kleintje tegen haar borst en veegde het schoon. De wind droogde het natte lijfje, en met een rilling openden zich twee breekbare vleugels op de rug van het baby-elfje.
“Dag liefje” zei de moeder, en drukte een kus op het hoofdje van haar kind. Toen nam ze het pasgeboren elfje in de palmen van haar handen en gooide haar op. Het kleintje slaakte een kreet van schrik, maar opende als vanzelf haar vleugels en vloog trillend op. Ze zag de stam van de boom van heel dichtbij, scheerde rakelings tussen de honderden oogverblindend groene blaadjes, ging op de glinstering van het water af en viel met een plof in iets wat ruim was, en zacht, en warm.
Het kleine elfje krulde zich op als een rups, deed haar oogjes dicht en rustte, sabbelend op haar duim, uit van haar geboorte.

Het elfje was blij om er te zijn. Ze vloog en zinderde, sprong en vlinderde, zong liedjes de hele dag door. De bomen in het bos werden er moe van, van zoveel plezier en levenslust en gehuppel. Maar het dartelende elfje merkte niets van dat alles.
Haar vleugels schitterden diepblauw in het licht, en met glanzende oogjes keek ze de wereld in.
Maar toen, op een doordeweekse dag, gebeurde het.

Midden in haar vlucht naar de top van de rode beuk werd ze uit de lucht geplukt. Haar vleugels zaten geklemd tussen een reusachtige duim en wijsvinger. De reuzen en de geesten, de eeuwenoude bomen van het bos, zij wilden rust en kalmte in hun wereld. En niets of niemand – noch de moeder, noch de reiger – kon verhinderen wat gebeuren zou.

Met een korte ruk trok de reus de vleugels van het elfje uit, en zonder medelijden liet hij haar weer los.
Het elfje viel, de pijn sneed brandend door haar lijfje..
Ze bleef maar vallen, steeds sneller, steeds dieper.

Hemelhoog vloog de reiger, met bevende vleugelslag, richting zon. En hij wist dat hij zou vliegen, zou blijven vliegen, tot de hitte zijn vleugels verschroeide en zijn hart deed barsten, tot hij zou vallen in een laatste vlucht – terug naar af.
De tijd hing roerloos in de lucht, een schrille kreet, en de reiger was weg..

Advertenties

Over Rebekka Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s