Tolstoj ( Anna Karenina)

 

""""Ze keek zo vrolijk en ongedwongen, dat niemand iets onnatuurlijks gemerkt zou hebben in de klank van haar stem of in haar woorden, behalve haar geliefde, die haar in zo korte tijd reeds beter dan ieder ander kende.

Maar voor hem, die wist dat zij hem altijd onmiddelijk deelgenoot maakte van haar genoegens, haar vreugde en verdriet – voor hem was het van de grootste betekenis, dat zij hem geen aandacht wilde schenken en amper nog een woord over zichzelf wilde zeggen. Hij zag dat haar hart, dat altijd voor hem open had gestaan, nu voor hem gesloten was. En aan haar toon merkte hij, dat zij zich hier zelfs niet onzeker door voelde, maar als het ware eerlijk tegen hem zei: "ja, het is gesloten, zo moet het nu even zijn". Hij voelde zich als iemand, die thuiskomt en zijn huis gesloten vindt. "Maar misschien vind ik de sleutel nog" dacht hij.

Hij zag in dat hij zich nu onwillekeurig opwond over dat, wat haar geweten en diepste emoties aanging; en dat hij tegen een muur streed die in zijn verbeelding bestond. Want met al zijn pogingen om openlijk samen te spreken stootte hij nu telkens weer tegen zowel zijn eigen als haar ondoordringbare muur. Uiterlijk was alles hetzelfde gebleven, maar innerlijk was hun verhouding veranderd.

Zij op haar beurt voelde zich volkomen klemgezet tussen hem en haar directe omgeving, die zo hun eigen verwachtingen hierover hadden. "Wanneer dit een gewone liaison was, zouden ze me met rust laten. Maar ze voelen dat het hier om iets anders gaat, dat dit voor mij geen spel is, dat deze man mij meer waard is dan mijn leven. Dat begrijpen ze niet en daarom ergert het hun". In hem echter kwam een heel ander, vreemd gevoel op, dat sinds zijn liefde voor haar wel vaker over hem kwam. Het was een gevoel van afschuw. Hij zag, hoe elke minuut hem verder uit de koers van zijn tot nu toe vertrouwde bestaan bracht, en wist, dat het erkennen van deze afwijking van het bekende patroon hetzelfde betekende als het erkennen van een gevreesde ondergang.

"Waar denk je aan?" vroeg hij haar. "Altijd aan hetzelfde" , zei ze met een glimlach. "Steeds aan hetzelfde, aan mijn geluk en mijn ongeluk". "Ik zie dat er iets is – denk je, dat ik ook maar een ogenblik rust heb, wanneer ik weet, dat jij verdriet hebt dat ik niet met je deel? Zeg het me in vredesnaam!" herhaalde hij smekend.

"Nee, ik kan het beter niet zeggen, want ik zal het hem nooit vergeven als hij het niet volledig begrijpt. Waarom zou ik hem op de proef stellen? " dacht ze, terwijl ze hem bleef aankijken en voelde hoe haar hand steeds meer begon te beven. "Moet ik het zeggen?" "Ja!" riep hij.  "Ik ben zwanger" zei ze zacht en langzaam.

Maar ze vergiste zich, als ze dacht, dat hij de betekenis ervan begreep zoals zij dat deed als vrouw. Bij haar woorden overviel hem opnieuw het vreemde gevoel van afschuw, met vertienvoudigde kracht, maar tegelijkertijd besefte hij ook, dat de crisis, die hij zo nodig had en in dat opzicht zelfs gewenst had, nu was gekomen; dat het onmogelijk zou zijn het nog langer voor zijn omgeving verborgen te houden en dat het noodzakelijk was zo snel mogelijk hoe dan ook een eind aan deze onnatuurlijke en schijnheilige toestand te maken. Bovendien was haar nervositeit ook fysiek op hem overgegaan. Hij zag haar aan met een blik vol toewijding, kuste haar hand, stond op, en begon zwijgend heen en weer te lopen.

"Ja" , zei hij, terwijl hij vastbesloten op haar toe kwam. Wij hebben geen van beiden ooit onze verhouding als een spel beschouwd en nu is ons lot beslist. Het is nu noodzakelijk voor mij om een eind te maken aan de leugen en het dubbelleven, waarin ik leef". Hij had al meermalen, al was het dan niet zo vast beraden als nu, getracht om door het  onwaarachtige deel in zichzelf heen te breken – het deel, dat tegen hem en zijn liefde in opstand kwam. Maar ditmaal wilde hij tot een beslissing komen. "Ik weet", zei hij haar, "hoe moeilijk het voor je is om voortdurend tegen je omgeving te moeten veinzen en liegen, jij, die zo oprecht van aard bent. En ik heb medelijden met je. Vaak denk ik, dat je voor mij je leven vergooid hebt. "Hoe heb jij je zo volkomen aan mij kunnen geven, je zo kunnen opofferen? Ik kan het mezelf niet vergeven, dat je ongelukkig bent hierdoor". Hij voelde zich rampzalig. Voor de eerste maal in zijn leven werd hij op de meest rauwe wijze met de grillen van de natuur en van dit leven geconfronteerd. Maar hij was vastbesloten de demonen van onwaardigheid en onwaarachtigheid in zichzelf definitief te overwinnen, ze het zwijgen op te leggen met de daden die hij wilde gaan stellen en de beslissingen die hij zou gaan nemen – zonder  nog langer te dralen…..""""

   

Advertenties

Over Rebekka Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in Boeken. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s