Absolute oprechtheid, deel 2: hartshonger

In onze oververzadigde consumptiemaatschappij is het stillen van lichamelijke honger inmiddels ondergeschikt geraakt aan de honger van het hart.
Hierbij is het zaak om niet lukraak trachten deze honger te stillen met een surrogaat als bijvoorbeeld een snelle snack, maar om je leven even te beschouwen, en te zien of je de wortel ervan kunt vinden. Waarschijnlijk voel je wel de figuurlijke “steek in je hart” wanneer je bij het onvervulde deel bent aangeland.
En wanneer je daar iets mee doet, zul je zien dat alle beperkingen overwonnen kunnen worden;  dan volg je opeens je hart..
Droom je net als ik over alles geven, of ga je weer in die file staan?
Als kleine beetjes al helpen, wat gebeurt er dan als je eens echt ergens je tanden in zet?
 
Terug naar Dostojewski, en dit keer – zeer tegen mijn zin, want ik spreek liever over de Liefde – over hetgeen hij te melden heeft over de ware demonische
aard van geld(-zucht): het verslaaft, het berooft de mens van zijn zelfstandigheid, en het verandert ongemerkt in een verslavend middel – het maakt volkomen afhankelijk. In de werken van Dostojewski speelt geld vooral een rol als menselijke factor. Geld kan een mens beheersen omdat het hem waardering, erkenning, status en liefde voorspiegelt. Hoevelen van jullie zouden exact hetzelfde ( aard+uren) werk willen doen wanneer je er geen geld voor zou krijgen?
Even eerlijk? “Ik hou van mijn werk!” hoor ik zo vaak, maar dat blijkt opeens niet meer te kloppen wanneer datzelfde werk gratis en voor niets verricht moet worden, of tegen de hoogte van het inkomen van een bijstandsmoeder. Dan heeft men kennelijk toch opeens niet meer zo`n onvoorwaardelijke drang tot het verrichten van
“die geweldige functie” , en “zelfontplooing” . Er zijn echter maar bar weinig mensen die bereid zijn om zo diep en eerlijk naar zichzelf te willen kijken, naar hun eigen geldzucht. Iedereen roemt vrijwilligers- en ontwikkelingswerk, maar niemand wil het – z`n riante bankrekening en schijnzekerheid opofferend – daadwerkelijk doen.
Links lullen, rechts zakken vullen: een waarheid zoal;s je ze maar zelden meer hoort.
 
Hoe steken mensen in elkaar voor wie zelfrespect en geldbezit zo onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn dat het najagen van geld belangrijker is ( geworden) dan de liefde? De enige aanwijzing die ik tot nog toe heb kunnen ontdekken hierin, is dat deze mensen er erg bedreven in zijn hun kop in het zand te steken, zich te verschuilen achter de maatschappij, gewoonten of politiek – en hun geweten op dit vlak dermate hebben afgestompt dat ze ook nog in de door hen verwrongen versie geloven. Sterker nog: veel van deze mensen geven juist regelmatig geld weg aan “goede doelen” , om het zelfbedrog tot in de puntjes te vervolmaken en geloofwaardig te maken( alsof geld weggeven ook maar IETS heeft uit te staan met iemands grondhouding jegens bezit/geld/status). Windeieren.
 
Psychoanalytisch kun je hierover alleen maar concluderen dat de diepe angst om niet echt bemind te worden (omdat je te “gewoontjes”  bent, omdat je een
rationele opvoeding hebt genoten waarin het emotionele aspect niet voldoende bevredigd is geworden, omdat je nu eenmaal met deze lege surrogaatwaarden bent grootgebracht etc.etc.) de vervulling van een echte diepe liefde verhindert; wat tot gevolg heeft dat de extase van een “carriere” en een dikke salarisstrook moet dienen als surrogaat voor een geluk dat evenwel nooit in vervulling zal gaan. Een fetisj dus.
Het kan niet anders zijn: een mens die zichzelf uit de afgrond van twijfel aan zichzelf probeert te redden, kiest daarvoor meestal het schijnbaar veiligste hulpmiddel, namelijk het bezit van geld of het verwerven van schijnaanzien. Geld betovert ieder mens die, gedreven door twijfel en zelfverachting, het als een surrogaat of tovermiddel beschouwt voor de liefde.
Dit – nu citeer ik even – “confronteert ons met de vraag wat een leven betekent waarin geld de liefde tot koopwaar maakt en een huwelijk uiteindelijk doet voorkomen als een gelegaliseerde vorm van prostitutie, terwijl zoveel eerlijke en echt waardevolle gevoelens niet eens de kans krijgen om gehoord te worden”.
 
Ikzelf heb makkelijk praten hoor: ik zal nooit een “carriere” krijgen, nooit een redelijke – laat staan overdadige salarisstrook, en voor de maatschappij ben ik een outlaw, een opgegevene, een lastpak. De enige vraag die ik mij dus hoef te stellen en stel, is waarom ik in godsnaam besta. Toegerust met zo enorm veel talent op zoveel gebieden, in het bezit van zoveel mensenliefde en zoveel scherpheid en furie, met zoveel denkvermogen, kunstzinnige talenten, zoveel gevoel – terwijl ik af en toe op het punt sta m`n lichaam te koop aan te bieden uit pure wanhoop over m`n permanente uitzichtsloze financiele situatie.
Ook ik word dus wel degelijk geconfronteerd met mijn houding jegens geld, en welke offers ik voor het aanzien en het gemak en de “zekerheid” die het biedt, zou willen brengen. Ik kom tot de conclusie dat ook ik wel degelijk besmet ben. Want ook ik wil m`n dochters een mobieltje kopen, mooie kleren geven, en wil zelf een dure panty aan. Sterker nog: als er een manier zou zijn waarop ik ongestraft geld zou kunnen verduisteren of stelen ( niet van individuen, nee: van bedrijven, banken, het Koningshuis of als ouderwets piraat bijvoorbeeld), dan zou ik dat zonder enige gewetenswroeging doen.  Ik schaam me er niet eens voor, ik ken allang de duistere kant in mezelf. Toch – en dat weet een ieder die mij kent – heb ik al m`n hele leven zelfs m`n laatste brood of kleding of geld met willekeurig welk medemens dan ook gedeeld. Want alle mensen zijn mij, ik heb niets om NIET te delen.
 
Daarom denk ik dat een mens enkel z`n zelfrespect en integriteit kan bewaren door het geld dat hem in het slijk duwt, tot drek te verklaren, als iets verderfelijks te erkennen, en te weigeren zich daarmee nog te bezoedelen. Want alleen daarmee kun je aantonen dat mensen die voor geld andere mensen in het slijk trappen ( en kijk even eerlijk naar jezelf, dat doen we bijna allemaal in meer of minder bedekte vorm), zelf drek zijn.
Hierbij gaat het om het bewaren van je waardigheid, je identiteit, je zelfrespect – en het feit dat je je weigert te laten omkopen door geld – het universele corruptiemiddel in een corrupte wereld.
 
Er valt ook een verband te leggen tussen twee thema`s die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben: het bezitten van geld en de kwestie van vergeven. Geld is eigenlijk niets anders dan een veralgemeende vorm van een schuldvordering. In die optiek is geld een middel om de mensen in twee kampen te verdelen: degenen die schulden gemaakt hebben ( ik, door een studie af te ronden in de hoop dat mij dit enige acceptatie/kansen vanuit de maatschappij of ouders zou opleveren) en degenen die deze schulden innen, de machthebbers.
Tevergeefs noemt Tolstoj ( zelf overigens een grootgrondbezitter) de kredietzaken van de banken gewoonweg diefstal in zijn “de macht der duisternis”.
Want geef toe: wie geeft iemand menselijk gezien ( helaas wordt niets “menselijk” bekeken) het recht de schuld op te eisen van een armoedzaaier?
Jezus zei in de Bijbel – vrij vertaald – : “Als je iets wilt uitlenen, geef het dan aan iemand die jou zeker niet kan terugbetalen”. Waar je eigenlijk aan zou kunnen toevoegen ….. “want diegene heeft jouw geld het meest nodig”.
Wie de woorden van Jezus aandachtig leest, zal vlug genoeg merken dat er voor hem geen belangrijker thema bestond dan het vrijspreken van schuld van je medemens ( en dan heb ik het hier niet alleen over geld, maar ook over daden) – door de genade van een onvoorwaardelijke vergeving van deze schuld.
Volgens Jezus kan geen mens leven zonder deze belofte, die de consequentie heeft dat we er als mensen naar moeten streven om iedereen z`n schulden kwijt te schelden ( materieel of immaterieel). Deze woorden houden voor mij in dat ook iedere godsdienst volledig gezuiverd zou dienen te blijven van alle geldzaken.
 
Dostojewski heeft niet veel woorden nodig ( lees “de vernederden en vertrapten”) om te beschrijven hoe recht veranderd wordt in onrecht onder invloed van geld.
Zijn de formele wetten van de “beschaafde” wereld niet altijd al spelregels geweest die de bezitters en de machtigen op een ronduit schaamteloze manier bevoordelen? Dosto vraagt zich af wanneer we ooit in staat zullen zijn ons te bevrijden van onze geldzucht, en de stem van ons hart, van de liefde te volgen. De macht van het geld/bezit zou gebroken worden wanneer mensen zouden begrijpen dat ze zoveel echte schoonheid en waarde verliezen door hun zelfrespect en achting voor anderen afhankelijk te maken van het bezit van geld..
 
Dus ja liefsten, dat weeshuis KOMT er. En nu stap ik op de fiets om me bij het asielzoekerscentrum aan te melden voor vrijwilligerswerk.
 
 
Advertenties

Over Rebekka Eliza Dorothea Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in ETHIEK!. Bookmark de permalink .

Een reactie op Absolute oprechtheid, deel 2: hartshonger

  1. Stefan zegt:

    Je boeit. En ik begrijp ook nog wat je bedoelt.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s