de moeder van de moraal

De vrees is de moeder van de moraal. Als de hoogste ,sterkste en meest hartstochtelijk ontbrande aandriften de enkeling tot ver boven het gemiddelde en de laagvlakte van het kuddegeweten opstuwen, dan gaat daaraan het gevoel van eigenwaarde van de gemeenschap te gronde; beter gezegd, haar geloof in zichzelf.

Haar ruggegraat breekt als het ware, en daarom zal men juist deze enkelingen het scherpst brandmerken en in diskrediet brengen. Zelfs een onafhankelijke geest, de wil van iemand om alleen te staan wordt als gevaar gevoeld: alles wat de enkeling boven de kudde verheft en de kudde vrees inboezemt, noemt men kwaad; en de zijn-plaats-kennende, gelijkschakelende , middelmatige mentaliteit en begeerte kwam daarmee tot moreel aanzien. Het schaap, het lam wint aan achting. De maatschappij heeft een punt bereikt van ziekelijke verweking en verzwakking, waarop zij zelfs voor degene die haar schade toebrengt ( de misdadiger dus) partij kiest. En de weg daar naartoe wordt “vooruitgang” genoemd. Dat wat zichzelf hier goed noemt, is het instinct van het kuddedier mens. Iedere moraal vertegenwoordigt een zekere tirannie tegen de “natuur” .

Bovendien vindt ons oordeelsoog het gemakkelijker om bij een gegeven aanleiding een al vaker geproduceerd beeld/norm opnieuw te produceren, dan het afwijkende en nieuwe van een indruk vast te houden. Dit laatste vergt namelijk meer kracht, meer “moraliteit”. Het is pijnlijk en moeilijk voor het oor om iets nieuws te horen: onbekende muziek horen wij slecht. Daarnaast vervormen wij zaken tot iets dat ons beter voor komt: zelfs bij de zonderlingste gebeurtenissen fingeren wij het grootste deel ervan, en zijn er nauwelijks toe te brengen onszelf/ons eigen geheugen NIET als uitgangspunt en geestelijke vader ervan te beschouwen. We zijn dus vanouds – zij het onbedoeld en onbewust – door en door gewend om te liegen.

Zo behoort datgene wat wij regelmatig terugkerend in een droom van ons beleven, uiteindelijk even goed ook tot onze totale psychische huishouding als iets wat wij “werkelijk” hebben beleefd. Stel dat iemand in zijn dromen vaak heeft gevlogen: zo iemand, die alle zwenkingen met een minieme inspanning kan nemen en een gevoel kent van een zekere goddelijke lichtzinnigheid – hoe zou het woord “geluk” voor zo iemand ten slotte niet ook overdag een andere inhoud krijgen, en op een andere manier naar geluk gaan verlangen dan voorheen!

Roofmensen worden volstrekt verkeerd begrepen, net zoals men de natuur verkeerd begrijpt. In moralisten schijnt een haat te leven tegen autonome geesten, en de roofmens schijnt tot alle prijs in diskrediet te moeten worden gebracht. Waarom toch? Ten gunste van de gematigde zones, de gematigde mensen? De “morele”? De “middelmatige”? Al die verschillende soorten moraal die zich tot de individuele persoon richten – wat zijn zij anders dan gedragsaanbevelingen ten aanzien van de mate van gvaarlijkheid waarin de individuele persoon met zichzelf leeft? Moraalregels zijn irrationeel van vorm, omdat ze zich “tot allen” , tot de gehele kudde richten, omdat ze generaliseren waar niet gegeneraliseerd mag worden. Slechts een enkeling kiest voor het dappere loslaten van de teugels, degenen bij wie het weinig kwaad meer kan.

Er zijn nu eenmaal altijd zeer veel gehoorzamenden geweest in verhouding tot het kleine aantal bevelenden – gezien dus het feit dat juist gehoorzaamheid het best en het langst onder de mensen is geoefend en aangekweekt, mag je gerust aannemen dat bij vrijwel iedereen de behoefte daaraan is aangeboren als een soort formeel geweten dat zegt: “je zult dit onvoorwaardelijk doen en dat onvoorwaardelijk laten!”, kortom: gij ZULT. Daarbij gaat dat geweten weinig kieskeurig te werk, maar accepteert alles wat haar maar door de een of andere bevelhebber: ouders, leraren, politici, publieke opinies, kerkleiders, goeroes of gezagsdragers in het oor wordt gebazuind. Ik noem het de morele huichelarij van de bevelenden. Zij weten zich op geen andere manier tegen hun slechte geweten te beschermen dan door zich als de rechtmatige uitvoerders van oudere of hogere bevelen voor te doen. Aan de andere kant meet het kuddevolk zich tegenwoordig een air aan, en verheerlijkt z`n tamme eigenschappen dankzij welke hij nuttig voor de kudde is, en inschikkelijk.

Ik ben een ander geloof toegedaan, de democratische beweging niet alleen als een decadente vorm van politieke organisatie, maar ook als en verkleinende vorm van de mens beschouwend – als iets wat hem middelmatig maakt en zijn waarde verlaagt. Aan de andere kant: wie kan de last van een zo grote verantwoordelijkheid – de eigen verantwoordelijkheid dragen over diens eigen leven en keuzes – dragen? Er is maar weinig dat zo`n pijn doet als het gezien en meegevoeld te hebben hoe een uitzonderlijk mens uit zijn baan raakte en ontaardde. Je kunt dus wel raden welk noodlot er in de stompzinnige argeloosheid en het naieve optimisme van de “moderne ideeen”, de moraal en het vooruitgangsdenken verborgen ligt..

Advertenties

Over Rebekka Eliza Dorothea Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s