niet wanneer het gevaarlijk is om de waarheid te zeggen zwijgt men, maar wanneer deze vervelend is

Pessimisme is voor de meeste mensen het synoniem voor de neiging van sombere mensen om altijd een kwade afloop te vermoeden.
Het is dus als het ware een scheldwoord geworden voor een tegendraadse, hinderlijke of irrationele opvatting.
Pessimisten verdienen onze aandacht niet: als het al geen recalcitrante lui zijn, dan toch op z`n minst provocerende poseurs
die de mensheid een vrijbrief voor zelfmoord willen toestoppen.
In het meest gunstige geval wordt er om pessimisten gelachen: kan men lachen om hun overtrokken stellingen en galgenhumor.
 
Nu dus maar even de echte definitie en betekenis van "pessimisten":
pessimisme IS helemaal geen melancholie, cynisme, scepticisme of relativisme.
Het is een denktraditie waarin duidelijke grezen worden gesteld aan de menselijke eigenwaan;
of dit nu de overtuiging betreft dat wij door humanitaire interventies een democratie kunnen stichten in onherbergzame oorden
( als een soort van weldoeners), of de gedachte dat we als mensen uniek zijn en ver boven alle diersoorten verheven
– de pessimist is de grote ontkenner van dergelijke hoogmoedige denkbeelden die in de praktijk vaak tot rampen leiden.
 
Toen Voltaire zijn roman "Candide" ( 1759) publiceerde, waarin hij het optimistische wereldbeeld van Leibniz hekelde, werd hij
– wat een compliment – beschuldigd van pessimisme.
Het optimisme kon alleen bodem vinden vanuit de vooruitgang vanuit het idee dat de mens zijn toekomst kan vormgeven.
En na de Franse Revolutie en de Industriele Revolutie ontstond de ideologie dat de mens zijn lot door wetenschap en techniek kan bepalen.
Alsof het geluk voor de mensheid voor het grijpen lag.
 
Voor de pessimist bestaat er geen vooruitgang ( Bob Dylan: "man invented his doom – first step was touching the moon"), hoewel
het pessimisme niet het tegenovergestelde is van het vooruitgangsidee, eerder de ontkenning ervan.
Het loochent simpelweg de gedachte dat onze huidige tijd de zoveelste opgaande trede is van een mensheid die op weg is naar het allerhoogste.
De pessimist kijkt hierbij naar het verleden: naar onze afkomst en menselijke geschiedenis ( die zich altijd in golfbewegingen heeft voltrokken).
Want juist een naief geloof in het goede kan leiden tot ellende. Wie meent dat de hemel op aarde is na te bouwen, komt bedrogen uit.
 
Aan Arthur Schopenhauer  ( 1788 – 1860) komt de eer toe dat hij, meer dan wie dan ook binnen de filosofie, beargumenteert
dat de kern van de realiteit de wil tot leven is.
Dat is een extreem sterke drang, met als enige doel het leven in stand te houden en zo lang mogelijk voort te zetten.
Volgens hem worden we niet door het verstand voortgetrokken, maar door de wil van achteren geduwd.
Wel erkent hij – in tegenstelling tot een dier – het uniek menselijke vermogen tot reflectie, maar dit is vaker de oorsprong van leed
dan van vreugde.
De echte pessimist is voornamelijk een meester in het doorprikken van iedere illusie, iedere poging om iets van een zin of een doel te leggen in het leven.
Zeepbellen doorprikken dus, daar waar anderen ze zo groot mogelijk trachten op te blazen.
Een van de bronnen van het menselijk ongeluk is dat de mens – het historische dier, zoals Nietzsche ons noemt – besef heeft van verleden en toekomst.
Dieren overkomt alles als het ware telkens voor de eerste keer.
Ons tijdsbewustzijn vergroot ons lijden, omdat wij herinneringen bewaren aan datgene wat we verloren en aan wat niet meer is.
 
Met zelfbewustzijn ( waarmee – gelukkig voor hen – maar weinig mensen bijster begiftigd zijn) verschijnen dus ook
angst, onzekerheid, wroeging en spijt.
Schopenhauer, maar ook Freud, wijzen ons erop dat dat wat wij geluk noemen, een terugkeer is naar een toestand van prikkelloosheid, van rust.
Als we eenmaal hebben afgerekend met alle drogbeelden van het vooruitgangsdenken: beseffen dat vrijheid een pauze is tussen tirannie en anarchie.
Een allesoverkoepelende consensus is dus niet nodig en zelfs gevaarlijk: uiteindelijk komt het erop neer niets te verwachten
en niets te hopen.
Een pessimist is groots omdat hij van zichzelf weet dat hij ellendig is, zei de Franse denker Pascal reeds. Amen. 
   
 
 
 
 
Advertenties

Over Rebekka Eliza Dorothea Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s