leren om angst te hebben

De angst leren kennen is een avontuur dat ieder mens moet ondergaan, wil hij niet verloren gaan ofwel door nooit in angst te hebben gezeten, ofwel door in de angst weg te zinken;

Wie dus heeft geleerd op de goede manier angstig te zijn, heeft het hoogste geleerd.

 

Niet zozeer de angst als een toestand op zichzelf is ons interessant, maar wat angst laat zien,

namelijk het mens-zijn. Een intensievere beleving van angst lijkt typisch te zijn voor de moderne tijd. In die zin nemen we stelling ten opzichte van de samenleving naarmate deze meer moderne trekken gaat vertonen.

Er zijn angstvolle ervaringen van leegte en dreigend niets te traceren, maar ook steeds meer typische manieren van leven te beschrijven waar men zich settelt in een gebrek aan zin – en op die manier de angst ontloopt.

 

Kort samengevat is de angst fundamenteel, maar ook is het mogelijk hem te verbergen of te ontwijken. Hier valt onmiddellijk aan toe te voegen dat een mens in de angst “met zichzelf vecht”. Om naar voren te halen wat angst beslissend bepaalt, kan men het onderscheid maken tussen vrees en angst.

Vrees betreft iets bepaalds, terwijl de angst geen bepaald voorwerp heeft.

 

Wanneer ik angstig ben voor en bepaalde reis/rit, ben ik natuurlijk niet speciaal voor deze ene reis beangstigd, maar voor welke verandering dan ook; hoe groter de verandering, hoe meer angst, maar dat is slechts relatief. Wanneer ik me moest beperken tot uitsluitend de allerkleinste veranderingen, dan zou uiteindelijk zelfs de verplaatsing van een boek in mijn boekenkast even verschrikkelijk kunnen zijn.

In laatste of voorlaatste instantie gaat het slechts om doodsangst.

 

Als verandering angst meebrengt, is dat omdat angst iemand op de proef stelt. Want als er sprake is van angst, dan moet de proef waarop men gesteld wordt moeilijker af te grenzen zijn of moet het moeilijker zijn zichzelf erbuiten te houden. De vraag wordt wie men zelf is.

In de angst staat men tegenover zijn situatie, maar die blijkt onbepaald te zijn.

Angst lijkt op duizeligheid: men kijkt in een diepte of afgrond, die dreigt je naar beneden te zuigen en op te slokken. In de angst is het alsof de vaste grond onder je voeten wegzinkt, omdat je vertrouwde wereld zijn vertrouwdheid verliest. Het lijkt net alsof je met die wereld ten onder gaat en tegelijk alsof je ervan wordt afgescheiden..

Het onbestemd zijn van de situatie, die je ontdekt in de angst, wijst terug naar jezelf; omdat

de situatie onbestemd of onbeslist is, moet men er zich zelf toe verhouden.

 

Dat de tijd van karakter verandert wil zeggen dat iemands situatie grondig verandert.

Men staat tegenover nieuwe mogelijkheden tegelijk met iets dat verloren gaat..

Hier kan de angst tevoorschijn komen, want de verandering van de tijd kan de dreiging inhouden dat “men zichzelf zou kunnen verliezen”.

In de angst treedt men buiten zichzelf door afgescheiden te worden van de samenhang van de wereld waarvan men deel uitmaakt, een wereld die nu zijn vertrouwdheid verloren heeft. De angst biedt dan de mogelijkheid zichzelf als een ander te ervaren.

 

De tijd of verandering treden dus op als een last of dreiging. Ze bevatten de voortdurende mogelijkheid om verscheurd te worden, een ander te worden. Maar de tijd en de verandering vormen ook een uitdaging en een mogelijkheid – om zichzelf te worden. Want iemand wordt alleen maar zichzelf door met zichzelf samen te groeien. Hiermee is meteen het centrale verband aangeduid in deze analyse van de angst, namelijk het verband tussen de angst, de tijd en het zichzelf zijn.

 

Wanneer de mens een dier of een engel zou zijn, dan zou hij geen ( onnodige) angst kennen.

Maar omdat hij een synthese is, kan de mens angst kennen. De angst is mogelijk omdat de mens een tussenwezen is, een samengesteld wezen.

In de angst wordt duidelijk dat men niet zonder meer zichzelf is, maar dat men zichzelf moet worden. Datgene waaruit men is samengesteld tot samenhang te brengen. de opgave is dus om concreet te worden. Hier wordt gezinspeeld op de betekenis van het woord “concreet”

 ( oftewel con-crescere, samengroeien in het Latijn) : samengroeien met zichzelf, helen.

 

 

Angst wordt vooral in verband gebracht met de mogelijkheid van vrijheid. Angst is de werkelijkheid van de vrijheid als mogelijkheid voor de mogelijkheid. Deze zin dient als het ware achterstevoren gelezen te worden. Het is de mogelijkheid van het individu om zelf vrij te zijn, juist in de angst ontdekt een mens zijn eigen vrijheid als mogelijkheid.

Dialectische bepalingen van de angst hebben juist een psychologische ambiguïteit. Angst is dus een antipathetische sympathie.

De ambiguïteit ligt alleen al daarin dat de situatie zwevend en onbeslist is, en iemands besluit vergt. Wat is iets dat tegelijk aantrekt en afschrikt? Voorlopig is het antwoord dat het de mogelijkheid in de situatie is, namelijk dat deze afhangt van de manier waarop men zich opstelt. De situatie dringt zich op door haar onbeslistheid. Daardoor wordt het duidelijk dat men zich op uiteenlopende manieren tegenover de situatie kan opstellen.

 

Wat nu de angst wekt, is dat men stelling moet nemen ten opzichte van een situatie, die zich als onbeslist en onuitgemaakt voor jou opent.

Wanneer we de angst verbinden met deze grond-ervaring, dan is dat omdat men in de angst opmerkelijk wordt in zichzelf of voor zichzelf, men merkt zichzelf. In de angst komt de verhouding tot zichzelf tevoorschijn, en voltrekt zich een soort verdubbeling.

De vraag is nu, of men samenvalt met zichzelf wanneer men zich tot zichzelf verhoudt.

Hierin ligt een ambigue mogelijkheid: ofwel voor zichzelf in te staan ( zichzelf over te nemen) ofwel niet ( bij) zichzelf te zijn. Er is al sprake van die laatste mogelijkheid wanneer men niet wil accepteren dat men zelf moet kiezen.

 

De fenomenen waar we het hier over hebben, angst, vertwijfeling en de verschillende gestaltes die de lafhartigheid aanneemt, zijn negatief in die zin, dat ze gekenmerkt worden door een tekort dat een bijzondere vorm van onvrijheid blijkt te zijn.

Het karakteristieke hierbij is dat het individu zichzelf onvrij maakt, dat het zichzelf gevangenzet. Met andere woorden: deze fenomenen kunnen als om zichzelf heen draaiend beschreven worden. Dat is duidelijk bij bijvoorbeeld jaloezie of afgunst, die “zelfontbrandend”zijn. Vooral in de halfhartigheid, het willen zonder het geheel en al te willen, waarop je de vertwijfeling kunt terugvoeren. In de halfhartigheid verkeert men in onenigheid met zichzelf en is in die zin vertwijfeld.

 

Allereerst krijgt de vrijheid haar betekenis door de opheffing van de onvrijheid. Ten tweede lijkt het een vereiste van het zichzelf woren te zijn, dat men “zichzelf verliest”.

Men moet als het ware de moed hebben om zichzelf te verliezen, om zichzelf te winnen.

Het gekke is, dat juist wanneer men niet door zichzelf gekend wil zijn, men dit vaak uit doordat men juist meent te weten wie men is.Dat kan men bijvoorbeeld denken vanuit trots; hierbij wil men zijn zoals men zich voorstelt dat men is. Men wil heersen over zichzelf.

Dat het “zelf” gebroken wordt, houdt meteen in dat deze voorstelling van zichzelf breekt.

Eigenlijk wordt men op zichzelf teruggeworpen.

Jezelf verliezen in de ( hier niet bedoelde ) negatieve zin des woords is het verschrikkelijke.

Het houdt verharding in, waarbij je de moed en de hoop opgeeft.

 

Onverschrokkenheid kan een mens niet winnen door te vrezen wat geen mens mag vrezen, namelijk andere mensen ( de macht van de vergelijking), maar door te vrezen voor het geweten, voor zichzelf. Je zou dit ook het winnen van wezenlijke menselijkheid kunnen noemen, doordat men zich op de juiste manier realiseert wat het inhoudt een mens te zijn. En juist dit leert de mens vooral door zelf afgezonderd te raken, door te leren angst te hebben.

Op de juiste manier angst te hebben.

 

Advertenties

Over Rebekka Eliza Dorothea Nirel Engels

Disillusioned words like bullets bark....Dat zijn woorden vol desillusie die blaffen als honden, als kogels. De klanken versterken de woorden. Wanneer blaffen de gedesillusioneerde woorden als blaffende kogels? Dat doen ze als menselijke goden hun doel najagen...( Bob Dylan begrijpt mij wel✌️)
Dit bericht werd geplaatst in filosofie. Bookmark de permalink .

Een reactie op leren om angst te hebben

  1. peter zegt:

    Een mooi stuk wat je schreef, maar evens moeilijk leesbaar.Een mens hoeft niet te leren angst te hebben zoals de titel suggereert, maar de mens moet inzien waarom men angst heeft, waar deze angst vandaan komt en vooral, wat gaat de mens eraan doen.Maar zover komt vrijwel niemand, wat de mens vooral nodig heeft en zoekt is vermaak voor en na werk en plicht.groetje

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s