Ann-ders

Ann-dersje
Hoog op een winderige heuvel, met niets en niemand om vriendjes mee te zijn, woont Ann-dersje.

Ann-dersje weet dat ze anders is. Iedereen zegt het immers.
Als ze bij hen wil gaan zitten,
of met ze mee wil lopen,
of dingen met ze wil doen, dan zeggen ze altijd ( in hun hoofd):
“Jij bent niet zoals wij.
Je bent Anders.
Je hoort niet bij ons”.

Ann-dersje doet haar best om net zo te zijn als de anderen.
Ze lacht, en zegt “hallo!”, net als zij.
Ze maakt schilderijen.
Ze doet mee met hun spelletjes.
Ze neemt hetzelfde eten mee naar de picknick als zij.

Maar het is hopeloos.
Ze lijkt niet op ze, en ze praat en voelt niet zoals zij.
Ze ziet de dingen niet zoals zij ze zien.
Ze doet dingen niet op de manier zoals zij doen.

“Jij hoort hier niet”, zeggen ze ( in hun hoofd).
“Jij bent niet zoals wij. Jij bent anders”.
Ann-dersje gaat naar haar huis op de winderige heuvel.
Ze wil net in bed stappen als er op de deur wordt geklopt.

Er staat een wezentje voor de deur.
“Hoi!” zegt het. “Leuk je te zien. Mag ik binnenkomen?”
“Huh, wat? Ik denk dat je op het verkeerde adres bent”, zegt Ann-dersje.

Het wezentje schudt z`n hoofd. “nee hoor! Dit is precies het goede adres”. En voor Ann-dersje het doorheeft, loopt het wezentje regelrecht naar binnen en gaat op haar bank zitten.
“Ken ik jou?”vraagt Ann-dersje.
“Mij kennen?”lacht het wezentje. “Natuurlijk!
Kijk maar eens goed. Toe dan!”

Ann-dersje kijkt. Ze weet niet wat ze moet zeggen, dus zegt ze niets.
“Zie je het niet?” roept het wezentje. “Ik ben net als jij!
Jij bent Anders, en ik ook!” Hij lacht.

Ann-dersje is te verbaasd om terug te lachen.
“Net als ik?” zegt ze. “Jij bent niet net als ik.
Sorry hoor, maar je bent niet MIJN soort Anders. Aju”.
En ze doet de buitendeur weer open.

“O” , zegt het wezentje, dat er triest uitziet,
en kleiner dan daarnet.
Het doet Ann-dersje ergens aan denken, maar waaraan –
daar kan ze niet opkomen.
Terwijl ze daarover nadenkt, druipt het wezentje af.
Opeens weet Ann-dersje het weer.
“Wacht!” , roept ze. “Ga niet weg!”

Ze rent zo vlug ze kan achter het wezentje aan, pakt hem bij z`n hand en houdt die stevig vast.
“Je bent niet zoals ik, maar DAT VIND IK NIET ERG.
Je mag altijd bij me blijven als je daar zin in hebt”.
Dat wil hij wel.

Nu zijn ze vriendjes. Ze lachen, ze maken schilderijen, ze doen dingen samen; ze zijn niet hetzelfde, maar ze kunnen heel goed met elkaar opschieten.

En als er iemand komt die er ECHT heel raar uitziet, zoals een  “geslaagd” iemand, zeggen ze niet dat hij niet is zoals zij en dat hij niet bij hen hoort.
Nee, ze schuiven een stukje op en geven hem een plekje..

Geplaatst in ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, HUMOR!, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart | Een reactie plaatsen

Boek-samenvatting: De ernstige vorm van Parental Alienation Syndrome 1 ( kort)

IMG_9420 (Edited)Onderstaand artikel is een letterlijke weergave van een deel uit het boek “Kaat wil niet meer op bezoek” van Ludo Driesen.

Bij  de meest ernstige vorm van het PAS vertonen kinderen ( al zijn ze volwassen) de volgende symptomen richting de “verstoten” ouder:

  1. Een gebrek aan schuldgevoelens: het PAS-kind voelt zich in het geheel niet schuldig over zijn/haar minachting voor de verstoten ouder. Hij/zij beweert dat de verstoten ouder een ongevoelig iemand is die niet lijdt onder het verbroken contact, en die derhalve verstoten mag worden.
  2. Afwezigheid van normale ambivalentie: in relatie met anderen erkennen we dat elke persoon positieve en negatieve eigenschappen heeft. Een PAS-kind die aan de ernstige vorm hiervan lijdt, mist deze normale ambivalentie. Het kind kan de gevoelens voor/de gedachten over diens ouders niet relativeren. De ouder met wie men contact heeft wordt geidealiseerd, terwijl de verstoten ouder enkel als slecht wordt beschouwd.
  3. Irrationele lastercampagne van smaad en haat: het kind voert een grote lastercampagne tegen de verstoten ouder. Deze ouder wordt volledig geminacht, belasterd, en het kind beschouwt deze ouder enkel als slecht, en miskent elke positieve eigenschap.
  4. Uitbreiding van de minachting: het PAS-kind neemt dezelfde minachtende houding ook aan tegenover de vrienden en familie van de verstoten ouder, ook al had hij/zij daarvoor een goede relatie met hen. Deze houding berust eveneens op de meest absurde argumenten.
  5. Het gekopieerde scenario: het kind neemt het negatieve ideeengoed van de “geliefde” ouder en diens omgeving over, ook al strookt dit niet met zijn/haar eigen ervaringen met de verstoten ouder. Het kind gebruikt bij het verwoorden van zijn/haar mening vaak volledig gekopieerde zinnen vd “geliefde”ouder.
  6. Onvoorwaardelijke steun: het PAS-kind ondersteunt reflexmatig, vanzelfsprekend en wellicht zelfs geheel onbewust de “geliefde” ouder. Bij conflicten ondersteunt het kind de “geliefde” ouder, zonder te beseffen dat deze evengoed ( of meer nog) een aandeel heeft in het conflict.
  7. Absurde argumenten: de laster en enorme vijandigheid van het PAS-kind berusten op absurde argumenten, die geen enkel verband houden met de werkelijke ervaringen van dit kind met de “verstoten” ouder.
  8. “Onafhankelijk” denker: de “geliefde” ouder beklemtoont bij hoog en bij laag dat het de eigen overtuiging/ervaring van het PAS-kind is dat de “verstoten” ouder zo slecht is. En dat het “de eigen wil” van het kind is om de andere ouder te verstoten. De “geliefde” ouder is trots over deze onafhankelijkheid van denken, en moedigt het kind aan om zijn/haar mening te verkondigen. Het kind durft echter ( vaak onbewust!) niet anders dan de “geliefde” ouder ( en soms zelfs de grootouders!) na te praten. Langzaamaan vertrouwt het kind zijn/haar eigen ervaringen niet meer, en raakt het hopeloos verstrikt in de lastercampagne.

In de praktijk bezoekt het PAS-kind de gehate ouder meestal niet, of gaat het contact gepaard met destructief en continu provocatief gedrag door het kind – dikwijls gepaard met pathologisch liegen ( zie ook Von Boch-Galhau, 2013)

Veel gehoorde uitspraken door PAS-kinderen over de “gehate”ouder:

  • “hij/zij draagt de schuld van de scheiding”
  • hij/zij is gestoord, hoort in een gesticht, is geen normaal contact mee mogelijk”
  • “hij/zij is geen goede ouder”
  • “hij/zij had nooit een sterke band met mij”
  • “hij/zij doet geen moeite om het contact met mij te herstellen”
  • “hij/zij stalkt mij, valt mij lastig” ( wanneer de gehate ouder contact zoekt)
  • “hij/zij heeft er alleen maar voordeel bij om geen contact met me te hebben”
  • “hij/zij wijst mij af”
  • “hij/zij maakt zich schuldig aan intra-familiaal geweld”( lees: “stookt iedereen tegen elkaar op” )
  • “hij/zij greep niet eens in toen het contact begon te verminderen”
  • “hij/zij pleegt incest”

Hoe wrang ook, de sterkste sleutel voor het oplossen van deze vorm van PAS ligt in hoofdzaak in het kamp van de ouder ( en vaak grootouders ) met wie de kinderen nog wel contact hebben. Want juist deze ouder ( en deze grootouders) spelen vaak, zo niet altijd, een cruciale rol in het ontstaan en het in stand houden of het juist doen ophouden van het PAS. Soms programmeert de “geliefde” ouder zijn/haar kinderen onbewust tegen de andere ouder, zowel door oude eigen trauma`s of door het voorbije huwelijk/relatie.. De programmerende ouder heeft het dan nodig zijn/haar kind(eren) bij de “gehate” ouder weg te houden, voor eigen overleving. In dit geval is het voor professionals en hulpverleners heel belangrijk te werken aan bewustwording, en het doen vallen van “kwartjes” … Gardner stelt niet voor niets dat een kind altijd partij kiest voor de zwakste ouder..

Maar sommige programmerende ouders bewerken hun kinderen juist welbewust. Daarmee belanden we echter op het vlak van narcisme, borderline en psychopathologie (wordt vervolgd)

 

Geplaatst in de tragedie van ware liefde, ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., Geen categorie, Gezondheid en welzijn, Levensbeschouwing, matters of the heart, ontspanning en kiezen voor jezelf, pedagogiek, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | 2 reacties

Heerlijk dagje in de BlackBone studio!

https://www.facebook.com/plugins/post.php?href=https%3A%2F%2Fwww.facebook.com%2Fmarius.vanderleij%2Fposts%2F1423184184387290&width=500

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie, Muziek, ontspanning en kiezen voor jezelf | Een reactie plaatsen

Acceptatie

“Here’s To The Crazy Ones. The misfits. The rebels. The trouble-makers. The round pegs in the square holes. The ones who see things differently.They’re not fond of rules, and they have no respect for the status-quo. You can quote them, disagree with them, glorify, or vilify them.About the only thing you can’t do is ignore them. Because they change things. They push the human race forward. And while some may see them as the crazy ones, we see genius”  Because the people who are crazy enough to think they can change the world – are the ones who do!”  ( Apple, “here`s to the crazy ones”)

Wanneer je fanatiek bezig bent om de wereld een fijnere plek te maken voor al z`n bewoners, werkt dat volgens mij het beste wanneer je drive komt vanuit een diepgaande acceptatie van wat is. We zijn gemaakt voor een leven vol vreugde; dat betekent echter niet dat het makkelijk of pijnloos zal zijn. Ik durf zelfs te stellen: integendeel! Juist wanneer je leert om pijnlijke omstandigheden voluit te accepteren zoals deze zich aangediend hebben, leer je een vreugde en dankbaarheid aanboren die niets te maken heeft met geld, macht, status, bezit, of zelfs voorspoed ( een beetje het omgekeerde dus van wat ons in de westerse samenleving aangeleerd wordt).

Soms moeten we gewoon ons gezicht naar de wind keren en aanvaarden dat we door deze storm moeten ( als we willen groeien tenminste). Succes is onmogelijk als we ontkennen wat er is, of ermee in gevecht blijven. Acceptatie van de realiteit zoals deze zich aandient, is het enig mogelijke vertrekpunt naar verandering. Als je hierin groeit, ben je ( ik spreek uit ervaring) in staat om alles te aanvaarden wat je overkomt. Je aanvaardt de onvermijdelijke frustraties en tegenslagen als onderdeel van het leven – als iets wat er net zo goed bij hoort als the sunny side of life. De vraag is dus niet hoe we eraan kunnen ontsnappen, maar hoe we ze als positieve ervaringen kunnen gebruiken. En nee, dat lukt niet goed met je verstand/ratio; want onze verstandelijke krachten zijn feitelijk blind voor het vertrouwen dat alles zich uiteindelijk altijd ten goede zal keren ( hoewel niet altijd in de vorm die we zelf het liefst hadden gewild, met onze beperkte rationele blik). Wanneer je durft accepteren en vertrouwen, zul je dit ervaren.

Acceptatie van wat is helpt ons het leven te omarmen op zijn voorwaarden, in plaats van ons te verzetten tegen het feit dat het niet is zoals wij zouden willen. En daarmee bedoel ik geen zweverige passiviteit in de zin van alles op z`n beloop laten gaan. Toen ik er achter kwam dat mijn oudste PAS-dochter ten prooi was gevallen aan een gewelddadige, verslaafde, parasiterende en hersenspoelende partner, heb ik dit ventje flink de mantel uitgeveegd en de hulp van alle instanties/overheden/familieleden/hulpbronnen ingeroepen. Vooralsnog zonder resultaat, maar ik heb gedaan en blijf doen wat ik kan: voor de rest is het mijn taak om te accepteren dat het nu is zoals het is, en dat het voor een groot deel “out of my hands” ligt.

Stress en onrust worden veroorzaakt door onze eigen verwachtingen over het leven; de arrogantie om te denken dat wij wel precies weten hoe alles zou dienen te gaan. Terwijl dat slechts beperkte verhaaltjes zijn, die zich enkel in ons hoofd bevinden. Dat beseffen geeft vrijheid en ruimte. Als we kunnen aanvaarden dat het leven is zoals het is en niet zoals het volgens ons zou moeten zijn, kunnen we die hotsende rit met al z`n pijn, angst en onvrede vervangen door een vloeiende rit met meer ontspanning, vrede en blijdschap. Een groot deel van ons lijden wordt namelijk veroorzaakt door hoe wij ( met weer die eigenverzonnen verhaaltjes in ons hoofd die we voor “waar” aannemen) reageren op de mensen, plaatsen, dingen en omstandigheden in ons leven. In plaats van ze ( handelend waar nodig) te aanvaarden verzetten we ons ertegen, zodat we vast blijven zitten in oordeel, kritiek, schuldgevoel, wanhoop, slachtofferrol, ontkenning of zelfs verslaving.

Als we op een dergelijke manier klem zitten, is het ervaren van echte levensvreugde onmogelijk. Acceptatie is als een soort zwaard dat al onze weerstand doorsnijdt, zodat we ons kunnen ontspannen ( echt, zelfs temidden van vreselijke omstandigheden) en de dingen helder kunnen zien. Het betekent verder ( willen en durven) kijken dan de verwachtingen, projecties en misvattingen die wij gewend zijn op het leven , op onszelf en op anderen te plakken. Het leven gaat toch wel z`n gang met ons, en het krampachtig vast willen houden aan controle ( die ook nog eens een illusie is, haha) verergert de zaken enkel in plaats van ze beter te laten worden.

Wat mij persoonlijk helpt, is om tweemaal per dag even te mediteren ( ik hang geen enkele religie aan overigens, het is voor mij een moment van zelfreflectie, van tot m`n kern komen, van bezinning, zelfbeschouwing en dankbaarheid). Het helpt mij om vaardiger in te kunnen springen op wat zich aandient. Elk moment in het nu, in gewoon dit moment ipv in verleden of toekomst, te kunnen leven is niets meer of minder dan de kwetsbaarheid, het ongemak en de onrust van het leven van alledag ( of van sommige periodes) te kunnen aanvaarden. Als je een dieper besef van de werkelijkheid krijgt ( een soort groter overzicht op het geheel, en hoe alles met elkaar in verbinding staat), kun je alle schone schijn achter je laten en je met de wereld en je naasten verbinden op een manier die veel juister, effectiever en realistischer is.

Acceptatie is dus niet passief! We hebben uiteraard doelen nodig voor bezieling, groei, ontwikkeling, maar tegelijkertijd moeten we ons ook weer niet overmatig fixeren op deze ambities. Wanneer het om een nobel doel gaat, dient je toewijding niet af te hangen van je vermogen het te verwezenlijken; en bij het najagen van je doel moet je de rechtlijnige opvattingen loslaten over de manier waarop dat zou moeten. Alleen wanneer ik mijn gehechtheid aan doel en methode loslaat ( of daar gewoon flexibel in ben, naargelang het zich aandient), groeien vrede en gelijkmatigheid. Want succes hangt immers vaak af van veel factoren waar je gewoon geen controle over hebt ( even weer refererend aan de situatie van m`n dochter). Ik zie het dus als mijn verantwoordelijkheid om mijn doelen na te jagen met zo groot mogelijke inzet, en te doen wat ik kan, maar niet gefixeerd te raken op een vooropgezet idee over het resultaat. Vaak moet ik zelfs letterlijk loslaten, en vertrouwen en afwachten. Onze inspanningen leiden zelfs heel vaak tot onverwachte uitkomsten die zelfs beter zijn dan wat we oorspronkelijk in gedachten hadden.

Het kost ( mij in elk geval, haha, ik ben van nature zeer ongeduldig, ondernemend en slagvaardig) heel veel tijd om bekwaamheid hierin op te bouwen. Het is net als met spieren opbouwen eigenlijk: het heeft totaal geen zin om boos op onszelf te worden of te vinden dat we hier meteen volleerd in moeten zijn. Ik beschouw mijn leven hier op aarde als een tijd om lessen te leren, om me te ontwikkelen, om edelmoediger, liefdevoller, dankbaarder te zijn en meer mededogen met mijzelf en andere mensen te hebben. Dat heeft niets met ratio te maken, en ook niets met wat deze maatschappij mij probeert aan te praten ( “ieder voor zich”, en “altijd meer, meer, meer”). Kortom: dingen die je op de proef stellen, daar leer je van.https://youtu.be/cFEarBzelBs

Geplaatst in ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, Gezondheid en welzijn, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ontspanning en kiezen voor jezelf, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | 2 reacties

Must-Reads bij Parental Alienation Syndrome ( PAS/ouderverstoting)

Naar aanleiding van mijn vorige artikel heb ik een overweldigend aantal reacties, uitnodigingen, hulpvragen en verzoeken ontvangen..

Met gemengde gevoelens uiteraard. Aan de ene kant is het geweldig om te zien dat er vanuit hulpverleningsinstanties en overheden een roep om professionalisering op het gebied van het levensverwoestende Parental Alienation Syndrome op gang komt, en ben ik dolblij dat verstoten vaders en moeders het lef hebben ( want dat moet je hebben; het gaat gepaard met zoveel schaamte..) om uit hun verdomhoekje te komen, het taboe te doorbreken en eea bespreekbaar te maken. En o, wat zijn er geweldige initiatieven en een bereidheid om samen te werken hierin! Maar zo triest tegelijkertijd, om geconfronteerd te worden met de dagelijkse realiteit van ouders en kinderen/jongeren die hiermee worstelen..

Omdat ik ( nog) geen tijd heb gevonden voor een vervolgartikel, toch alvast een beknopt lijstje van boeken/artikelen die je eigenlijk zou moeten lezen, wil je doordringen tot de uiterst subtiele en complexe nuances van dit verraderlijke fenomeen. Hieronder volgt een ( zeker niet complete) opsomming, voor de gedreven geinteresseerden, professionals en betrokkenen. Ik zal op zo kort mogelijke termijn uittreksels/samenvattingen van deze boeken/artikelen trachten te publiceren, om eea toegankelijker/goedkoper te maken.

  1. Das elterliche Entfremdungssyndrom, Richard A. Gardner
  2. VerPASseerd ouderschap, Joep Zander
  3. Gemist vaderschap, Joep Zander
  4. The Alienated Child, Joan B. Kelly& Janet R. Johnston
  5. The Parental Alienation Syndrome, Richard A. Gardner
  6. The international handbook of parental alienation syndrome, R.A. Gardner& S.R. Sauber
  7. Adult children of parental alienation syndrome, Amy J.L. Baker
  8. Verloren kinderen, Gerard Wouters, Ph.D
  9. Caught between parents, C. Buchanan, E. Maccoby, S. Dornbusch
  10. Children held Hostage: dealing with programmed and brainwashed children, S. S. Clawar, B.V. Rivlin
  11. The parental alienation syndrome: an analysis of 16 selected cases, J. Dunne, M. Hedrick.
  12. Children of divorce who refuse visitation, J.R. Johnston
  13. The spectrum of parent alienation, part 1&2, D.C. Rand
  14. Kaat wil niet meer op bezoek, Ludo Driesen
  15. Can`t explain, Luke Matthews
  16. A kidnapped mind, Pamela Richardson
  17. Kinderen uit de Knel, Justine van Lawick
  18. Kinderen in spagaat, Leoniek van der Maarel

En in bredere zin zeker ook:

19. Door het oog van de familie, Else-Marie van den Eerenbeemt

20. Leren over leven in loyaliteit, M. Michielsen, W. van Mulligen

21. Kriegsenkel, Sabine Bode

22. Tussen geven en nemen, over contextuele therapie, I. Boszormenyi-Nagy e.a.

23. Invisible loyalties, reciprocity in intergenerational family therapy, I. Boszormenyi-Nagy, G.M. Spark.

24. Het werk van Byron Katie.

Vul de lijst gerust aan!

Geplaatst in Boeken, de tragedie van ware liefde, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, Levensbeschouwing, matters of the heart, pedagogiek, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | Een reactie plaatsen

“”””Sinds ik Psychologie studeer, en te maken heb ( of beter gezegd: helaas amper meer te maken heb..) met twee onherkenbaar veranderde meiden die aan het PAS-syndroom lijden, is het mij steeds meer gaan opvallen hoe enorm weinig know-how er in Nederland onder professionals bestaat over de complexe problematiek van het PAS-syndroom. En in bredere zin: de complexe materie van intergenerationele familie-problematiek.

Het PAS-syndroom is niet alleen moeilijk te definiëren, het is nog veel moeilijker vast te stellen en te behandelen. Het komt voor bij heel wat vechtscheidingen en mag beschouwd worden als een van de ergste loyaliteitsconflicten..

Zelfs toen ik navraag deed bij mijn connecties van het AMK/Bureau Jeugdzorg/Advocaten/Kindbehartigers/Psychologen, wisten slechts 1 advocate uit Amsterdam en 2 Kindbehartigers in heel Nederland exact waar hij/zij het over hadden…Tricky…

In mijn binnenkort te publiceren boek “Land of the Brokenwinged” worden in romanvorm uiterst diepgaand en nauwkeurig de verraderlijke en complexe finesses van zowel het PAS-syndroom alsook van ( vrijwel altijd daarmee samenhangend) intergenerationeel trauma ontleed.

Veel professionals verwarren de term namelijk nogal eens met de term “ouderverstoting”. Terwijl dit enkel een bijkomstigheid is van PAS…

Dus in mijn boek niks zielige verstoten ouders: in het geval van PAS zijn kinderen/adolescenten slachtoffer…en zonder het te beseffen tegelijk dader, wat hen voor de rest van hun leven kan verscheuren, zal verknippen, uit elkaar trekt…

Want om met Else-Marie van den Eerenbeemt ( of Nagy, kies maar) te spreken: je kunt je loyaliteit naar je ouders wel ontkennen, maar je zult deze band nooit kunnen verbreken..

Voor wie alvast iets meer wil weten, hieronder wat theorie over het PAS-syndroom.

Bij een geval van PAS heeft het kind zijn ouderpaar als het ware door-kliefd in een ‘geliefd’ en een ‘gehaat’ deel, aanduidingen die door Gardner ( de bedenker van de term PAS) bewust tussen aanhalingstekens worden gezet: “De gehate ouder wordt alleen ogenschijnlijk gehaat, er is nog veel liefde aanwezig. En de “geliefde” ouder wordt soms meer gevreesd dan geliefd.”

Het verstotingssyndroom gaat zich, volgens Gardner, ontwikkelen zodra het kind beseft dat er een strijd om gezag en zorg aan het ontbranden is. Om in die strijd een rol te spelen, begint het zijn eigen scenario van geringschatting en uitsluiting op te stellen.

Na enige tijd kan het kind ervan bezeten raken de ‘gehate’ ouder te kleineren, beschuldigen en uit te stoten – dat alles zonder aanleiding of om aanleidingen die in geen enkele ver­houding staan tot een levenslange afwijzing.

De gevolgen zijn rampzalig voor de ver­stoten ouder en voor het kind zelf.

Zij uiten zich in gedrags-, prestatie- en ont­wik­kelings­stoornissen die het verdere leven kunnen overschaduwen. Een kind met PAS program­meren is geestelijke kindermishandeling en volgens Gardner zelfs ingrijpender dan lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik. “Veel mensen die als kind mishandeld werden, konden over hun pijn en vernederingen heengroeien en dat geldt ook bij seksmisbruik al grijpen de gevolgen daarvan dieper in.

Maar wie een kind met een PAS programmeert, verbreekt de band tussen dat kind en de andere ouder voor het leven…

Bovendien krijgen PAS-kinderen problemen met het inschatten van de werkelijkheid.

Zij zijn ertoe geprogram­meerd dingen voor waar aan te nemen die totaal niet met hun eigen waarnemingen overeenstemmen.

Dat leidt tot verwarring, onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen, wantrouwen jegens mensen die iets anders zeggen dan de programmeerster en in ernstige gevallen tot een breuk met de werkelijkheid.

Beschadigde werkelijkheidszin is een van de kenmerken van een psychose.

Veel genoemd in verband met PAS-kinderen worden – paranoïde waanvoorstellingen en die kunnen jaren zoniet het hele leven aanhouden. … Dat alles neemt echter niet weg dat een PAS-kind, al kan het er weinig aan doen, verwordt tot dader ipv enkel slachtoffer.

Soms wordt hun zelfs ronduit psychopatisch gedrag aangeleerd: openlijk vijandelijkheid betuigen en zich van het gevolg daarvan voor het mikpunt niets aantrekkenopenlijk op snoeven dat het de andere ouder verstoten heeft, diep in zijn hart toch vaak een groot verlies ervaart.

Een eens geliefd en gewaardeerd mens (mama of papa – een kind kiest uit loyaliteit altijd partij voor de zwakste ouder) is uit zijn leven verwijderd…

Dat kan gevoelens van depressie oproepen zonder de vrijheid die te kunnen uiten.

Wat zich dan weer voortzet in aanpassingsmoeilijkheden op school en in de verstandhouding met anderen.”

“Ook de verstoten ouder is ondertussen slachtoffer: vaak wordt hij op een uitge­sproken sadistische manier geschoffeerd, geminacht, beschimpt en belasterd en door zijn eigen kinderen behandeld en gehaat alsof hij geen gevoel zou hebben…

Nu is bezeten haat vaak maar een dunne verhulling van diepe liefde.

Echte verwerping is neutraliteit, weinig of niet meer aan iemand denken.

Het tegendeel van liefde is niet haat maar onver­schillig­heid.

Hier neemt liefde echter de vorm van haat aan omdat kinderen zich tegenover hun ene ouder schuldig zouden voelen als zij openlijk liefde voor hun andere ouder zouden bekennen…

Daarnaast kunnen bij de vorming van PAS ook nog oorzaken meespelen als identificatie met de agressieve ouder, overneming (inductie) van haar gevoelens, eenzijdige idealisering en de kans vrijuit woede te kunnen luchten die onder normale omstandig­heden onderdrukt of in banen geleid wordt.

Identificatie met een agressor is een verschijnsel dat zich kan voordoen wanneer een zwakkere tegenover een overrompelende en dreigende partij machteloos staat.

Hij/zij kan de toestand dan proberen te beheersen door de kenmerken van de sterke over te nemen.

Als een razende vader voor de ogen van het kind de moeder staat te vernederen, dan kan het kind aan vaders` kant gaan staan omdat het bang is die uitbarstingen anders zelf over zich heen te krijgen.

Een ander geval was dat van een jongen die er herhaaldelijk bij was dat zijn vader zijn moeder gemeen sloeg. Om zich daar zelf tegen af te schermen verklaarde hij zijn moeder te haten en veel van zijn vader te houden: lief­des­verklaringen die wel meer met angst dan met genegenheid te maken hadden.

Een duidelijk symptoom van PAS is als men een kind als ‘geheel zelfstandig’ een mening laat zeggen die uit de ouder zelf voortkomt.

Bedoeld wordt b.v. die situatie waarin een ouder er bij het kind op blijft hameren dat het helemaal zelf beslissen mag of het naar de andere ouder toe wil. Het kind, dat maar al te goed aanvoelt hoe de program­merende ouder hier eigenlijk over denkt, zegt dan met nadruk dat het uit zichzelf niet wil.

“Hoe vasthoudender deze ouders worden, des te meer verharden de kinderen in hun weigering – niet uit een primair verlangen hun andere ouder niet meer te zien maar om niet tegen de programmerende ouder in te gaan.

Tegen elke poging van de verstoten ouder om bij de kinderen betrokken te blijven, wordt door de programmerende ouder en kinderen een muur opgetrokken.

Als men ziet om wat voor redenen kinderen de andere ouder of diens familie nooit van hun leven meer willen ontmoeten, dan wordt het maar al te duidelijk dat zulke kinderen wel geestelijk moeten scheefgroeien.

‘Ze zei altijd zo hard dat ik mijn tanden moest poetsen’; ‘Zij zei: ‘niet in de rede vallen’; ‘Oma verwent me: ze geeft me teveel speelgoed’; ‘Ik moet rustig zitten onder het eten’. ‘Ik mag pas televisie kijken als mijn huiswerk af is’; ‘Als ik piano gespeeld heb, klapt mama niet zo hard in zijn handen als mijn vader’; ‘Ik moet meehelpen mijn bed op te maken’; ‘Ik moest op mijn zusje letten terwijl zij boodschappen deed‘Ze behandelt me als een kind’. Enz. enz.

De programmerende ouder:

“Wat veel tot het verstotingssyndroom bijdraagt is om elke contactpoging van de gehate ouder als ‘lastig vallen’ te bestempelen.

De verstoten ouder blijft immers geregeld blijk geven van belangstelling door op te bellen, te appen, te proberen de kinderen te zien, cadeautjes te sturen enz. en wanneer dat door de programmerende ouder steeds als ‘lastig vallen’ wordt gebrand­merkt, gaan ook de kinderen het op de duur zo zien.

Elke bezigheid van de kinderen, hoe onbeduidend of willekeurig ook, is belangrijker dan de verstoten ouder.”

“Een echt liefdevolle ouder begrijpt heel goed hoe belangrijk ook de niet-zorgouder voor de kinderen is en de minachtingscampagne waarin deze ouders de kinderen meeslepen, is dan ook niet in het belang van het kind, maar een blijk van hun tekortschieten als ouder… Zij bereiken uiteindelijk een totale vervreemding van hun kinderen met de gehate exgenoot.

Dat deze zegepraal de kinderen geestelijk kan vernielen, is wat zij diep in hun hart misschien wel willen. En zij voelen dat zij dat door onophoudelijk vechten, programmeren en vervreemden ook kunnen bereiken.”

Programmerende ouders beschikken over zo’n indrukwekkend repertoire van manoeuvres dat het Gardner niet gelukt is dat in groepen onder te verdelen. “Dat zegt wel wat over de creativiteit van de mensen die al deze kunstgrepen verzinnen. En hoe schandelijk die ook zijn, vernuft kan men hun niet ontzeggen. Mijn lijst van hun manoeuvres zal dan ook nog wel blijven aangroeien. Zoals bekend worden de meeste uitvindingen gedaan in oorlogstijd en dit vechten om kinderen is oorlog. Waarin net als in een echte oorlog de voortbrengselen van het vernuft vooral vernietiging dienen.”

De verstoten ouder

Tegenover de programmerende ouder staat haar of zijn mikpunt: de verstoten ouder. Voor deze geldt dat zij/hij het altijd fout doet. Als ze aandringt om de kinderen te ont­moeten, wordt ze door de programmerende ouder en niet veel later ook door de kinderen beschuldigd van ‘lastig vallen’.

En als ze welbewust afstand neemt en niets doet in de hoop dat de kinderen zo tot bezinning zullen komen dan ‘laat ze hen in de steek’, ook weer een kreet die door de kinderen in hun verstotingscampagne kan worden opgenomen.

Vaak kan de programmerende ouder jarenlang ongehinderd doorgaan de kinderen met het PAS op te zadelen…

Therapeuten hebben in hun opleiding geleerd zich passief en begrijpend tegenover hun patiënten op te stellen…

Daarom kan de afgewezen ouder bij goedwillende maar onnadenkende therapeuten nogal eens raad verwachten in de trant van: “Niet te veel doen.

Als de kinderen ouder worden, zullen zij begrijpen hoe zij gehersenspoeld zijn en dan draaien zij bij”

Maar in werkelijkheid werkt de tijd juist in het voordeel van de programmerende ouder en zou de verstoten ouder dus de tegengestelde raad moeten krijgen.

Johnston heeft PAS-kinderen gevolgd tot hun jonge volwassenheid en vond dat de meesten van hen ook toen nog niets met de verstoten ouder te maken wilden hebben en aan hun houding van minachting en verwerping vasthielden.

De gedachte dat kinderen als zij ouder worden vanzelf tot ander inzicht komen, kan onmogelijk voortkomen uit ervaring.

Hoe langer het programmeren doorgaat, des te zwakker wordt namelijk de band met de verworpen ouder en des te onwaarschijnlijker een herstel van de omgang. En waar omgang maanden of jarenlang was stilgezet, is de verstandhouding niet meer te herstellen.

“Programmerende ouders zitten hun ex ook via de school dwars. Zij vragen de schooladministratie haar/hem geen informatie over de kinderen te geven , zelfs van ouderavonden, schooluitvoeringen e.d. uit te sluiten. Of de kinderen krijgen te horen dat als hij op de schoolavond komt, de moeder niet met hen meegaat. Tegenover de kinderen is dat weliswaar wreed maar programmeerders vallen, ondanks hun liefdesbetuigingen aan de kinderen, niet op door gevoeligheid voor wat die kinderen in werkelijkheid nodig hebben.”

“In onze tijd is het erg in de mode om slachtoffer te zijn en sommige mensen kunnen daar zelfs een ziekelijke voldoening aan ontlenen. Werkers in de gezondheidszorg zijn vertrouwd met het verschijnsel van de ‘beroepsslachtoffers’.

Helaas heeft dat er toe geleid dat men ook de door hun eigen PAS-kinderen verstoten ouders soms is gaan zien als mensen die op de een of andere manier hun slachtofferschap over zichzelf afge­roepen zouden hebben.

Naar mijn ervaring is dat echter niet zo…

Ik heb nu l5 jaar met PAS-gevallen te maken gehad en ben er nog niet een tegengekomen waarin de verstoten ouder zijn slachtofferzijn zelf in de hand gewerkt of bevorderd zou hebben.”

Gardner onderscheidt gradaties van het verstotingssyndroom: bij de ernstige gevallen zijn de programmerende ouders fanatiek en soms paranoïde.

Kenmerkend voor paranoia is het op een ander projecteren van ongunstige eigenschappen en gedachten die men in zichzelf niet erkennen wil.

Kenmerkend is ook wreedheid.

Zijnsloyaliteit

Kinderen hebben van nature een zijnsloyaliteit naar beide ouders toe. Dat is er gewoon, altijd. Ouders hoeven dat niet te verwerven. Als de ene ouder ernstig misbruik maakt van de liefde en loyaliteit (trouw) die een kind onvoorwaardelijk heeft naar beide ouders, met het doel om de liefdes- en opvoedingsrelatie tussen het kind en de andere ouder te verstoren, dan leidt dit bij een kind tot een gespleten loyaliteit.

Als kinderen hun loyaliteit naar een ouder opgeven is dat vrijwel nooit een vrijwillige keuze.

Figuurlijk gesproken bestaat een kind uit een vader- en een moederdeel.

Indien een van beide ouderdelen stelselmatig wordt afgekeurd door de andere ouder, dan ontstaat er bij een kind een gespleten loyaliteit.

Het druist totaal in tegen de natuur van het kind in om niet van zowel mama als van papa te mogen houden.

En ook om geen uiting te mogen geven aan hun liefde vanuit zijnsloyaliteit aan beide ouders, om geen omgang te mogen/kunnen hebben met een ouder.

Kinderen hebben recht op beide ouders.

Dat staat ook in het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Mogen kinderen dat niet, dan worden de kinderen belemmerd in hun natuurlijk verlangen daarnaar.

Niet het snijden doet zo`n pijn, maar het afgesneden zijn.

Als een kind in zo`n situatie verkeert met een bewust of onbewust indoctrinerende ouder, kan het kind bijna niet anders meer dan de zijnsloyaliteit te verloochenen.

Uit zorg voor die ouder kiest het kind juist voor deze kwetsbare ouder. De andere ouder wordt als schuldige gezien van het leed van de kwetsbare ouder.

Zij reageren vol weerstand, walging en soms zelfs geweld naar de andere ouder.

Zij verstoten die ouder, de omgang stopt, dingen recht willen zetten wordt niet toegestaan.

Het kind is beschadigd en elke dag dat dit verder gaat, neemt de beschadiging toe

Wat is PAS?

PAS is de afkorting van Parental Alienation Syndrome en staat voor ouderverstoting/oudervervreemding. Omdat PAS een tegennatuurlijk menselijk proces is, krijgt het kind te maken met allerlei klachten, fysiek en geestelijk, op school, en zij uiten zich sterk in aangepast gedrag naar de indoctrinerende ouder. Het frustreren van contact met een ouder is het begin van ouderverstoting.

PAS heeft een boemerang effect op latere leeftijd, enkele uitzonderingen nagelaten.

PAS laat zich (met goede hulp) enigszins herstellen als beide ouders bewust zijn van de schadelijkhe gevolgen voor hun die zij met hun gedrag veroorzaken.

PAS is zeer schadelijk voor kinderen.

De gevolgen van PAS kunnen voor het kind zeer ernstig zijn, van kleinere psychische klachten tot depressie, identiteitsproblemen, het niet kunnen aangaan van eigen relaties, angst, depressie, drugs- of alcoholmisbruik, valse inschattingen van de werkelijkheid, verwarring, laag zelfbeeld.

Een kind dat zonder gewichtige reden een ouder verstoot, druist consequent in tegen de natuur en tegen zijn/haar eigenbelang. Zij zijn zich hiervan vaak niet bewust door de continue stroom van negatieve benvloeding die zij voor waarheid aannemen.

Het wijst op geestelijke ongezondheid als een kind dit aanneemt.

Hoe herkent u symptomen van PAS?

Laat je ten eerste niet misleiden door lasterverhalen die stelselmatig verteld worden door de ene ouder over de andere, of door een kind over een van diens ouders.

Wellicht is er sprake van gespleten loyaliteit en PAS.

Neem het in ieder geval niet direct voor zoete broodjes aan.

Meestal durft het kind niet meer aan de ene ouder aan te geven dat hij/zij naar de andere oudere wil.

Ondanks dat hij/zij het daar eigenlijk best wel leuk vindt.

Het kind kiest voor ‘rust’ en vermijding en spreekt zijn/haar verlangen naar de andere ouder niet meer uit.

Het kind is bang voor afwijzing of om voor een keuze gesteld te worden.

Zo`n kind draagt een masker, figuurlijk gesproken, en beweegt zich niet vrij.

Elk kind heeft er recht op ontlast te worden van een onterecht negatief ouderbeeld, omdat de last die het kind daarvan meedraagt zonder hulp levenslang destructief kan aanhouden.

Wat is loyaliteit nu eigenlijk? Doordat een kind zijn bestaan te danken heeft aan beide ouders kan het kind niet anders dan loyaal zijn aan hen beiden. Loyaliteit is een bindend fenomeen, waarbij dus de primaire loyaliteit bij de geboorte al ontstaat. Dit wordt de verticale loyaliteit genoemd en kan niet worden verbroken. Wel kan ze worden ontkend.

Daarnaast is er onderscheidt in horizontale loyaliteit. Dit ontstaat als ouders het kind verzorgen en opvoeden. De primaire loyaliteit wordt dus in de loop van de jaren uitgebouwd en verdiept, waardoor in feite een verworven loyaliteit ontstaat. Horizontale loyaliteit kan in tegenstelling tot de verticale loyaliteit wel verbroken worden.

Ouders raken vaak tijdens en na een scheiding verwikkeld in een machtsstrijd. Die machtsstrijd kan leiden tot grote loyaliteitsconflicten bij een kind. Er ontstaat namelijk een kruising tussen verticale loyaliteit en horizontale loyaliteit.

Het kind zit klem tussen beide ouders.

Een kind wat het gevoel heeft te moeten kiezen tussen ouders zit in een innerlijk conflict. Als een kind zijn/haar loyaliteit uit naar de ene ouder heeft een kind het gevoel de andere ouder te kort te doen en andersom. Dit kan leiden tot ernstige problemen bij een kind met als gevolg dat een kind zich onttrekt aan de loyaliteitsconflicten door de kant te kiezen van de andere ouder.

Loyaliteitsmisbruik is het gebruiken van emotionele toewijding van kinderen om zo kinderen dingen te laten doen om anderen schade toe te brengen.

Of kort samenge

vat: De trouw van kinderen misbruiken voor verkeerde doelen. Met name wordt dit gebruikt als de ene ouder misbruik maakt van de liefde en loyaliteit (trouw) van een kind met als doel om de opvoedingsrelatie tussen het kind en een voormalig partner te verstoten/vervreemden.

Dit kan er toe leiden dan kinderen zelf (of noodgedwongen ) een permanente haat ontwikkelen naar de eens zo geliefde ouder. Dit noemen we het ouderverstotingssydroom.

Acht specifieke kenmerken van het ouderverstotingssyndroom zijn:

1. Minachtingscampagne tegen de ouder waar het kind niet verblijft

Het kind laat voortdurend zijn/haar haat zien ten opzichte van de uitwonende ouder. Er is sprake van PAS wanneer het kind een

bijdrage heeft aan de lastercampagne.

2. Zwakke of onzinnige redenen voor deze minachting

Hoewel het vaak gaat om ouders met goede ouderschapskwaliteiten en waarbij voor de scheiding sprake was van een liefdevolle relatie met het kind, probeert het kind zijn/haar gedrag te rechtvaardigen door bijvoorbeeld te zeggen: “ze doet altijd zo emotioneel”

3. Het ontbreken van ambivalente gevoelens (de ene ouder is goed, de andere slecht)

De slachtofferouder heeft volgens het kind alleen maar negatieve kenmerken terwijl aan de programmerende ouder alleen maar positieve kenmerken wordt toegeschreven. Het kind kan zelfs beweren dat het alle plezierige momenten met de slachtofferouder is vergeten

4. Een nageprate ‘geheel eigen mening‘ van het kind

Het kind beweerd dat de ideeën van hem of haarzelf zijn. Vaak gebruiken deze kinderen woorden en zinnen van de programmerende ouder

5. Reflexmatige steun aan de status-quo-ouder in het ouderconflict

Dit kan zo ver gaan dat een kind overtuigende bewijzen van een ander afwijst. Het kind gelooft dat de programmerende ouder een ideaal persoon is die geen kwaad kan doen of denkt dat de programmerende ouder de zwakste van de twee ouders is die verdediging nodig heeft.

6. Afwezigheid van schuldgevoelens

Het kind verdedigt zijn/haar gedrag door te stellen dat het een slechte ouder is en niet verdient hem/haar te zien.

De slachtoffer-ouder heeft de keuze om een dergelijke behandeling te tolereren of juist te vermijden met als gevolg het contact met het kind verliezen. Vaak kiezen ouders voor de laatste optie.

7. Letterlijk citeren van onbegrepen woorden

Het kind gebruikt zinnen en ideeën die zij aanleren van de programmerende ouder. Dit kan afgeleid worden uit de woorden of zinnen die niet bij het kind passen.

8. Uitbreiding van de vijandschap tot de familie van de gehate ouder

Het kind verbreekt het contact met voorheen dierbare familieleden. Stapje voor stapje wordt een complete helft van de familie van een kind “aan de kant gezet”.

Het PAS-kind

Bij een geval van PAS heeft het kind zijn ouderpaar als het ware door-kliefd in een ‘geliefd’ en een ‘gehaat’ deel, aanduidingen die door Gardner bewust tussen aanhalingstekens worden gezet: “De gehate ouder wordt alleen ogenschijnlijk gehaat, er is nog veel liefde aanwezig. En de geliefde ouder wordt soms meer gevreesd dan geliefd.”

Het verstotingssyndroom gaat zich, volgens Gardner, ontwikkelen zodra het kind beseft dat er een strijd om gezag en zorg aan het ontbranden is.

Om in die strijd een rol te spelen, begint het zijn eigen scenario van geringschatting en uitsluiting op te stellen.

Na enige tijd kan het kind ervan bezeten raken de ‘gehate’ ouder te kleineren, beschuldigen en uit te stoten – dat alles zonder aanleiding of om aanleidingen die in geen enkele ver­houding staan tot een levenslange afwijzing. De gevolgen zijn rampzalig voor de ver­stoten ouder en voor het kind zelf. Zij uiten zich in gedrags-, prestatie- en ont­wik­kelings­stoornissen die het verdere leven kunnen overschaduwen.

Een kind met PAS program­meren is geestelijke kindermishandeling en volgens Gardner zelfs ingrijpender dan lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik. “Veel mensen die als kind mishandeld werden, konden over hun pijn en vernederingen heengroeien en dat geldt ook bij seksmisbruik al grijpen de gevolgen daarvan dieper in.

Maar wie een kind met een PAS programmeert, verbreekt de band tussen dat kind en de andere ouder voor het leven… Jongens hebben echter een vader nodig als rolvoorbeeld en meisjes een vader voor hun beeldvorming van de man. En op dezelfde manier hebben meisjes een moeder nodig als rolvoorbeeld en jongens een moeder voor hun beeldvorming van de vrouw. Kinderen van beide geslachten hebben ouders van beide geslachten nodig om te leren hoe zij in hun leven met mensen van beide geslachten moeten omgaan…

Bovendien krijgen PAS-kinderen problemen met het inschatten van de werkelijkheid. Zij zijn ertoe geprogram­meerd dingen voor waar aan te nemen die totaal niet met hun eigen waarnemingen overeenstemmen. Dat leidt tot verwarring, onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen, wantrouwen jegens mensen die iets anders zeggen dan de programmeerster en in ernstige gevallen tot een breuk met de werkelijkheid. Beschadigde werkelijkheidszin is een van de kenmerken van een psychose.

Veel genoemd in verband met PAS-kinderen worden – paranoïde waanvoorstellingen en die kunnen jaren zoniet het hele leven aanhouden. … Dat alles neemt echter niet weg dat een PAS-kind, al kan het er Soms wordt hun zelfs ronduit psychopatisch gedrag aangeleerd: openlijk vijandelijkheid betuigen en zich van het gevolg daarvan voor het mikpunt niets aantrekkenopenlijk op snoeven dat het de andere ouder verstoten heeft, diep in zijn hart toch vaak een groot verlies ervaart. Een eens geliefd en gewaardeerd mens is uit zijn leven verwijderd…

Dat kan gevoelens van depressie oproepen zonder de vrijheid die te kunnen uiten. Wat zich dan weer voortzet in aanpassingsmoeilijkheden op school en in de verstandhouding met anderen.”

“Ook de verstoten ouder is ondertussen slachtoffer: vaak wordt hij op een uitge­sproken sadistische manier geschoffeerd, geminacht, beschimpt en belasterd en door zijn eigen kinderen behandeld en gehaat alsof hij geen gevoel zou hebben…

Nu is bezeten haat vaak maar een dunne verhulling van diepe liefde.

Echte verwerping is neutraliteit, weinig of niet meer aan iemand denken.

Het tegendeel van liefde is niet haat maar onver­schillig­heid. Hier neemt liefde echter de vorm van haat aan omdat kinderen zich tegenover hun ene ouder schuldig zouden voelen als zij openlijk liefde voor hun andere ouder zouden bekennen…

Daarnaast kunnen bij de vorming van PAS ook nog oorzaken meespelen als identificatie met de agressieve ouder, overneming (inductie) van haar gevoelens, eenzijdige idealisering en de kans vrijuit woede te kunnen luchten die onder normale omstandig­heden onderdrukt of in banen geleid wordt.

Identificatie met een agressor is een verschijnsel dat zich kan voordoen wanneer een zwakkere tegenover een overrompelende en dreigende partij machteloos staat. Hij/zij kan de toestand dan proberen te beheersen door de kenmerken van de sterke over te nemen. Als een razende vader voor de ogen van het kind de moeder staat te vernederen, dan kan het kind aan haar kant gaan staan omdat het bang is die uitbarstingen anders zelf over zich heen te krijgen.

Een ander geval was dat van een jongen die er herhaaldelijk bij was dat zijn vader zijn moeder gemeen sloeg. Om zich daar zelf tegen af te schermen verklaarde hij zijn moeder te haten en veel van zijn vader te houden: lief­des­verklaringen die wel meer met angst dan met genegenheid te maken hadden.

Een duidelijk symptoom van PAS is als men een kind als ‘geheel zelfstandig’ een mening laat zeggen die uit de ouder zelf voortkomt.

Bedoeld wordt b.v. die situatie waarin een ouder er bij het kind op blijft hameren dat het helemaal zelf beslissen mag of het naar de andere ouder toe wil. Het kind, dat maar al te goed aanvoelt hoe de program­merende ouder hier eigenlijk over denkt, zegt dan met nadruk dat het uit zichzelf niet wil.

“Hoe vasthoudender deze ouders worden, des te meer verharden de kinderen in hun weigering – niet uit een primair verlangen hun andere ouder niet meer te zien maar om niet tegen de programmerende ouder in te gaan.

Tegen elke poging van de verstoten ouder om bij de kinderen betrokken te blijven, wordt door de programmerende ouder en kinderen een muur opgetrokken.

Als men ziet om wat voor redenen kinderen de andere ouder of diens familie nooit van hun leven meer willen ontmoeten, dan wordt het maar al te duidelijk dat zulke kinderen wel geestelijk moeten scheefgroeien. ‘Hij zei altijd zo hard dat ik mijn tanden moest poetsen’; ‘Zij zei: ‘niet in de rede vallen’; ‘Oma verwent me: ze geeft me teveel speelgoed’; ‘Ik moet rustig zitten onder het eten’. ‘Ik mag pas televisie kijken als mijn huiswerk af is’; ‘Als ik piano gespeeld heb, klapt mama niet zo hard in zijn handen als mijn vader’; ‘Ik moet meehelpen mijn bed op te maken’; ‘Ik moest op mijn zusje letten terwijl zij boodschappen deed‘Ze behandelt me als een kind’. Enz. enz.

De programmerende ouder

“Wat veel tot het verstotingssyndroom bijdraagt is om elke contactpoging van de gehate ouder als ‘lastig vallen’ te bestempelen. De verstoten ouder blijft immers geregeld blijk geven van belangstelling door op te bellen, te appen, te proberen de kinderen te zien, cadeautjes te sturen enz. en wanneer dat door de programmerende ouder steeds als ‘lastig vallen’ wordt gebrand­merkt, gaan ook de kinderen het op de duur zo zien. Elke bezigheid van de kinderen, hoe onbeduidend of willekeurig ook, is belangrijker dan de verstoten ouder.”

“Een echt liefdevolle ouder begrijpt heel goed hoe belangrijk ook de niet-zorgouder voor de kinderen is en de minachtingscampagne waarin deze ouders de kinderen meeslepen, is dan ook niet in het belang van het kind, maar een blijk van hun tekortschieten als ouder… Zij bereiken uiteindelijk een totale vervreemding van hun kinderen met de gehate exgenoot.

Dat deze zegepraal de kinderen geestelijk kan vernielen, is wat zij diep in hun hart misschien wel willen. En zij voelen dat zij dat door onophoudelijk vechten, programmeren en vervreemden ook kunnen bereiken.”

Programmerende ouders beschikken over zo’n indrukwekkend repertoire van manoeuvres dat het Gardner niet gelukt is dat in groepen onder te verdelen. “Dat zegt wel wat over de creativiteit van de mensen die al deze kunstgrepen verzinnen. En hoe schandelijk die ook zijn, vernuft kan men hun niet ontzeggen. Mijn lijst van hun manoeuvres zal dan ook nog wel blijven aangroeien. Zoals bekend worden de meeste uitvindingen gedaan in oorlogstijd en dit vechten om kinderen is oorlog. Waarin net als in een echte oorlog de voortbrengselen van het vernuft vooral vernietiging dienen.”

De verstoten ouder

Tegenover de programmerende ouder staat haar of zijn mikpunt: de verstoten ouder. Voor deze geldt dat zij/hij het altijd fout doet. Als ze aandringt om de kinderen te ont­moeten, wordt ze door de programmerende ouder en niet veel later ook door de kinderen beschuldigd van ‘lastig vallen’.

En als ze welbewust afstand neemt en niets doet in de hoop dat de kinderen zo tot bezinning zullen komen dan ‘laat ze hen in de steek’, ook weer een kreet die door de kinderen in hun verstotingscampagne kan worden opgenomen…

Volgens prof. Gardner is PAS een stoornis omdat ‘geen enkel kind door zijn genen geprogrammeerd is om een ouder af te wijzen die van dat kind houdt’.

De stoornis bestaat in ernstige gevallen uit paranoia.

Bovendien handelt een kind dat zonder reden een ouder verstoot, consequent tegen zijn belang in en ook dat wijst niet op geestelijke gezondheid.

Die verstoting ontstaat volgens Gardner wanneer de verzorgende ouder in het kind haatgevoelens tegen de andere ouder inbrengt, die vervolgens een eigen leven gaan leiden. Om dit alleen als ‘hersenspoelen’ aan te duiden, vindt Gardner te eenzijdig en passief: kenmerkend is juist dat de door de sociale omgeving opgeroepen krachten daarna in het kind een zelfstandige dynamiek ontwikkelen.

Link | Geplaatst op door | Een reactie plaatsen

Compassie, deel 3

Hoe ontwikkel je vertrouwen? Heel eenvoudig.
Laat anderen zien dat het oprecht veel voor je betekent dat het hun goed gaat. Dan groeit er vertrouwen. Maar als er achter een kunstmatige glimlach een zelfgerichte houding schuilgaat, zal het nooit groeien. Als je je afvraagt hoe je anderen kunt gebruiken en uitbuiten, kun je ook nooit leren anderen te vertrouwen. Zonder vertrouwen is er geen vriendschap; en we hebben allemaal 1 of meer vrienden nodig. Als we egoistisch worden, ons in onszelf terugtrekken, dan komt er zeker een moment dat we ons diep, diep gefrustreerd zullen voelen.
We zitten met een paradox (zie deel 1 en 2). Als het losbreken uit onze zelfgerichtheid een van de sleutelgeheimen van blijdschap is, is het dan niet dwaas zelfzuchtig en destructief om bezig te zijn met onze eigen vreugde en geluk?
Wetenschappelijk onderzoek ( H. Cutler) toont aan dat werken aan je eigen vreugde niet alleen jezelf ten goede komt, maar ook andere mensen in je leven. Als we afstand kunnen nemen van ons eigen leed, kunnen we meer voor anderen betekenen.
Pijn ( zowel fysiek als psychisch) brengt een extreme zelfgerichtheid met zich mee: we lijken er volledig door in beslag te worden genomen en heel weinig aandacht meer te hebben voor anderen.
Uit onderzoek na onderzoek blijkt dat ongelukkige mensen het meest op zichzelf gericht, sociaal geisoleerd, somber en zelfs vijandig zijn.
Gelukkige mensen zijn over het algemeen socialer, flexibeler, creatiever en beter in staat om te gaan met de tegenslagen van het leven. En nog belangrijker: ze zijn liefdevoller en meer vergevingsgezind dan ongelukkige mensen.
Kort gezegd: hoe meer we onze eigen pijn helen, hoe meer ruimte we hebben voor de pijn van anderen. Onze ontvankelijkheid voor pijn van anderen is genezend voor onze eigen pijn. Het is een heilzame cirkel. Het doel is niet vreugde te scheppen voor onszelf, maar een reservoir van vreugde te zijn, een oase van blijdschap, een zee van enthousiasme en liefde, zodat er een positief rimpeleffect uitgaat naar iedereen in onze omgeving. En zoals blijdschap aanstekelijk is, zo geldt dat ook voor liefde, compassie en ruimhartigheid.
Het gaat hier dus om een meer bewogen, krachtige, spirituele gemoedstoestand, die volledig gericht is op de wereld. Meer blijdschap gaat niet per se over leuker zijn. We kunnen geen vrede stichten als we geen innerlijke vrede kennen.
Ik dank het universum iedere dag meteen bij het wakker worden al voor de heerlijke nieuwe dag die voor me ligt ( ook al zijn de omstandigheden soms verre van heerlijk).
Ik bedenk me hoe belangrijk het is om edelmoedig en begaan te zijn, goed te willen zijn voor mijzelf en anderen. Daarna bedenk ik me dat alles en iedereen met elkaar verbonden is, en bepaal ik mijn doel voor die dag: ( elke dag dezelfde, haha) dat deze dag betekenisvol is. Dit alles kost nog geen 3 minuten.
En het laatste wat ik voor het slapengaan doe, is het universum bedanken voor alle geweldige dingen die mij die dag weer ten deel zijn gevallen. Ik bedank voor het dak boven mijn hoofd, voor de eer moeder te mogen zijn van zoveel prachtige dochters, ik bedank voor het vriendelijke praatje dat ik mocht maken met een voorbijganger op straat, ik dank dat ik eten en kleding en alles wat ik nodig heb, in overvloed krijg.
Ik bedank voor weer een betekenisvolle dag…
Geplaatst in ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, Gezondheid en welzijn, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ontspanning en kiezen voor jezelf, ratio versus emotie, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | Een reactie plaatsen