Angel flying too close to the ground

If you had not have fallen
Then I would not have found you
Angel flying too close to the ground
And I patched up your broken wing and hung around a while
Trying to keep your spirits up and your fever down
I knew someday that you would fly away
For love’s the greatest healer to be found
So leave me if you need to, I will still remember
Angel flying too close to the ground
Fly on, fly on past, the speed of sound
I’d rather see you up than see you down
So leave me if you need to, I will still remember
Angel flying too close to the ground.
So leave me if you need to, I will still remember
Angel flying too close to the ground.

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie

Mikpunt van smaad, of: de zondebok

bobbieVoor de achterbakse clan:

Het mikpunt van de familie is maar één vrouw alleen; haar zelfverklaarde vijanden zeggen dat zij zich op hun territorium bevindt. Ze hebben haar tot minderheid gemaakt, zo ongeveer op schaal van 1.000.000: 1. Ze krijgt van hen geen plaats om te vluchten, geen veilige haven om naartoe te gaan. Zij is het vleesgeworden symbool van andermans wraak. Het mikpunt van de familie leefde lange tijd enkel om te overleven; ze wordt vervloekt en bekritiseerd omdat ze uberhaupt nog in leven is *(2). Het is niet de bedoeling dat ze terugvecht of zich verdedigt; ze moet maar een dikke huid kweken.

Er wordt van haar verwacht dat ze zich verontschuldigt of – liever nog – dood neervalt wanneer ze haar deur weer eens intrappen. Zij is immers de pispaal die de familie zo dringend nodig heeft *(3) . Het mikpunt van de familie is verdreven uit ieder land. Ze is sinds hun collectieve vloek een banneling geworden. Haar dochters en zijzelf  zijn bruut uiteengejaagd, de hoofden van de kinderen zijn verduisterd; ze wordt onophoudelijk gehoond en verscheurd. Ze moet rechtszaken voeren voor het strafbare feit dat ze ooit moeder werd.

Ze heeft ingebeukt op hun hardnekkige haat, die aan het licht gebracht;  en werd daarvoor veroordeeld. Zelfs haar godsdienstwaanzinnig strenge geweten veroordeelde haar, en zei dat ze het vechten tegen de bierkaai moest opgeven. Ze heeft de bommenfabriek van haar dochter ontmanteld *(5), maar niemand was erkentelijk… De bommen waren namelijk bestemd voor haar, dus het was de bedoeling dat ze zich slecht zou voelen. Mikpunt van hoon.

Ze spannen zich gezamenlijk in voor haar ondergang, maar de kansen zijn klein dat zij ooit zal leven volgens de regels en voorwaarden die zij voor haar opgesteld hebben. Want er zit al jaren een strop om haar nek ,en hun pistool priemt in haar rug. Bij ieder van die maniakken is ze vogelvrij verklaard. Zij is het mikpunt van haat.  Ze heeft amper bondgenoten om op terug te vallen. Voor wat ze krijgt moet ze een hoge prijs betalen – het valt haar niet uit liefde ten deel. Ze gebruikt verouderde wapens en laat haar bestaan niet langer ontkennen; maar niemand durft z`n vlees en bloed te offeren om aan haar zijde te strijden. Zij is het mikpunt van haat.

Ze weet zich omringd met pacifisten-in-woord die allen “vrede willen” ; die gasten lullen vanuit hun veilige positie dat de familie de heksenjacht op haar moet stoppen*(6). Nu zouden deze lui nog geen vlieg kwaad doen, ze treuren erom .Ondertussen luieren en wachten ze tot de agressors uiteindelijk genoeg krijgen van hun wraak. Ze is het mikpunt van smaad.  Maar alles en iedereen die haar ooit geknecht heeft, delft op het eind het onderspit; zelfs dit grote Babylon*(7). Ze speelt het klaar een paradijselijke tuin aan te leggen in woestijnzand. Neemt niemand in bed en neemt niemands bevelen. Het mikpunt van spot.

Al wat haar heilig was is voor haar ogen vertrapt; geen contract dat ze ooit tekende was het waard wat erin stond. *(8) Ze nam de kruimels van de maatschappij en veranderde het in rijkdom. Nam chronische ziektes en kwalen en transformeerde ze tot volkomen gezondheid. Ze is het mikpunt van de familie. Waar is iemand haar dank voor verschuldigd? “Niets”, zeggen ze, “ze strijdt gewoon graag” . Hoogmoed, trots, vooroordeel en achterdocht van de familie ook: ze wachten deze vrouw op zoals een bloedhond op z`n vreten wacht. Mikpunt van haat.

Wat heeft ze gedaan dat ze zovele littekens draagt? Verandert ze soms de loop der rivieren, vervuilt ze de maan en de sterren? Mikpunt van de familie, staand op een rots. Haar tijd raakt op, zij staat vast. Mikpunt van spot.

P.S. voor de onwetenden onder jullie: dit is – je had het al aan het ritme van de woorden moeten horen – uiteraard een vertaald nummer van Bob God Dylan he, haha. Hij weet als enige op deze wereld feilloos wie ik ben. https://youtu.be/ZD3gtbG4feQ

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Het monster en de zegen van vergetelheid

P

Er was eens een vrouw genaamd Nirel. Laten we maar zeggen dat zij twee keer zo hard moest werken om menselijk te worden,  in leven te blijven, en haar kostje bij elkaar te scharrelen. Toch vond Nirel dat zij gelukkig en te prijzen was, omdat zij vijf kinderen had gekregen – ook al waren twee ervan reeds zeer jong teruggevlogen naar de hemel – die zij boven alles liefhad.

Hoewel zij van al haar kinderen hield, was Nirel heimelijk het meest gehecht aan haar oudste dochter, Nieuw Begin. Iedereen die dit meisje ontmoette werd vertederd door haar open lach en houding. Het was een onschuldig en puur meisje dat vol energie zat. Toen zij leerde lopen, vond zij dat zo verrukkelijk dat zij het de hele dag deed, zolang zij wakker was; en zorgwekkend genoeg later ook `s nachts in haar slaap. Vanuit haar kamertje ging zij uit slaapwandelen, de duisternis in, waar alleen de maan te zien was.

Nirel bedacht ten slotte een oplossing die simpel was, zoals zo vaak het geval is met de beste oplossingen: ze haalde een belletje en hing het om de hals van Nieuw Begin. Het belletje zou vast wel iemand wekken als Nieuw Begin midden in de nacht op zou staan. Na een tijdje slaapwandelde Nieuw Begin niet meer, maar zij was gehecht geraakt aan het belletje en wilde het niet meer kwijt. En hoewel het dus zijn oorspronkelijke doel verloren had, bleef het belletje bevestigd aan het bandje om de hals van het meisje.

Als Nirel na een lange dag werken thuiskwam, rende Nieuw Begin haar altijd buiten al tegemoet, terwijl het belletje rinkelde bij elk stapje dat ze zette. Nirel tilde Nieuw Begin dan op en nam haar op haar arm mee naar huis. Na het eten keek Nirel naar haar gezin en stelde zich voor dat al haar kinderen ooit zelf kinderen zouden krijgen, van een partner die hen op handen droeg. En dat zij een trotse matriarch kon zijn van een nog groter kroost.

Helaas, er kwam een einde aan de gelukkige dagen van Nirel. Op een dag kwam er een demon in haar woonplaats. De aarde beefde bij iedere stap die hij zette, en iedereen wist dat hij uit een van de huizen een kind zou meenemen . Alle gezinnen baden dat het monster aan hun huis voorbij zou gaan, want ze wisten dat als het monster op hun dak klopte, ze een van hun kinderen moesten afstaan. Niemand zou het arme kind dan ooit nog terugzien. Ik denk dat je nu wel weet op wiens dak het gevreesde kloppen van het monster neerkwam.

Nirel wist niet welk kind zij af moest staan, ze kon met geen mogelijkheid ooit zo`n keuze maken. Maar als ze niet koos, zou de demon al haar kinderen meenemen. Dus uiteindelijk haalde Nirel buiten stenen van dezelfde grootte en vorm. Ze krabbelde op elk ervan de naam van een kind, en deed de stenen daarop in een jutezak. Nirel besefte dat ze een vinger moest afsnijden om de hand te redden. Ze sloot haar ogen en haalde dus een steen uit de zak. Ik veronderstel dat jullie nu ook weten welke steen Nirel uit de zak haalde. Toen zij de naam las, hief zij haar hoofd ten hemel en slaakte een kreet. Met een gebroken hart tilde zij Nieuw Begin op en zette haar buiten, waarna zij de deur sloot. Toen pas begreep Nieuw Begin dat er iets mis was; en Nirel stond met dichtgeknepen ogen waar de tranen uit stroomden met haar rug tegen de deur, terwijl haar geliefde Nieuw Begin er met haar knuistjes op sloeg en riep dat Nirel haar weer moest binnenlaten, en Nirel bleef zeggen “vergeef me, vergeef me” terwijl de grond dreunde van de voetstappen van het monster.

Nadat de aarde niet langer bewoog en het offer was gebracht, kwamen de plaatsgenoten naar Nirel toe om haar te helpen en haar met geschenken te overstelpen teneinde haar te troosten. Maar Nirel zat in een hoekje te huilen, de tranen stroomden over haar wangen. Je zou je ergste vijand nog niet toewensen zo veel pijn en lijden te moeten ondergaan. Er verstreken jaren, en de rijkdom van haar woonplaats droogde op, in tegenstelling tot Nirels verdriet, die een rivier was die met de dag steeds sterker zwol. Ze was voor haar gezin van geen enkel nut meer.

Ze sprak niet meer met de medebewoners van haar woonplaats, omdat ze bang was dat die achter haar rug om zeiden dat zij een lafaard was omdat zij haar dochter zonder slag of stoot had weggegeven. Dat zij als moeder ongeschikt was. Een echte moeder zou het monster bestreden hebben. Die zou haar leven hebben gegeven om haar gezin te verdedigen. “Je hoort je eigen stem” , zeiden haar andere kinderen. Ze vertelden Nirel niet dat de bewoners achter Nirels`rug om fluisterden dat zij misschien gek geworden was.

En op een goede dag gaf zij hen daar het bewijs van. Ze liep vele, vele dagen. Ze sliep bij rivieren en onder bomen of rotsen. Soms at ze een hele dag niets en bleef ze lopen. Als voorbijgangers haar vroegen waarheen zij onderweg was, vertelde zij het hen, en sommigen maakten zich uit de voeten uit angst dat zij gek was, weer andere baden voor haar, omdat zij ook een kind aan het monster verloren hadden. Nirel liep met gebogen hoofd voort. Tenslotte bereikte zij de berg waarop de burcht van de demon stond. Zij was zo begerig om haar zoektocht te voltooien dat ze niet rustte en onmiddelijk aan de beklimming begon. Haar kleren aan flarden, blootsvoets met bebloede voeten, haar haar onder het stof, maar met een ongebroken wil. De scherpe rotsen reten haar voetzolen open. Heftige windvlagen vaagden haar zowat van de berghelling. Maar ze bleef klimmen, tot ze eindelijk voor de zware poort van de burcht van het monster stond.

Het monster schreeuwde: “Welke waaghals is daar? Wat wil je?”  Nirel zei: “ik ben hier gekomen om je te doden. Een van ons beiden gaat vandaag sterven, hoe dan ook”. Even leek het erop dat het monster Nirel van haar sokken zou maaien en een eind aan haar leven zou maken met een enkele beet van zijn tanden, scherp als dolken. Maar er was iets wat het monster deed aarzelen. Misschien waren het de krankzinnige woorden van de oude vrouw. Misschien was het het uiterlijk van de oude vrouw, met haar kapotte kleren, haar bebloed gelaat, het stof dat haar van top tot teen bedekte, de etterende zweren op haar huid. Of misschien was het wel dat de demon in de ogen van de oude vrouw geen enkel spoor van angst ontwaarde.

“Mag ik vragen wat voor kwaads ik jou heb aangedaan dat mijn dood zou rechtvaardigen?”zei de demon. “Je hebt mijn liefste dochter van mij afgepakt”, antwoordde Nirel. “Zij was het dierbaarste wat ik op aarde had”. “Ik moet zeggen dat er een zekere bewondering voor je moed in mij opkomt” . “Jij weet niet wat moed is” zei Nirel. “Voor moed moet er iets op het spel staan. Ik heb niets meer te verliezen”. “Je hebt je leven te verliezen”. “Dat heb je me al afgepakt” zei Nirel.

Het monster wilde Nirel op de proef stellen en nam haar mee naar een tuin, zo mooi dat zij aan drie levens nog niet genoeg had gehad om zo`n mooie plek bij elkaar te fantaseren. Maar waar Nirel voor door de knieen ging, was de aanblik van kinderen die onbekommerd in de tuin renden en speelden. De ogen van Nirel zochten tussen de kinderen, en ten slotte vond zij naar wie zij op zoek was. Daar was zij! Haar dochter, Nieuw Begin, levend, en meer dan gezond! Ze was volwassener geworden, en haar haar was langer geworden dan Nirel zich kon herinneren. Nieuw Begin lachte blij, terwijl ze achter een paar vriendinnen aan rende.

“Ik heb je op de proef gesteld. Een liefdesproef. Een wrede beproeving, dat geef ik toe, en ik ben me bewust van de zware tol die jij ervoor betaalt. Maar je hebt het doorstaan. Dit is je beloning. En de hare” zei de demon. ” Je zegt dat je geen moed hebt, maar er was moed nodig voor wat jij gedaan hebt, voor de zware last die jij bereid was te dragen. Daar spreek ik mijn respect voor uit. Je dochter kan zich jou niet herinneren” , vervolgde het monster. “Dit is nu haar leven, en je hebt zelf gezien hoe gelukkig ze is. Op een dag, als zij een volwassen vrouw geworden is, mag ze vertrekken als zij dat wil, en er wordt haar geen strobreed in de weg gelegd. Ik denk dat zij vele levens zal beroeren met haar vriendelijke , zorgzame aard en dat zij mensen die in verdriet gedompeld zijn, geluk zal brengen”.

“Ik wil haar zien”, zei Nirel. “Ik wil haar mee naar huis nemen”.  “Wil je dat echt?” zei de demon. “Dan geef ik je een zandloper. Als het zand eruit weggelopen is, zal ik je vragen wat je besloten hebt. Als je haar meeneemt naar huis, kan zij hier nooit meer terugkeren. Maar als je daar niet voor kiest, kun jíj hier nooit meer terugkeren”.

“Ik neem haar mee naar huis” dacht Nirel meteen. Dat verlangde zij het meest van al, met elke vezel van haar wezen. Had zij zich dat niet voorgesteld in wel duizend dromen? Nieuw Begin weer vasthouden, haar wangen kussen en haar zachte handen en voeten. En toch… als zij Nieuw Begin mee terug naar huis nam, wat voor leven stond haar daar dan te wachten? Zou ik mezelf dat kunnen vergeven, dacht Nirel? Ze werd zo wanhopig dat ze de zandloper stuksmeet. “Je bent een wreed beest” zei Nirel tegen de demon. “Als je even lang als ik had geleefd” , zei het monster, “dan wist je dat wreedheid en goedheid schakeringen zijn van een en dezelfde kleur. Heb je een beslissing genomen?”

Nirel liep langzaam met gebogen hoofd naar de deur. “Je bent een goede moeder” zei het monster toen Nirel hem passeerde. “Neem dit mee” zei hij, en gaf Nirel een flesje met een donkere vloeistof. “Drink het onderweg naar huis op. Vaarwel”.

Toen Nirel eindelijk weer thuis was gekomen en te eten en te drinken had gehad, lag ze in haar huis, terwijl haar kinderen en plaatsgenoten haar de ene na de andere vraag stelden. “Waar ben je geweest, Nirel? Wat heb je gezien? Wat is er met je gebeurd?” Nirel kon ze niet beantwoorden, want zij kon zich niet herinneren wat er met haar was gebeurd. Zij kon zich niets van haar tocht herinneren. De tuin niet, de kinderen niet, en het meest van al herinnerde zij zich niet dat zij haar dochter Nieuw Begin had gezien tussen de bomen. Als iemand Nieuw Begin`s naam noemde, knipperde Nirel verward met haar ogen. “Wie?” zei zij. Ze wist niet meer dat ze ooit een dochter had gehad die Nieuw Begin heette.

Begrijp je dat het een daad van barmhartigheid was? Het drankje, dat haar herinneringen had gewist? Het was Nirels`beloning voor het feit dat zij de tweede proef van het monster had doorstaan. Verder valt er weinig te zeggen. Wat ik wel kan vertellen, is dat Nirel een hoge leeftijd heeft bereikt. En dat haar kinderen tijdens haar leven zelf vele kinderen kregen, en ieder van hen bracht Nirel groot geluk. En ik kan je ook vertellen dat er weleens nachten waren dat Nirel niet kon slapen. En in die nachten gleed zij uit bed, pakte haar stok en verliet het huis. Dan dacht ze na over haar lange leven, en sprak haar dank uit voor de gulle gaven en de vreugde die haar vergund waren geweest. Het zou verachtelijk zijn geweest om nog meer te willen. Ze zuchtte tevreden en luisterde naar de wind die uit het noorden kwam, en naar het tjilpen van de vogels.

Maar eens in de zoveel tijd meende zij ook een ander geluid te horen. Het was altijd hetzelfde, het rinkelen van een belletje. Ze begreep niet waarom zij zo`n geluid zou moeten horen, alleen in het duister. Zoals zij ook niet begreep waarom er altijd een golf door haar heen sloeg als zij het rinkelen ervan hoorde, iets als het einde van een trieste droom, die haar onverhoeds trof, als een onverwachte windvlaag. Maar dat ging voorbij, zoals alle dingen voorbijgaan. Het ging voorbij.

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Incest 1: uit de integratieve praktijk, casus 5

Ze vertelde mij, gedurende een periode van twee jaar sessies, het volgende..( deel 1 van 3)
“Ik leefde in een droom die vaak niet eens voor mezelf toegankelijk was, laat staan voor anderen.. Het probleem met mijn oom was dat van het monster met de twee koppen, het mes dat aan twee kanten sneed, en dus het meisje met de twee gezichten.
Mij is altijd verweten dat ik een ziekelijk gevoel voor zwarte humor heb, en ik geef toe dat het een beetje extreem is, misschien zelfs pervers. Ik houd er namelijk niet van om in een besmet vakje gestopt te worden, of om anderen te categoriseren.
Mijn ex zei altijd dat het bijna leek alsof er destijds twee van mij waren: eentje die stabiliteit en veel geborgenheid nodig heeft, en eentje die altijd in ontwikkeling is en verandering nodig heeft. Misschien was of is dat ook zo.
Mijn moeder zei dat ik in middenin m`n tienerjaren opeens vaag, ondoordringbaar, beangstigend voor hen was geworden. Dat ik daarvoor anders was geweest: gehoorzaam, en lief. Maar ik heb nooit iets anders gedaan dan denken aan “goed” zijn. Zelfs toen ik heel klein was, dacht ik al bij alles wat ik deed aan “goed” zijn.
Wat ik van haar niet begreep, is waarom ze het niet wilde zien… waarom ze niet wilde zien wat er zo overduidelijk aan de hand was. Ik wist als kind al dat ik het namelijk niet goed deed: iedereen zei dat met of zonder woorden tegen me, maar ik kon het niet helpen. Eerst probeerde ik voor m`n oom te verbergen dat ik het niet fijn vond zo innig te doen, tegen m`n zin al die dingen te doen die hij wilde dat ik deed. Maar toen hij gewoon bleef doorgaan en bleef komen, werd het zo vervelend dat ik alleen nog maar beleefd tegen hem was. Ik probeerde alles wat ik maar kon bedenken, maar ik wist niet wat mijn moeder wilde dat ik deed.
Ik was zelden tot nooit uit liefde aangeraakt, en al zeker niet door m`n moeder. Geslagen werd ik wel, keihard, op m`n blote billen. Als het ophield, kon ik me niet bewegen. Ik wilde wegrennen, maar ik kon me werkelijk niet bewegen. Ik bracht een raar geluid voort, als een verstikte snik.
Soms praatte hij heel aardig tegen me, en vaak gaf hij me geld. Ik vroeg me steeds maar af wat m`n moeder zou denken als ze wist hoe stout ik was geweest na al die keren dat ze me had gezegd lief te zijn. En ik maakte me zorgen over m`n broertje, die het toch ook niet kon helpen dat ik zo stout was geweest. Dus ging ik in het schuurtje zitten, gekastijd, net als in de bijbel. Het leek of ik daar uren zat. Ik weet nog dat ik mijn oom heel dankbaar was omdat hij er niets van zou zeggen tegen mijn ouders; dat wist ik gewoon zeker.
Ik wilde niet dat hij me zag of aanraakte als ik geen kleren aanhad, ik had het heel koud, ik bibberde, ik schaamde me voor mezelf. Toen kleedde hij me aan en hield me tegen zich aangedrukt, en hij zei telkens weer: “ik ben familie van je”. Terug op m`n kamer waste ik alles van me af, en begon een soort bezwerende mantras te prevelen.
Als er weer eens iets nieuws werd geprobeerd door m`n oom, dan hield ik daar niet van. Ik wist echter dat mijn oom altijd aardig bleef en z`n mond zou houden zolang ik niet ging huilen of klagen. Hij leerde me dat bepaalde dingen gedaan moesten worden, maar dat er nooit met anderen over mocht worden gesproken. Hij had me – zonder er amper een woord over te hoeven zeggen, bedenk ik me nu, hoe bizar – tot zwijgen en volstrekte trouw verplicht.
De zonde ( zo vatte ik dat als kind en tiener op) zat niet in het doen, maar in het praten erover!
Ik was zonder enige waarschuwing heel geleidelijk in een wereld van misbruik gegleden; het toegelaten misbruik door een rusteloze oom.
Ik speelde steeds minder met de kinderen uit mijn klas. Ik verstopte me vaak en had zoveel te verstoppen dat ik nauwelijks meer tijd voor spelen leek te hebben. Ik las veel in mijn bijbel en bracht daar menig manisch uurtje mee door. Ik was ten prooi gevallen aan een aantal irrationele angsten.

Ik had een manier ontdekt om alles wat pijn deed als ik met mijn oom was, te vergeten, en alleen de plezierige momenten te onthouden; evenals de gevoelens van welbehagen die me zo nu en dan bekropen met hem bij mij. Toen begonnen de nachtmerries, die me dwongen om telkens opnieuw de dingen door te maken die ik me niet wilde herinneren. Als ik uit die boze dromen wakker werd, deed alles me erger pijn dan wanneer mijn oom er echt was. Soms lag ik in bed te fantaseren hoe ik op een dag zou worden zaligverklaard vanwege de offers die ik had gebracht en mijn geduld. Op een dag ( zo dacht ik ) zou mijn goedheid worden erkend en zouden de mensen tegen me zeggen dat ik het goed had gedaan……”  Wordt vervolgd.

Geplaatst in de tragedie van ware liefde, ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, Gezondheid en welzijn, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ontspanning en kiezen voor jezelf, pedagogiek, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, sex, zelfveroordeling en -vergeving | 2 reacties

Must-Reads bij Parental Alienation Syndrome ( PAS/ouderverstoting)

Naar aanleiding van mijn vorige artikel heb ik een overweldigend aantal reacties, uitnodigingen, hulpvragen en verzoeken ontvangen..

Met gemengde gevoelens uiteraard. Aan de ene kant is het geweldig om te zien dat er vanuit hulpverleningsinstanties en overheden een roep om professionalisering op het gebied van het levensverwoestende Parental Alienation Syndrome op gang komt, en ben ik dolblij dat verstoten vaders en moeders het lef hebben ( want dat moet je hebben; het gaat gepaard met zoveel schaamte..) om uit hun verdomhoekje te komen, het taboe te doorbreken en eea bespreekbaar te maken. En o, wat zijn er geweldige initiatieven en een bereidheid om samen te werken hierin! Maar zo triest tegelijkertijd, om geconfronteerd te worden met de dagelijkse realiteit van ouders en kinderen/jongeren die hiermee worstelen..

Omdat ik ( nog) geen tijd heb gevonden voor een vervolgartikel, toch alvast een beknopt lijstje van boeken/artikelen die je eigenlijk zou moeten lezen, wil je doordringen tot de uiterst subtiele en complexe nuances van dit verraderlijke fenomeen. Hieronder volgt een ( zeker niet complete) opsomming, voor de gedreven geinteresseerden, professionals en betrokkenen. Ik zal op zo kort mogelijke termijn uittreksels/samenvattingen van deze boeken/artikelen trachten te publiceren, om eea toegankelijker/goedkoper te maken.

  1. Das elterliche Entfremdungssyndrom, Richard A. Gardner
  2. VerPASseerd ouderschap, Joep Zander
  3. Gemist vaderschap, Joep Zander
  4. The Alienated Child, Joan B. Kelly& Janet R. Johnston
  5. The Parental Alienation Syndrome, Richard A. Gardner
  6. The international handbook of parental alienation syndrome, R.A. Gardner& S.R. Sauber
  7. Adult children of parental alienation syndrome, Amy J.L. Baker
  8. Verloren kinderen, Gerard Wouters, Ph.D
  9. Caught between parents, C. Buchanan, E. Maccoby, S. Dornbusch
  10. Children held Hostage: dealing with programmed and brainwashed children, S. S. Clawar, B.V. Rivlin
  11. The parental alienation syndrome: an analysis of 16 selected cases, J. Dunne, M. Hedrick.
  12. Children of divorce who refuse visitation, J.R. Johnston
  13. The spectrum of parent alienation, part 1&2, D.C. Rand
  14. Kaat wil niet meer op bezoek, Ludo Driesen
  15. Can`t explain, Luke Matthews
  16. A kidnapped mind, Pamela Richardson
  17. Kinderen uit de Knel, Justine van Lawick
  18. Kinderen in spagaat, Leoniek van der Maarel

En in bredere zin zeker ook:

19. Door het oog van de familie, Else-Marie van den Eerenbeemt

20. Leren over leven in loyaliteit, M. Michielsen, W. van Mulligen

21. Kriegsenkel, Sabine Bode

22. Tussen geven en nemen, over contextuele therapie, I. Boszormenyi-Nagy e.a.

23. Invisible loyalties, reciprocity in intergenerational family therapy, I. Boszormenyi-Nagy, G.M. Spark.

24. Het werk van Byron Katie.

Vul de lijst gerust aan!

Geplaatst in Boeken, de tragedie van ware liefde, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, Levensbeschouwing, matters of the heart, pedagogiek, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | Een reactie plaatsen

“”””Sinds ik Psychologie studeer, en te maken heb ( of beter gezegd: helaas amper meer te maken heb..) met twee onherkenbaar veranderde meiden die aan het PAS-syndroom lijden, is het mij steeds meer gaan opvallen hoe enorm weinig know-how er in Nederland onder professionals bestaat over de complexe problematiek van het PAS-syndroom. En in bredere zin: de complexe materie van intergenerationele familie-problematiek.

Het PAS-syndroom is niet alleen moeilijk te definiëren, het is nog veel moeilijker vast te stellen en te behandelen. Het komt voor bij heel wat vechtscheidingen en mag beschouwd worden als een van de ergste loyaliteitsconflicten..

Zelfs toen ik navraag deed bij mijn connecties van het AMK/Bureau Jeugdzorg/Advocaten/Kindbehartigers/Psychologen, wisten slechts 1 advocate uit Amsterdam en 2 Kindbehartigers in heel Nederland exact waar hij/zij het over hadden…Tricky…

In mijn binnenkort te publiceren boek “Land of the Brokenwinged” worden in romanvorm uiterst diepgaand en nauwkeurig de verraderlijke en complexe finesses van zowel het PAS-syndroom alsook van ( vrijwel altijd daarmee samenhangend) intergenerationeel trauma ontleed.

Veel professionals verwarren de term namelijk nogal eens met de term “ouderverstoting”. Terwijl dit enkel een bijkomstigheid is van PAS…

Dus in mijn boek niks zielige verstoten ouders: in het geval van PAS zijn kinderen/adolescenten slachtoffer…en zonder het te beseffen tegelijk dader, wat hen voor de rest van hun leven kan verscheuren, zal verknippen, uit elkaar trekt…

Want om met Else-Marie van den Eerenbeemt ( of Nagy, kies maar) te spreken: je kunt je loyaliteit naar je ouders wel ontkennen, maar je zult deze band nooit kunnen verbreken..

Voor wie alvast iets meer wil weten, hieronder wat theorie over het PAS-syndroom.

Bij een geval van PAS heeft het kind zijn ouderpaar als het ware door-kliefd in een ‘geliefd’ en een ‘gehaat’ deel, aanduidingen die door Gardner ( de bedenker van de term PAS) bewust tussen aanhalingstekens worden gezet: “De gehate ouder wordt alleen ogenschijnlijk gehaat, er is nog veel liefde aanwezig. En de “geliefde” ouder wordt soms meer gevreesd dan geliefd.”

Het verstotingssyndroom gaat zich, volgens Gardner, ontwikkelen zodra het kind beseft dat er een strijd om gezag en zorg aan het ontbranden is. Om in die strijd een rol te spelen, begint het zijn eigen scenario van geringschatting en uitsluiting op te stellen.

Na enige tijd kan het kind ervan bezeten raken de ‘gehate’ ouder te kleineren, beschuldigen en uit te stoten – dat alles zonder aanleiding of om aanleidingen die in geen enkele ver­houding staan tot een levenslange afwijzing.

De gevolgen zijn rampzalig voor de ver­stoten ouder en voor het kind zelf.

Zij uiten zich in gedrags-, prestatie- en ont­wik­kelings­stoornissen die het verdere leven kunnen overschaduwen. Een kind met PAS program­meren is geestelijke kindermishandeling en volgens Gardner zelfs ingrijpender dan lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik. “Veel mensen die als kind mishandeld werden, konden over hun pijn en vernederingen heengroeien en dat geldt ook bij seksmisbruik al grijpen de gevolgen daarvan dieper in.

Maar wie een kind met een PAS programmeert, verbreekt de band tussen dat kind en de andere ouder voor het leven…

Bovendien krijgen PAS-kinderen problemen met het inschatten van de werkelijkheid.

Zij zijn ertoe geprogram­meerd dingen voor waar aan te nemen die totaal niet met hun eigen waarnemingen overeenstemmen.

Dat leidt tot verwarring, onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen, wantrouwen jegens mensen die iets anders zeggen dan de programmeerster en in ernstige gevallen tot een breuk met de werkelijkheid.

Beschadigde werkelijkheidszin is een van de kenmerken van een psychose.

Veel genoemd in verband met PAS-kinderen worden – paranoïde waanvoorstellingen en die kunnen jaren zoniet het hele leven aanhouden. … Dat alles neemt echter niet weg dat een PAS-kind, al kan het er weinig aan doen, verwordt tot dader ipv enkel slachtoffer.

Soms wordt hun zelfs ronduit psychopatisch gedrag aangeleerd: openlijk vijandelijkheid betuigen en zich van het gevolg daarvan voor het mikpunt niets aantrekkenopenlijk op snoeven dat het de andere ouder verstoten heeft, diep in zijn hart toch vaak een groot verlies ervaart.

Een eens geliefd en gewaardeerd mens (mama of papa – een kind kiest uit loyaliteit altijd partij voor de zwakste ouder) is uit zijn leven verwijderd…

Dat kan gevoelens van depressie oproepen zonder de vrijheid die te kunnen uiten.

Wat zich dan weer voortzet in aanpassingsmoeilijkheden op school en in de verstandhouding met anderen.”

“Ook de verstoten ouder is ondertussen slachtoffer: vaak wordt hij op een uitge­sproken sadistische manier geschoffeerd, geminacht, beschimpt en belasterd en door zijn eigen kinderen behandeld en gehaat alsof hij geen gevoel zou hebben…

Nu is bezeten haat vaak maar een dunne verhulling van diepe liefde.

Echte verwerping is neutraliteit, weinig of niet meer aan iemand denken.

Het tegendeel van liefde is niet haat maar onver­schillig­heid.

Hier neemt liefde echter de vorm van haat aan omdat kinderen zich tegenover hun ene ouder schuldig zouden voelen als zij openlijk liefde voor hun andere ouder zouden bekennen…

Daarnaast kunnen bij de vorming van PAS ook nog oorzaken meespelen als identificatie met de agressieve ouder, overneming (inductie) van haar gevoelens, eenzijdige idealisering en de kans vrijuit woede te kunnen luchten die onder normale omstandig­heden onderdrukt of in banen geleid wordt.

Identificatie met een agressor is een verschijnsel dat zich kan voordoen wanneer een zwakkere tegenover een overrompelende en dreigende partij machteloos staat.

Hij/zij kan de toestand dan proberen te beheersen door de kenmerken van de sterke over te nemen.

Als een razende vader voor de ogen van het kind de moeder staat te vernederen, dan kan het kind aan vaders` kant gaan staan omdat het bang is die uitbarstingen anders zelf over zich heen te krijgen.

Een ander geval was dat van een jongen die er herhaaldelijk bij was dat zijn vader zijn moeder gemeen sloeg. Om zich daar zelf tegen af te schermen verklaarde hij zijn moeder te haten en veel van zijn vader te houden: lief­des­verklaringen die wel meer met angst dan met genegenheid te maken hadden.

Een duidelijk symptoom van PAS is als men een kind als ‘geheel zelfstandig’ een mening laat zeggen die uit de ouder zelf voortkomt.

Bedoeld wordt b.v. die situatie waarin een ouder er bij het kind op blijft hameren dat het helemaal zelf beslissen mag of het naar de andere ouder toe wil. Het kind, dat maar al te goed aanvoelt hoe de program­merende ouder hier eigenlijk over denkt, zegt dan met nadruk dat het uit zichzelf niet wil.

“Hoe vasthoudender deze ouders worden, des te meer verharden de kinderen in hun weigering – niet uit een primair verlangen hun andere ouder niet meer te zien maar om niet tegen de programmerende ouder in te gaan.

Tegen elke poging van de verstoten ouder om bij de kinderen betrokken te blijven, wordt door de programmerende ouder en kinderen een muur opgetrokken.

Als men ziet om wat voor redenen kinderen de andere ouder of diens familie nooit van hun leven meer willen ontmoeten, dan wordt het maar al te duidelijk dat zulke kinderen wel geestelijk moeten scheefgroeien.

‘Ze zei altijd zo hard dat ik mijn tanden moest poetsen’; ‘Zij zei: ‘niet in de rede vallen’; ‘Oma verwent me: ze geeft me teveel speelgoed’; ‘Ik moet rustig zitten onder het eten’. ‘Ik mag pas televisie kijken als mijn huiswerk af is’; ‘Als ik piano gespeeld heb, klapt mama niet zo hard in zijn handen als mijn vader’; ‘Ik moet meehelpen mijn bed op te maken’; ‘Ik moest op mijn zusje letten terwijl zij boodschappen deed‘Ze behandelt me als een kind’. Enz. enz.

De programmerende ouder:

“Wat veel tot het verstotingssyndroom bijdraagt is om elke contactpoging van de gehate ouder als ‘lastig vallen’ te bestempelen.

De verstoten ouder blijft immers geregeld blijk geven van belangstelling door op te bellen, te appen, te proberen de kinderen te zien, cadeautjes te sturen enz. en wanneer dat door de programmerende ouder steeds als ‘lastig vallen’ wordt gebrand­merkt, gaan ook de kinderen het op de duur zo zien.

Elke bezigheid van de kinderen, hoe onbeduidend of willekeurig ook, is belangrijker dan de verstoten ouder.”

“Een echt liefdevolle ouder begrijpt heel goed hoe belangrijk ook de niet-zorgouder voor de kinderen is en de minachtingscampagne waarin deze ouders de kinderen meeslepen, is dan ook niet in het belang van het kind, maar een blijk van hun tekortschieten als ouder… Zij bereiken uiteindelijk een totale vervreemding van hun kinderen met de gehate exgenoot.

Dat deze zegepraal de kinderen geestelijk kan vernielen, is wat zij diep in hun hart misschien wel willen. En zij voelen dat zij dat door onophoudelijk vechten, programmeren en vervreemden ook kunnen bereiken.”

Programmerende ouders beschikken over zo’n indrukwekkend repertoire van manoeuvres dat het Gardner niet gelukt is dat in groepen onder te verdelen. “Dat zegt wel wat over de creativiteit van de mensen die al deze kunstgrepen verzinnen. En hoe schandelijk die ook zijn, vernuft kan men hun niet ontzeggen. Mijn lijst van hun manoeuvres zal dan ook nog wel blijven aangroeien. Zoals bekend worden de meeste uitvindingen gedaan in oorlogstijd en dit vechten om kinderen is oorlog. Waarin net als in een echte oorlog de voortbrengselen van het vernuft vooral vernietiging dienen.”

De verstoten ouder

Tegenover de programmerende ouder staat haar of zijn mikpunt: de verstoten ouder. Voor deze geldt dat zij/hij het altijd fout doet. Als ze aandringt om de kinderen te ont­moeten, wordt ze door de programmerende ouder en niet veel later ook door de kinderen beschuldigd van ‘lastig vallen’.

En als ze welbewust afstand neemt en niets doet in de hoop dat de kinderen zo tot bezinning zullen komen dan ‘laat ze hen in de steek’, ook weer een kreet die door de kinderen in hun verstotingscampagne kan worden opgenomen.

Vaak kan de programmerende ouder jarenlang ongehinderd doorgaan de kinderen met het PAS op te zadelen…

Therapeuten hebben in hun opleiding geleerd zich passief en begrijpend tegenover hun patiënten op te stellen…

Daarom kan de afgewezen ouder bij goedwillende maar onnadenkende therapeuten nogal eens raad verwachten in de trant van: “Niet te veel doen.

Als de kinderen ouder worden, zullen zij begrijpen hoe zij gehersenspoeld zijn en dan draaien zij bij”

Maar in werkelijkheid werkt de tijd juist in het voordeel van de programmerende ouder en zou de verstoten ouder dus de tegengestelde raad moeten krijgen.

Johnston heeft PAS-kinderen gevolgd tot hun jonge volwassenheid en vond dat de meesten van hen ook toen nog niets met de verstoten ouder te maken wilden hebben en aan hun houding van minachting en verwerping vasthielden.

De gedachte dat kinderen als zij ouder worden vanzelf tot ander inzicht komen, kan onmogelijk voortkomen uit ervaring.

Hoe langer het programmeren doorgaat, des te zwakker wordt namelijk de band met de verworpen ouder en des te onwaarschijnlijker een herstel van de omgang. En waar omgang maanden of jarenlang was stilgezet, is de verstandhouding niet meer te herstellen.

“Programmerende ouders zitten hun ex ook via de school dwars. Zij vragen de schooladministratie haar/hem geen informatie over de kinderen te geven , zelfs van ouderavonden, schooluitvoeringen e.d. uit te sluiten. Of de kinderen krijgen te horen dat als hij op de schoolavond komt, de moeder niet met hen meegaat. Tegenover de kinderen is dat weliswaar wreed maar programmeerders vallen, ondanks hun liefdesbetuigingen aan de kinderen, niet op door gevoeligheid voor wat die kinderen in werkelijkheid nodig hebben.”

“In onze tijd is het erg in de mode om slachtoffer te zijn en sommige mensen kunnen daar zelfs een ziekelijke voldoening aan ontlenen. Werkers in de gezondheidszorg zijn vertrouwd met het verschijnsel van de ‘beroepsslachtoffers’.

Helaas heeft dat er toe geleid dat men ook de door hun eigen PAS-kinderen verstoten ouders soms is gaan zien als mensen die op de een of andere manier hun slachtofferschap over zichzelf afge­roepen zouden hebben.

Naar mijn ervaring is dat echter niet zo…

Ik heb nu l5 jaar met PAS-gevallen te maken gehad en ben er nog niet een tegengekomen waarin de verstoten ouder zijn slachtofferzijn zelf in de hand gewerkt of bevorderd zou hebben.”

Gardner onderscheidt gradaties van het verstotingssyndroom: bij de ernstige gevallen zijn de programmerende ouders fanatiek en soms paranoïde.

Kenmerkend voor paranoia is het op een ander projecteren van ongunstige eigenschappen en gedachten die men in zichzelf niet erkennen wil.

Kenmerkend is ook wreedheid.

Zijnsloyaliteit

Kinderen hebben van nature een zijnsloyaliteit naar beide ouders toe. Dat is er gewoon, altijd. Ouders hoeven dat niet te verwerven. Als de ene ouder ernstig misbruik maakt van de liefde en loyaliteit (trouw) die een kind onvoorwaardelijk heeft naar beide ouders, met het doel om de liefdes- en opvoedingsrelatie tussen het kind en de andere ouder te verstoren, dan leidt dit bij een kind tot een gespleten loyaliteit.

Als kinderen hun loyaliteit naar een ouder opgeven is dat vrijwel nooit een vrijwillige keuze.

Figuurlijk gesproken bestaat een kind uit een vader- en een moederdeel.

Indien een van beide ouderdelen stelselmatig wordt afgekeurd door de andere ouder, dan ontstaat er bij een kind een gespleten loyaliteit.

Het druist totaal in tegen de natuur van het kind in om niet van zowel mama als van papa te mogen houden.

En ook om geen uiting te mogen geven aan hun liefde vanuit zijnsloyaliteit aan beide ouders, om geen omgang te mogen/kunnen hebben met een ouder.

Kinderen hebben recht op beide ouders.

Dat staat ook in het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Mogen kinderen dat niet, dan worden de kinderen belemmerd in hun natuurlijk verlangen daarnaar.

Niet het snijden doet zo`n pijn, maar het afgesneden zijn.

Als een kind in zo`n situatie verkeert met een bewust of onbewust indoctrinerende ouder, kan het kind bijna niet anders meer dan de zijnsloyaliteit te verloochenen.

Uit zorg voor die ouder kiest het kind juist voor deze kwetsbare ouder. De andere ouder wordt als schuldige gezien van het leed van de kwetsbare ouder.

Zij reageren vol weerstand, walging en soms zelfs geweld naar de andere ouder.

Zij verstoten die ouder, de omgang stopt, dingen recht willen zetten wordt niet toegestaan.

Het kind is beschadigd en elke dag dat dit verder gaat, neemt de beschadiging toe

Wat is PAS?

PAS is de afkorting van Parental Alienation Syndrome en staat voor ouderverstoting/oudervervreemding. Omdat PAS een tegennatuurlijk menselijk proces is, krijgt het kind te maken met allerlei klachten, fysiek en geestelijk, op school, en zij uiten zich sterk in aangepast gedrag naar de indoctrinerende ouder. Het frustreren van contact met een ouder is het begin van ouderverstoting.

PAS heeft een boemerang effect op latere leeftijd, enkele uitzonderingen nagelaten.

PAS laat zich (met goede hulp) enigszins herstellen als beide ouders bewust zijn van de schadelijkhe gevolgen voor hun die zij met hun gedrag veroorzaken.

PAS is zeer schadelijk voor kinderen.

De gevolgen van PAS kunnen voor het kind zeer ernstig zijn, van kleinere psychische klachten tot depressie, identiteitsproblemen, het niet kunnen aangaan van eigen relaties, angst, depressie, drugs- of alcoholmisbruik, valse inschattingen van de werkelijkheid, verwarring, laag zelfbeeld.

Een kind dat zonder gewichtige reden een ouder verstoot, druist consequent in tegen de natuur en tegen zijn/haar eigenbelang. Zij zijn zich hiervan vaak niet bewust door de continue stroom van negatieve benvloeding die zij voor waarheid aannemen.

Het wijst op geestelijke ongezondheid als een kind dit aanneemt.

Hoe herkent u symptomen van PAS?

Laat je ten eerste niet misleiden door lasterverhalen die stelselmatig verteld worden door de ene ouder over de andere, of door een kind over een van diens ouders.

Wellicht is er sprake van gespleten loyaliteit en PAS.

Neem het in ieder geval niet direct voor zoete broodjes aan.

Meestal durft het kind niet meer aan de ene ouder aan te geven dat hij/zij naar de andere oudere wil.

Ondanks dat hij/zij het daar eigenlijk best wel leuk vindt.

Het kind kiest voor ‘rust’ en vermijding en spreekt zijn/haar verlangen naar de andere ouder niet meer uit.

Het kind is bang voor afwijzing of om voor een keuze gesteld te worden.

Zo`n kind draagt een masker, figuurlijk gesproken, en beweegt zich niet vrij.

Elk kind heeft er recht op ontlast te worden van een onterecht negatief ouderbeeld, omdat de last die het kind daarvan meedraagt zonder hulp levenslang destructief kan aanhouden.

Wat is loyaliteit nu eigenlijk? Doordat een kind zijn bestaan te danken heeft aan beide ouders kan het kind niet anders dan loyaal zijn aan hen beiden. Loyaliteit is een bindend fenomeen, waarbij dus de primaire loyaliteit bij de geboorte al ontstaat. Dit wordt de verticale loyaliteit genoemd en kan niet worden verbroken. Wel kan ze worden ontkend.

Daarnaast is er onderscheidt in horizontale loyaliteit. Dit ontstaat als ouders het kind verzorgen en opvoeden. De primaire loyaliteit wordt dus in de loop van de jaren uitgebouwd en verdiept, waardoor in feite een verworven loyaliteit ontstaat. Horizontale loyaliteit kan in tegenstelling tot de verticale loyaliteit wel verbroken worden.

Ouders raken vaak tijdens en na een scheiding verwikkeld in een machtsstrijd. Die machtsstrijd kan leiden tot grote loyaliteitsconflicten bij een kind. Er ontstaat namelijk een kruising tussen verticale loyaliteit en horizontale loyaliteit.

Het kind zit klem tussen beide ouders.

Een kind wat het gevoel heeft te moeten kiezen tussen ouders zit in een innerlijk conflict. Als een kind zijn/haar loyaliteit uit naar de ene ouder heeft een kind het gevoel de andere ouder te kort te doen en andersom. Dit kan leiden tot ernstige problemen bij een kind met als gevolg dat een kind zich onttrekt aan de loyaliteitsconflicten door de kant te kiezen van de andere ouder.

Loyaliteitsmisbruik is het gebruiken van emotionele toewijding van kinderen om zo kinderen dingen te laten doen om anderen schade toe te brengen.

Of kort samenge

vat: De trouw van kinderen misbruiken voor verkeerde doelen. Met name wordt dit gebruikt als de ene ouder misbruik maakt van de liefde en loyaliteit (trouw) van een kind met als doel om de opvoedingsrelatie tussen het kind en een voormalig partner te verstoten/vervreemden.

Dit kan er toe leiden dan kinderen zelf (of noodgedwongen ) een permanente haat ontwikkelen naar de eens zo geliefde ouder. Dit noemen we het ouderverstotingssydroom.

Acht specifieke kenmerken van het ouderverstotingssyndroom zijn:

1. Minachtingscampagne tegen de ouder waar het kind niet verblijft

Het kind laat voortdurend zijn/haar haat zien ten opzichte van de uitwonende ouder. Er is sprake van PAS wanneer het kind een

bijdrage heeft aan de lastercampagne.

2. Zwakke of onzinnige redenen voor deze minachting

Hoewel het vaak gaat om ouders met goede ouderschapskwaliteiten en waarbij voor de scheiding sprake was van een liefdevolle relatie met het kind, probeert het kind zijn/haar gedrag te rechtvaardigen door bijvoorbeeld te zeggen: “ze doet altijd zo emotioneel”

3. Het ontbreken van ambivalente gevoelens (de ene ouder is goed, de andere slecht)

De slachtofferouder heeft volgens het kind alleen maar negatieve kenmerken terwijl aan de programmerende ouder alleen maar positieve kenmerken wordt toegeschreven. Het kind kan zelfs beweren dat het alle plezierige momenten met de slachtofferouder is vergeten

4. Een nageprate ‘geheel eigen mening‘ van het kind

Het kind beweerd dat de ideeën van hem of haarzelf zijn. Vaak gebruiken deze kinderen woorden en zinnen van de programmerende ouder

5. Reflexmatige steun aan de status-quo-ouder in het ouderconflict

Dit kan zo ver gaan dat een kind overtuigende bewijzen van een ander afwijst. Het kind gelooft dat de programmerende ouder een ideaal persoon is die geen kwaad kan doen of denkt dat de programmerende ouder de zwakste van de twee ouders is die verdediging nodig heeft.

6. Afwezigheid van schuldgevoelens

Het kind verdedigt zijn/haar gedrag door te stellen dat het een slechte ouder is en niet verdient hem/haar te zien.

De slachtoffer-ouder heeft de keuze om een dergelijke behandeling te tolereren of juist te vermijden met als gevolg het contact met het kind verliezen. Vaak kiezen ouders voor de laatste optie.

7. Letterlijk citeren van onbegrepen woorden

Het kind gebruikt zinnen en ideeën die zij aanleren van de programmerende ouder. Dit kan afgeleid worden uit de woorden of zinnen die niet bij het kind passen.

8. Uitbreiding van de vijandschap tot de familie van de gehate ouder

Het kind verbreekt het contact met voorheen dierbare familieleden. Stapje voor stapje wordt een complete helft van de familie van een kind “aan de kant gezet”.

Het PAS-kind

Bij een geval van PAS heeft het kind zijn ouderpaar als het ware door-kliefd in een ‘geliefd’ en een ‘gehaat’ deel, aanduidingen die door Gardner bewust tussen aanhalingstekens worden gezet: “De gehate ouder wordt alleen ogenschijnlijk gehaat, er is nog veel liefde aanwezig. En de geliefde ouder wordt soms meer gevreesd dan geliefd.”

Het verstotingssyndroom gaat zich, volgens Gardner, ontwikkelen zodra het kind beseft dat er een strijd om gezag en zorg aan het ontbranden is.

Om in die strijd een rol te spelen, begint het zijn eigen scenario van geringschatting en uitsluiting op te stellen.

Na enige tijd kan het kind ervan bezeten raken de ‘gehate’ ouder te kleineren, beschuldigen en uit te stoten – dat alles zonder aanleiding of om aanleidingen die in geen enkele ver­houding staan tot een levenslange afwijzing. De gevolgen zijn rampzalig voor de ver­stoten ouder en voor het kind zelf. Zij uiten zich in gedrags-, prestatie- en ont­wik­kelings­stoornissen die het verdere leven kunnen overschaduwen.

Een kind met PAS program­meren is geestelijke kindermishandeling en volgens Gardner zelfs ingrijpender dan lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik. “Veel mensen die als kind mishandeld werden, konden over hun pijn en vernederingen heengroeien en dat geldt ook bij seksmisbruik al grijpen de gevolgen daarvan dieper in.

Maar wie een kind met een PAS programmeert, verbreekt de band tussen dat kind en de andere ouder voor het leven… Jongens hebben echter een vader nodig als rolvoorbeeld en meisjes een vader voor hun beeldvorming van de man. En op dezelfde manier hebben meisjes een moeder nodig als rolvoorbeeld en jongens een moeder voor hun beeldvorming van de vrouw. Kinderen van beide geslachten hebben ouders van beide geslachten nodig om te leren hoe zij in hun leven met mensen van beide geslachten moeten omgaan…

Bovendien krijgen PAS-kinderen problemen met het inschatten van de werkelijkheid. Zij zijn ertoe geprogram­meerd dingen voor waar aan te nemen die totaal niet met hun eigen waarnemingen overeenstemmen. Dat leidt tot verwarring, onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen, wantrouwen jegens mensen die iets anders zeggen dan de programmeerster en in ernstige gevallen tot een breuk met de werkelijkheid. Beschadigde werkelijkheidszin is een van de kenmerken van een psychose.

Veel genoemd in verband met PAS-kinderen worden – paranoïde waanvoorstellingen en die kunnen jaren zoniet het hele leven aanhouden. … Dat alles neemt echter niet weg dat een PAS-kind, al kan het er Soms wordt hun zelfs ronduit psychopatisch gedrag aangeleerd: openlijk vijandelijkheid betuigen en zich van het gevolg daarvan voor het mikpunt niets aantrekkenopenlijk op snoeven dat het de andere ouder verstoten heeft, diep in zijn hart toch vaak een groot verlies ervaart. Een eens geliefd en gewaardeerd mens is uit zijn leven verwijderd…

Dat kan gevoelens van depressie oproepen zonder de vrijheid die te kunnen uiten. Wat zich dan weer voortzet in aanpassingsmoeilijkheden op school en in de verstandhouding met anderen.”

“Ook de verstoten ouder is ondertussen slachtoffer: vaak wordt hij op een uitge­sproken sadistische manier geschoffeerd, geminacht, beschimpt en belasterd en door zijn eigen kinderen behandeld en gehaat alsof hij geen gevoel zou hebben…

Nu is bezeten haat vaak maar een dunne verhulling van diepe liefde.

Echte verwerping is neutraliteit, weinig of niet meer aan iemand denken.

Het tegendeel van liefde is niet haat maar onver­schillig­heid. Hier neemt liefde echter de vorm van haat aan omdat kinderen zich tegenover hun ene ouder schuldig zouden voelen als zij openlijk liefde voor hun andere ouder zouden bekennen…

Daarnaast kunnen bij de vorming van PAS ook nog oorzaken meespelen als identificatie met de agressieve ouder, overneming (inductie) van haar gevoelens, eenzijdige idealisering en de kans vrijuit woede te kunnen luchten die onder normale omstandig­heden onderdrukt of in banen geleid wordt.

Identificatie met een agressor is een verschijnsel dat zich kan voordoen wanneer een zwakkere tegenover een overrompelende en dreigende partij machteloos staat. Hij/zij kan de toestand dan proberen te beheersen door de kenmerken van de sterke over te nemen. Als een razende vader voor de ogen van het kind de moeder staat te vernederen, dan kan het kind aan haar kant gaan staan omdat het bang is die uitbarstingen anders zelf over zich heen te krijgen.

Een ander geval was dat van een jongen die er herhaaldelijk bij was dat zijn vader zijn moeder gemeen sloeg. Om zich daar zelf tegen af te schermen verklaarde hij zijn moeder te haten en veel van zijn vader te houden: lief­des­verklaringen die wel meer met angst dan met genegenheid te maken hadden.

Een duidelijk symptoom van PAS is als men een kind als ‘geheel zelfstandig’ een mening laat zeggen die uit de ouder zelf voortkomt.

Bedoeld wordt b.v. die situatie waarin een ouder er bij het kind op blijft hameren dat het helemaal zelf beslissen mag of het naar de andere ouder toe wil. Het kind, dat maar al te goed aanvoelt hoe de program­merende ouder hier eigenlijk over denkt, zegt dan met nadruk dat het uit zichzelf niet wil.

“Hoe vasthoudender deze ouders worden, des te meer verharden de kinderen in hun weigering – niet uit een primair verlangen hun andere ouder niet meer te zien maar om niet tegen de programmerende ouder in te gaan.

Tegen elke poging van de verstoten ouder om bij de kinderen betrokken te blijven, wordt door de programmerende ouder en kinderen een muur opgetrokken.

Als men ziet om wat voor redenen kinderen de andere ouder of diens familie nooit van hun leven meer willen ontmoeten, dan wordt het maar al te duidelijk dat zulke kinderen wel geestelijk moeten scheefgroeien. ‘Hij zei altijd zo hard dat ik mijn tanden moest poetsen’; ‘Zij zei: ‘niet in de rede vallen’; ‘Oma verwent me: ze geeft me teveel speelgoed’; ‘Ik moet rustig zitten onder het eten’. ‘Ik mag pas televisie kijken als mijn huiswerk af is’; ‘Als ik piano gespeeld heb, klapt mama niet zo hard in zijn handen als mijn vader’; ‘Ik moet meehelpen mijn bed op te maken’; ‘Ik moest op mijn zusje letten terwijl zij boodschappen deed‘Ze behandelt me als een kind’. Enz. enz.

De programmerende ouder

“Wat veel tot het verstotingssyndroom bijdraagt is om elke contactpoging van de gehate ouder als ‘lastig vallen’ te bestempelen. De verstoten ouder blijft immers geregeld blijk geven van belangstelling door op te bellen, te appen, te proberen de kinderen te zien, cadeautjes te sturen enz. en wanneer dat door de programmerende ouder steeds als ‘lastig vallen’ wordt gebrand­merkt, gaan ook de kinderen het op de duur zo zien. Elke bezigheid van de kinderen, hoe onbeduidend of willekeurig ook, is belangrijker dan de verstoten ouder.”

“Een echt liefdevolle ouder begrijpt heel goed hoe belangrijk ook de niet-zorgouder voor de kinderen is en de minachtingscampagne waarin deze ouders de kinderen meeslepen, is dan ook niet in het belang van het kind, maar een blijk van hun tekortschieten als ouder… Zij bereiken uiteindelijk een totale vervreemding van hun kinderen met de gehate exgenoot.

Dat deze zegepraal de kinderen geestelijk kan vernielen, is wat zij diep in hun hart misschien wel willen. En zij voelen dat zij dat door onophoudelijk vechten, programmeren en vervreemden ook kunnen bereiken.”

Programmerende ouders beschikken over zo’n indrukwekkend repertoire van manoeuvres dat het Gardner niet gelukt is dat in groepen onder te verdelen. “Dat zegt wel wat over de creativiteit van de mensen die al deze kunstgrepen verzinnen. En hoe schandelijk die ook zijn, vernuft kan men hun niet ontzeggen. Mijn lijst van hun manoeuvres zal dan ook nog wel blijven aangroeien. Zoals bekend worden de meeste uitvindingen gedaan in oorlogstijd en dit vechten om kinderen is oorlog. Waarin net als in een echte oorlog de voortbrengselen van het vernuft vooral vernietiging dienen.”

De verstoten ouder

Tegenover de programmerende ouder staat haar of zijn mikpunt: de verstoten ouder. Voor deze geldt dat zij/hij het altijd fout doet. Als ze aandringt om de kinderen te ont­moeten, wordt ze door de programmerende ouder en niet veel later ook door de kinderen beschuldigd van ‘lastig vallen’.

En als ze welbewust afstand neemt en niets doet in de hoop dat de kinderen zo tot bezinning zullen komen dan ‘laat ze hen in de steek’, ook weer een kreet die door de kinderen in hun verstotingscampagne kan worden opgenomen…

Volgens prof. Gardner is PAS een stoornis omdat ‘geen enkel kind door zijn genen geprogrammeerd is om een ouder af te wijzen die van dat kind houdt’.

De stoornis bestaat in ernstige gevallen uit paranoia.

Bovendien handelt een kind dat zonder reden een ouder verstoot, consequent tegen zijn belang in en ook dat wijst niet op geestelijke gezondheid.

Die verstoting ontstaat volgens Gardner wanneer de verzorgende ouder in het kind haatgevoelens tegen de andere ouder inbrengt, die vervolgens een eigen leven gaan leiden. Om dit alleen als ‘hersenspoelen’ aan te duiden, vindt Gardner te eenzijdig en passief: kenmerkend is juist dat de door de sociale omgeving opgeroepen krachten daarna in het kind een zelfstandige dynamiek ontwikkelen.

Link | Geplaatst op door | Een reactie plaatsen

Tijgeritus

Ik weet het zeker: als er iemand op de wereld onkwetsbaar is, dan is het mijn mama.
Als er iemand de wereld stuurt, dan is zij het.
Loopt er ergens op de wereld iets mis, mama komt er al aan om het te regelen.
Toen twee grote jongens een keer  het voetbalveld op kwamen fietsen om een  jongen zijn bal af te pakken, sprong mama er als een wilde tijger tussen en liet haar ogen fonkelen.Terwijl ze net daarvoor nog helemaal aan de andere kant van het veld was met mij en mijn vriendjes.
En als om te bewijzen dat mama alles op de hele wereld regelt, deden die dolle grote jongens meteen precies wat zij zei.
Ze lieten de bal los, zeiden sorry tegen haar en de jongen, en fietsten allebei een andere kant op, voorovergebogen, alsof ze zich schaamden.
Mama keek naar mij op: met haar linkerhand hield ze de zon uit haar gezicht, met de rechter stak ze haar duim naar me omhoog.
Mama is vet populair bij mijn vrienden.
Mijn mama heeft ook een paar haren onder haar neus, en ik denk dat zij ze allemaal apart kan bewegen.
Volgens mij zijn het tastharen. Zoals bij een kat of een muis.
Tastharen – dat zou verklaren waarom mama zo apart is; want als je de hele tijd meer en andere dingen voelt, tasthaardingen dus, dan kun je natuurlijk niet net zo zijn als andere mensen.

Mama moet drie maanden naar het ziekenhuis omdat haar rug al heel lang kapot is en nooit meer beter wordt.
En mijn opa en oma  gaan dit jaar dood en in een kistje.
En dat is allemaal de schuld van de man, waarvan ik de naam niet meer noem.
Ik heb hem al veel brieven geschreven om hem te zeggen dat hij van z`n luie kont af moet komen en moet ophouden zo achterlijk te doen.
Maar ik heb nog nooit antwoord van hem gekregen. De lafaard.
Ik gil en wacht tot de man iets doet, het is zijn taak om iets te doen, en dan doe ik gewoon niet mee met wat hij doet.
Gewoon om hem te laten zien dat ik niet meer aan zijn kant sta na wat hij heeft geflikt.
En dan moet de man het eindelijk maar eens begrijpen, hij moet in huilen uitbarsten, zijn hart moet verschrompelen als een madeliefje in de magnetron, hij moet mij zien en in mij alles zien wat hij kapot heeft gemaakt.
En hij moet op zijn knieen vallen en om vergeving smeken en alles weer goedmaken.
En hij moet niet lachen en alleen maar met zichzelf bezig zijn en met al die stomme dingen die hij zo belangrijk vindt.
En hij moet mij niet in zijn armen nemen; maar dat doet hij in mijn gedachten wel.
Toch hou ik mooi niet op met gillen.
Mama zei laatst bulderend van het lachen: “Savoir Vivre!”. Ik vroeg haar wat dat is.
Mama zei dat het Frans is, en een soort levensfilosofie. Een motto, een houding. “Zoiets als de strijdkreet van de snappers!”
“De snappers?” vroeg ik.
“Ja”, zei mama, “degenen die het gesnapt hebben”.
“Wat gesnapt hebben?” wilde ik weten.
“Het leven natuurlijk!” proestte mama het uit. “Als je een gelukkig mens wilt zijn, moet je wel weten hoe je het leven moet opvatten. En deze twee woordjes zijn een oproep, een bevel zelfs! Om altijd het leven te onderzoeken, alles uit te proberen. Je moet erachter zien te komen wat je wilt en waarom, en dan moet je recht op je doel af gaan, met alle mankementen die je hebt. En het belangrijkste is dat je onderweg zo veel mogelijk plezier hebt, dat je geniet en het kleine begrijpt, het simpele ziet, het petieterige liefhebt, niet alleen het allersupermegamooiste wilt, maar al blij bent met heel weinig en je verheugt op wat komen gaat.
En dat je, als er eens een keer iets stoms gebeurt, het niet persoonlijk opvat, maar je schouders ophaalt en erom lacht”.
En ze lachtte weer. Mama lacht altijd keihard.
Mijn mama is de warmste vrouw van de wereld. Er hangt een gloed om haar heen die ik uit duizenden zou herkennen, heerlijk warm en ook met een heel eigen geur. Ik lig naast haar op bed, ze aait me over mijn hoofd.
Ze vraagt me wat er aan de hand is, maar ik kan nog niet praten.
Ik kan alleen maar trillend van woede op bed liggen.
Mama`s rug wordt nooit meer beter en opa en oma gaan dood.
“Hij heeft alles kapotgemaakt mama”, fluister ik, “hij had toch al alles kapotgemaakt en nu heeft hij alles nog kapotter gemaakt”.
Mama kijkt me lang aan; ze legt mijn hoofd op haar borst en slaat haar armen eromheen. Ik hoor haar hart kloppen.
“Wees niet zo hard voor hem” zegt mama, en ik kan mijn oren niet geloven.
“Als ik niet hard voor hem ben, is niemand hard voor hem. Jij blijft altijd maar zo aardig voor hem, maar hij is een stommerik die alles kapotmaakt, een man zonder naam, hij heeft zijn kans gehad maar die heeft hij verknald!”.
En daar begint het weer. Het tintelt in mijn voeten, trekt in mijn teennagels, raast in mijn knieen, kriebelt in mijn keel, jeukt aan mijn tong en dondert en bliksemt achter mijn ogen.
Ik groei uit mijn kleren, mijn woede maakt koprollen in mijn borst, en op mijn rug knokken duizend wilde wolven.
Ik wil grauwen en knauwen, ik wil happen en trappen en de regels aan mijn laars lappen,
ik wil krabben, rennen, springen, stampen.
Ik wil huilen, schelden, schreeuwen, tieren, ik wil iets kapotmaken, erop springen, spugen, het vermorzelen en vermalen, inslikken en verteren, uitbraken en begraven.
Mama neemt me mee naar het Reuzenbos.
Ik ren het bos in, en die beeft onder mijn klauwen; ik maai met mijn armen en benen, stamp zo hard ik kan, schop tegen deuren – en dan stilte.
Als ik de tijgeritus krijg, zwellen mijn spierballen op, en zijn mijn aderen net tuinslangen, waar het bloed door pompt zoals bij de Oekraiense gewichtheffers die driehonderd kilo optillen. Er komen bergen spieren op, ook in mijn schouders en benen: ik krijg tijgerkracht.
Ik ruk bomen uit de grond ( of in elk geval graspollen, echt van die grote!), ik graaf en graaf, mijn woede groeit mij huizenhoog boven het hoofd, zwelt aan tot een reuzengolf, een tijgerbeving, een tijgernami, een tijgerkaan, een tijgerramp.
Dat meisje, zeggen de mensen, is een natuurkracht zoals ze daar door het bos rent te razen en te tieren. Tranen stromen, muren wankelen, vogels vluchten, donderwolken pakken zich samen. Het moet eruit, alles moet eruit, de hele woeste woede.
Ik weet dat mama de man wil beschermen.
Zo is mama, ze wil altijd iedereen om zich heen beschermen, alles voor iedereen doen,
en ze zoekt altijd de fout bij zichzelf, zo is ze.
Mama, die altijd alles van iedereen begrijpt omdat ze zich in anderen kan verplaatsen, die altijd snapt waarom anderen doen wat ze doen.
Daarom is ze ook psycholoog.
Ze wordt nooit boos op mij, ook niet als ik de tijgeritus krijg, omdat ze weet dat ik er niets aan kan doen.
Dan heeft ze gewoon een recept om het probleem op te lossen.
Alleen heeft ze deze keer denk ik geen goed recept, ook al doet ze van wel.
Ik ben toch niet achterlijk!
Normaal is mama`s vrolijkheid als roomboter, maar nu is haar vrolijkheid margarine: flauw en zonder smaak.
En zelfs nu nog begrijpt ze de man.
Maar genoeg is genoeg. Je kunt nou eenmaal niet altijd alles accepteren, soms moet je in actie komen; er komt een moment dat je het leven moet oprollen, in de puntenslijper moet steken en zeggen: DIT PIK IK NIET, wereldje!
“Het leven gaat door, liefje” , zegt mama glimlachend. Maar dat is niet waar: het leven gaat niet zomaar door, niet voor iedereen.
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen