Gevangenschap; uit de Integratieve Praktijk 4

http://youtu.be/eZ_qdAwOkEU

De filosoof Foucault concludeert dat het strafsysteem vanaf de Middeleeuwen overwegend veranderd is van lijfstraffen naar controle over de geest. Of dergelijke gevangenissen een vooruitgang zijn ten opzichte van het oude systeem van lijfstraffen, betwijfelt hij echter. En wel omdat daarvoor in de plaats een verregaande vorm van geestelijke diciplinering is gekomen.

Ik sprak met een voormalig overvaller die ( een van de uitzonderingen) zijn leven na z`n gevangenisstraf  volledig op de rails heeft gekregen, studeerde, en naast zijn werk binnen een gelukkig huwelijk met twee kinderen functioneert. Hij stelt dat gevangenschap pas begint wanneer je vrijkomt, en zegt dat hij liever 8 jaar “gezeten” had dan bijna 4, op voorwaarde dat hij na die acht jaar daadwerkelijk in staat zou zijn een nieuwe toekomst op te bouwen, volledig “vrij” zou zijn. Z`n verhaal is triest ( en akelig herkenbaar), maar zo vol wilskracht en kwetsbaarheid..

Hij vertelde me dat het ( soms volledig onterechte, maar als machtsmiddel misbruikte) verblijf in isolatiecellen, in psychiatrische inrichtingen , streng-religieuze genootschappen en moderne strafinrichtingen (waar hij recent onderzoek naar gedaan heeft en op gepromoveerd is) ten doel heeft mensen psychisch kapot te maken. Gevangenis en gevangenisstraf vond hij prima en z`n verdiende loon. Maar in bovengenoemde plaatsen probeert men je naast je fysieke vrijheid ook je geestelijke vrijheid volledig af te pakken. Alles draait er om dicipline, diciplinering en diciplinaire maatregelen. Hoe je eet, wanneer je eet, met wie je eet, hoe laat; hoe je slaapt, wanneer, met wie; hoe je loopt… Elke weigering een bevel op te volgen wordt bestraft met sancties ( het lijkt godverdomme wel een reguliere basisschool, bedenk ik me opeens… nevernooit dat ik Sarah daaraan ooit zal blootstellen, over m`n lijk.. de overheid en de grote grijze kudde is ernstig ziek en ontspoord).

Ik moest hem vooral niet verkeerd begrijpen hoor, zei hij. Want een beetje dicipline kan beslist geen kwaad, en het meest positieve aspect aan het gevangenisleven was juist “een geregeld leven” leren leiden. Maar geestelijke diciplinering heeft in zijn beleving het tegenovergestelde doel, namelijk mensen psychisch kapot krijgen . Na een paar maanden kreeg hij een psychische terugval. Hij kreeg geen nieuws, wist soms niet of het dag of nacht was, en merkte dat hij in die isolatie steeds zwaardere prikkels zocht om te voelen dat hij nog leefde. Bij het inzetten van een teveel aan dicipline draait het volgens hem niet alleen om het beperken van je vrijheid, maar dat je totaal afstompt, en voorgoed de wil om te leven verliest (wat zou ik er wat voor over hebben wanneer ook docenten en ouders hiervan doordrongen zouden zijn voordat ze de aan hen toevertrouwde kinderen mentaal met de grond gelijk hebben gemaakt…)

Even terug naar Foucault: volgens deze wijze man bereik je met verregaande diciplinering dat mensen zich ook buiten de gevangenis ( of gezin, of kerk, of school – vul maar in) onvrij voelen. De geest is (nu weer m`n ex-crimineel aan het woord) namelijk een geweldige cipier. Zodra je de gevangenis hebt verlaten, voel je die geestelijke onvrijheid nog sterker dan in de gevangenis. Dat verklaart volgens hem misschien waarom gedetineerden vaak zo snel mogelijk terug willen naar de gevangenis, en een nieuw delict plegen. Pas achteraf kom je erachter dat je door en door geconditioneerd bent geweest; de momenten dat je je even  vrij voelde duurden maar kort en waren een illusie. Dit is volgens hem ook de reden dat gevangenen niet over hun gevangenschap willen praten: ze willen niet “twee keer zitten”.

Hij merkt aan zichzelf dat hij nu bepaalde emoties wel kan toestaan die hij in de gevangenis absoluut niet mocht of kon toestaan; en dat het daarom zo heftig is om erover te praten. De kans om in een depressie te schieten is volgens hem groot. Als je die gevoelens in de gevangenis (slash psychiatrische inrichting/isoleercel/ fundamentalistische religieuze instelling) toestaat ga je eraan onderdoor. Relatief veel gevangenen plegen zelfmoord, wat je als een teken van vrijheid kunt zien. Ze kiezen voor de dood, omdat ze niet meer gemanipuleerd willen worden, of vanuit schaamte.

Je moet dus in je gevangenis voor jezelf de vrijheid creeren die het je mogelijk maakt het psychisch vol te houden. Want juist door een gevoel van verbondenheid met een gemeenschap of ideologie ( al zou deze enkel in je verbeeldingskracht , je fantasie bestaan) kun je je vrijheid binnen de “gevangenis” behouden. Om je vrijheid te behouden is het volgens hem ontzettend belangrijk jezelf een doel te stellen ( in zijn geval: een studie).

Erover praten of schrijven heeft hij de eerste vijf jaar na z`n vrijlating niet gekund. “Dan had ik onmiddelijk een ernstige alcoholvergiftiging opgelopen of m`n polsen doorgesneden” . Nu kan het wel, maar het kost nog steeds veel moeite. En daaraan merkt hij dat er nog steeds aan hem getrokken wordt en hij – hoe “geslaagd” nu ook voor de buitenwereld – in die zin nog niet vrij is. “Ik heb het gevoel alsof er een machtige octopus met grote tentakels aan mij vastzit, en daar wil ik van loskomen”.

Hij zegt dat hij heel lang gevangen heeft gezeten in zijn eigen verdriet, pijn, frustraties. Hij vond zichzelf een slecht mens, een slechte zoon, een slecht burger.. Totdat hij erachter kwam dat zijn eigen pijn het vraagstuk helemaal niet was. Want bij de verwezenlijking van m`n vrijheid draait het niet alleen om mij, maar ook om die ander. Om anderen.. Ik moet ervoor kiezen – niet om m`n schuld te vereffenen of iets dergelijks – om het goede te doen. Juist die innerlijke verplichting heb ik ervaren als een enorme bevrijding, zo vertelt hij me. Wat zit de wereld toch vol met mooie mensen…

Advertenties
Geplaatst in ETHIEK! | Een reactie plaatsen

Onorthodoxe versie op de Verloren Zoon, deel 3

 

( lees eerst ff deel 1 en 2, haha).

De jongste zoon had dus in het vorige deel zijn thuis verlaten, trots en met veel geld, vastbesloten een eigen leven te leiden, ver van zijn vader en van alle mensen die hij thuis had gekend. Hij keert evenwel berooid terug: zijn geld, zijn eer, zijn zelfrespect, zijn reputatie…… alles heeft hij vergooid.
Hij heeft het hoofd van een gevangene, die geen naam meer draagt maar een nummer. Zijn voetzolen vertellen het verhaal van een lange, vernederende tocht. Maar ook in zijn diepste ontluistering klampt hij zich vast aan die waarheid dat hij nog altijd de zoon van zijn vader is.
Ik zie een man voor me die helemaal opging in de verworden cultuur van een “vreemd land”, die daar al zijn bezittingen verloor. Ik zie leegte, vernedering, mislukking. Hij is als een slaaf geworden. Wat was voor hem, los van alle materiele en lichamelijke consequenties, de innerlijke weerslag van het vertrek uit zijn vaderhuis?
Mij zegt dit: hoe verder ik wegloop van mezelf, van Liefde, des te minder ben ik nog in staat de stem te horen die mij waardevol en gewenst noemt. En des te slechter ik die (innerlijke) stem kan horen, des te meer raak ik verstrikt in de manipulaties en machtsspelletjes van deze wereld. Ik zal me vervolgens gaan afvragen of er wel iemand is die werkelijk om mij geeft, en zoeken naar deugdelijke argumenten voor mijn wantrouwen. Die liggen natuurlijk voor het grijpen. De wereld om me heen wordt daarop steeds donkerder in mijn beleving, m`n hart bezwaard, m`n lichaam vol verdriet; ik word een verloren ziel.
Ik kan me maar moeilijk ( oke, best wel een beetje, dankzij de complete verstoting uit de helse Pinkstergemeente) indenken wat het betekent om een volslagen vreemdeling te zijn en door niemand te worden gezien of herkend. Echte eenzaamheid ontstaat als we voor ons gevoel niets meer met een ander gemeen hebben.
Toen de jongste zoon door de mensen om hem heen niet langer als een menselijk wezen werd beschouwd ( bedankt, “uitverkorenen” van de Pinkstergemeente, om dit moedwillig bij een tienermeisje te doen), voelde hij de diepste eenzaamheid die men kan ervaren. Hij was echt verloren en die totale ontreddering bracht hem tot bezinning. Met een schok besefte hij zijn volslagen vervreemding. Hij was afgesneden van alles wat leven geeft. Wat deed hem op dit kritieke ogenblik voor het leven kiezen? De herontdekking van zijn diepste identiteit!
Juist het verlies van zijn waardigheid als zoon, bracht hem tot het besef van zijn ware identiteit. Pas toen hij van alles beroofd was, stootte hij op de onverwoestbare kern van zijn bestaansrecht. Hij moest eerst alles verliezen om voeling te krijgen met de grond van zijn bestaan. Op grond van dit besef koos hij het leven in plaats van de dood.
Een heel zwakke stem fluisterde me in, dat geen mens ooit in staat zou zijn mij de liefde te geven waarnaar ik hunkerde; dat vriendschap, intieme relaties , of zelfs het leven in een communiteit nooit in staat zouden zijn de diepste behoeften van mijn onberekenbare hart te bevredigen. Die zachte indringende stem sprak mij aan op mijn roeping, op de verplichtingen die ik op mij had genomen en op de vele talenten die mij toevertrouwd waren. Het was de stem van de Liefde. De angst om in de steek gelaten te worden kneep me zo de keel dicht, dat ik die stem maar moeilijk kon geloven. Wat die stem zei, leek bijna onmogelijk.
Maar daar, in de eenzaamheid, ging ik op weg naar huis: langzaam, aarzelend. En steeds duidelijker hoorde ik die stem, die mij vertelde dat ik bestaansrecht had, waardevol was. Het was een pijnlijke, maar hoopgevende ervaring. Ik kwam tot de kern. Want nog voortdurend ben ik geneigd te vergeten dat ik oke ben, precies zoals ik ben. En dan geef ik de touwtjes uit handen aan iets ( of iemand) buiten mezelf. Telkens als ik tegen mijzelf zeg: “ik ben niet goed, ik ben nutteloos, ik ben waardeloos, ik ben niet waard te worden bemind, ik ben niemand”.
Er gebeuren altijd wel dingen die je kunt aangrijpen als een zogenaamd bewijs dat je leven niet waard is geleefd te worden, dat jij niet waard bent gezien en gekend te worden. Het niet waard bent jezelf te respecteren en met respect bejegend te worden. Dat je anderen tot last bent, dat je een hopeloos geval bent. Veel mensen hebben een negatief zelfbeeld ( logisch ook, met al die VOORwaardelijke liefde). Ze storten zich nog maar eens extra op hun werk of in de oppervlakkige geneugten van luxe, overdaad en perversiteit, en houden zich op die manier lichamelijk nog in leven. Geestelijk zijn ze in feite dood. Ze geloven niet meer in hun eigen oorspronkelijke ( en onvervreemdbare! er bestaan geen hopeloze gevallen!) goedheid en de goedheid van anderen. Als je zover bent, overschreeuwt je zelfhaat de vriendelijke, zachte stem die je eraan herinnert dat je ALTIJD BEMIND WORD, los van elk succes en los van elke nederlaag.
De lange, vermoeiende tocht van de verloren zoon naar huis (naar zichzelf dus) was een reis vol schuldgevoelens, vol zorgen over de toekomst. De hele weg realiseerde hij zich hoezeer hij had gefaald. Tja: geloof in een totale, absolute vergeving en onvoorwaardelijke Liefde komt je niet aanwaaien…
De terugkeer van de verloren zoon zit vol dubbelzinnigheden. Hij reist in de goede richting, maar wat een verwarring! Hij is nog niet zover dat hij de onvoorwaardelijke liefde van zijn vader vertrouwt. Er is berouw, maar geen berouw in het licht van de onmetelijke liefde van de vader op het schilderij ( de ware kern van de zoon). Het is een berouw uit eigenbelang, omdat het hem er alleen om gaat te overleven. Hij stelt zich zijn vader voor als een vader die veroordeelt, die hem ich ongerust en schuldig zal laten voelen, die hem in de verdediging zal dringen. ( let op: dit zijn de hersenspinsels van de zoon, die we allemaal wel kennen).

Onderwerping aan zoiets of zo iemand schept geen echte, innerlijke vrijheid, maar wekt slechts verbittering en wrok. Een van de grootste uitdagingen van een mens is om vergeving te aanvaarden – met name vergeving van jezelf!
Want zolang je dat niet aanvaardt/doet, kun je altijd nog op een afstand blijven, rebelleren, verwerpen, staken, weglopen of klagen. Jezelf vergeven, anderen vergeven en vergeving aanvaarden is leven naar een tweede onschuld toe. Niet de onschuld van een baby, maar de onschuld die door bewuste keuzes wordt bereikt. In zo`n onschuld, zo`n pure manier van leven en zijn, kun je in ruimte en in vrijheid leven, zonder obsessies.

Hoe kun je mensen beschrijven die dit tweede kindschap, deze tweede onschuld hebben bereikt?

Ik ken slechts 4 voorbeelden ( jullie vast wel meer): Desmond Tutu, Patti Smith, de Dalai Lama ( valt jullie op dat deze gasten zichzelf niet al te serieus nemen, en heel veel humor hebben?) en – ik kan er niet omheen – de personen die worden beschreven in de zaligsprekingen uit de bijbel ( zoek zelf maar op waar die staan), uit de mond van Jezus.
Jezus vind ik ook een zeer coole gast: scherpe observaties, scherp taalgebruik, wars van hypocrisie, humor, speelsheid…

Neem maar van mij aan dat Jezus ook heden ten dage niet welkom zou zijn in welke kerk ook. Te weinig een braaf schaapje, TE echt..
Naast de schoonheid en heerlijkheid van de verlossing vertoont het schilderij van Rembrandt ook de afstandelijke kritiek van toeschouwers. Dat geeft aan het schilderij iets terughoudends. Dat maakt het onmogelijk om te denken dat er een snelle, romantische oplossing van het probleem van de verzoening zou zijn. De reis van de jongste broer kan niet los worden gezien van die van zijn oudere broer…….

DE OUDSTE ZOON IS BOOS….. Ik heb er urenlang naar gekeken en weet het zeker: de man rechts van het tafereel, staande, en wat mysterieus kijkend naar de vader, is de oudste zoon. De manier waarop hij daar staat te kijken naar het gebeuren, laat daarover ( voor mij) geen twijfel bestaan. Ik zie dit schilderij als een bondige samenvatting van geestelijke dilemma`s. De oudste zoon wordt afgebeeld op een moment dat hij nog kan kiezen voor of tegen de liefde die hem aangeboden wordt; en zo vertolkt Rembrandt een compleet innerlijk drama van de ziel. Je ziet een geestelijke worsteling.
Rembrandt zelf was – toen hij tijdens zijn laatste levensjaren De terugkeer van de verloren zoon schilderde – vertrouwd geraakt met zowel de verlorenheid van de jongste zoon als met de verwarring van de oudste. Beiden hadden behoefte aan genezing en vergeving. Beiden hadden de omhelzing van een vergevende vader nodig. Maar uit het schilderij blijkt dat de “terugkeer” van juist degene die thuis is gebleven ( de oudste zoon), de moeilijkste terugkeer is.
Ik ben gefascineerd geraakt door de gestalte van de oudste zoon. In eerste instantie – toen ik enkel naar de omhelzing van de vader en de terugkerende jongste zoon keek – zag ik het schilderij als een uitnodiging om ook zelf bij mezelf thuis te komen. Toen was het schilderij nog ontroerend en geruststellend tegelijk. Maar toen ik later echt het gehele schilderij bekeek, zag ik hoe complex de hereniging was. De oudste zoon, de belangrijkste waarnemer van het gebeuren, lijkt heel afstandelijk. Hij kijkt naar de vader, maar niet met vreugde. Hij is duidelijk niet van plan aan de verwelkoming deel te nemen.
De vader en de zoon worden gescheiden door een opvallende open ruimte, het symbool van een spanning die om een oplossing vraagt. Zal de zoon dichterbij komen en zijn broer omhelzen zoals zijn vader doet? Of zal hij weglopen, kwaad en vol weerzin? De oudste zoon zoals Rembrandt hem heeft geschilderd, lijkt erg veel op zijn vader.
Maar wat een pijnlijk verschil tussen die twee! De vader buigt zich over zijn terugkerende zoon. De oudste zoon staat stijf rechtop. De mantel van de vader is wijd en uitnodigend; die van de oudste zoon omsluit zijn lichaam. De vader spreidt zijn handen uit en raakt de thuisgekomen zoon aan in een zegenend gebaar; de handen van de oudste zoon zijn samengedrukt tegen de borst. Het licht op het gelaat van de vader doorstraalt zijn hele lichaam – in het bijzonder zijn handen – en overspoelt de jongste zoon met lichtende warmte. Dat van de oudste zoon is koud en kan de rest van zijn lichaam niet bereiken.
De gelijkenis die Rembrandt schilderde, zou heel goed “De gelijkenis van de verloren zonen” genoemd kunnen worden. Want ook de oudste zoon raakte verloren en op drift, hoewel hij thuisbleef. Naar buiten toe wekte hij de indruk dat hij deed wat van een goede zoon verwacht mag worden, maar innerlijk trok hij weg van zijn vader.
Vaak vraag ik mij af of het niet vooral de oudste zonen en dochters in een gezin zijn die aan de verwachtingen van hun ouders willen voldoen en als gehoorzaam en plichtsgetrouw beschouwd willen worden. Ze willen hun ouders zo graag een plezier doen en zijn vaak bang om hen teleur te stellen. Heel mijn leven heb ik een vreemde nieuwsgierigheid gekoesterd naar een leven vol ongehoorzaamheid, dat ik zelf ethisch niet vond ( en vind) passen, maar dat ik veel mensen om me heen wel zag leiden.Diep in mijn hart voelde ik zelfs af en toe afgunst tegenover dit soort eigenzinnige mensen.

Ook de oudste zoon van het schilderij zegt tegen zijn vader: “zovele jaren ben ik al in uw dienst en nooit heb ik uw gebod overtreden; maar mij hebt u nooit een geitebokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren”. In deze klacht zijn gehoorzaamheid en plichtsbetrachting een last geworden. Dienstbaarheid is verworden tot slavenwerk.
Er zijn veel oudste zonen en dochters die verloren zijn, al wonen ze voor het oog keurig netjes thuis. Deze verlorenheid kenmerkt zich door oordelen en veroordelen, door boosheid en wrok, door bitterheid en jaloezie. Niets is zo funest en zo schadelijk voor het hart dan juist deze verlorenheid.
Vaak denken we over verlorenheid in termen van uiterlijk zichtbare, zelfs spectaculaire handelingen of situaties. De jongste zoons` verlorenheid is heel doorzichtig ( oprecht zelfs), daarmee kunnen we ons makkelijk vereenzelvigen. Wat hij deed was verkeerd; dat wist iedereen, ook hijzelf. Hij kwam in opstand, maar zijn gedrag heeft iets ondubbelzinnigs. Toen hij besefte dat zijn handelswijze tot enkel doffe ellende leidde, kwam hij tot bezinning, keerde zich om en wilde hij vergeving gaan vragen.
De verlorenheid van de oudste zoon is echter moeilijker te onderkennen. Hij deed immers alleen wat goed en verstandig was! Naar buiten toe was de oudste zoon zonder fouten. Maar geconfronteerd met de terugkeer van zijn jongere broer, welden er duistere krachten in hem op, die tot uitbarsting kwamen. Plotseling zagen de mensen een heel ander mens: trots, arrogant, onsympathiek, onvergevingsgezind, wrokkig, zelfzuchtig.
Ik vraag me af wat meer schade toebrengt: wellust en losbandigheid of afgunst en wrok ( en weet het antwoord al). Er is zoveel wrok onder de “brave burgers” en de “fatsoenlijken”. Fatsoen en “beschaving” zoals ze in onze wereld gelden, zijn sowieso maar een dun laagje vernis van hypocrisie en schijnheiligheid. Een masker waar je ( ik iig) zo doorheen prikt. Er wordt zoveel geoordeeld en veroordeeld. Er heersen onder de zogenaamde voorbeeldige mensen zoveel vooroordelen. Er is zoveel ingehouden woede onder de mensen die zo vreselijk hun best doen niet te “zondigen” , niet hun gezicht te verliezen, niet buiten de boot te vallen.
Ik heb heel lang krampachtig mijn best gedaan om “goed” te zijn, om aanvaard en bemind te worden, voortdurend bang om toe te geven aan verleiding en bekoring. De onbedoelde gevolgen daarvan waren een toenemende ernst, een geweldige concentratie op de moraal ( ook al week die van mij wat af van de “heersende moraal” ). Ik werd minder vrij, minder spontaan, minder vrolijk. Omdat ik niet mijn eigen vrije authentieke zelf durfde zijn – uit angst voor afwijzing ( en die heb ik dan ook gekregen, haha!) .
In deel 4 keert ook de oudste zoon terug.

Geplaatst in de tragedie van ware liefde, ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, Gezondheid en welzijn, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ontspanning en kiezen voor jezelf, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | Een reactie plaatsen

Onorthodoxe versie van de Verloren Zoon, deel 2

( Lees eerst ff deel 1 hiervan, haha) Terugkeren impliceert eerst een vertrek. Achter de enorme vreugde waarmee de vader op Rembrand`s schilderij zijn zoon welkom heet, gaat het enorme verdriet schuil dat eraan voorafging. De achtergrond van het terugvinden is het verliezen.
Terwijl ik kijk naar deze liefdevolle en vreugdevolle terugkeer, moet ik de moed opbrengen om tastend op zoek te gaan naar het verdriet dat eraan vooraf ging.
Alleen als ik eerlijk onder ogen durf te zien wat het betekent om je thuis te verlaten, kan ik volledig begrijpen wat het betekent naar huis terug te keren.
Want het lijkt zo mooi: een gebroken mens die vol erbarmen wordt omhelsd, maar de enige schoonheid die onze gebrokenheid heeft, is de schoonheid van de erbarming die haar omsluit.
Feit is dat de zoon vertrok , lang voordat hij omkeert en teruggaat. Het verhaal wordt zo nuchter en eenvoudig verteld, dat je bijna ontgaat hoe verdomde ongehoord het is, wat er hier gebeurt. Wat deze zoon doet is grievend, beledigend en volkomen in tegenspraak met alles wat fatsoenlijk en respectabel heet.
De manier waarop de zoon vertrekt, komt neer op het dood wensen van zijn vader..
Wat betekent het als een kind zijn/haar erfdeel opeist terwijl de vader/moeder nog leeft? Ik heb het aan mensen wereldwijd gevraagd, en het antwoord was unaniem, altijd, heel nadrukkelijk, hetzelfde.
Zo`n verzoek betekent dat het kind de dood van zijn vader/moeder wil.
In feite zegt de verloren zoon dus: “vader, ik kan niet wachten tot je dood bent”.
Het vertrek van de zoon is dus veel kwetsender dan de lezer op het eerste gezicht zou denken. Het is een hardvochtige verwerping van het vaderhuis waar de zoon was geboren en opgegroeid….
“Hij vertrok naar een ver land” maakt hier duidelijk dat de zoon zichzelf op drastische wijze afsnijdt van zijn manier van leven, denken en handelen.
Zijn vertrek getuigt niet alleen van een stuitend gebrek aan respect, maar is in feite verraad aan alle waarden en normen van de familie. Het “verre land” is de wereld waar alles geminacht wordt wat thuis als heilig beschouwd wordt.
Rembrandt heeft 30 jaar eerder al een “terugkeer van de verloren zoon” getekend ( ets): die was nog vol actie en dramatiek. Het schilderij dat Rembrandt 30 jaar later – vlak voor zijn wegvliegen – gemaakt heeft, kenmerkt zich door een haast absolute stilte. Het aanraken van de zoon door de vader is als een eeuwigdurende zegen; het rusten van de zoon tegen de borst van de vader is als een eeuwigdurende vrede.
De beweging van de vader en de zoon spreekt van iets dat niet voorbijgaat maar eeuwig duurt.
Wat hier wordt bedoeld en uitgebeeld, is de ultieme Liefde en Barmhartigheid, met hun vermogen om dood tot leven te herscheppen.
Zo bekeken betekent het verlaten van het vaderhuis een ontkenning van de werkelijkheid dat ik ( en iedereen) met elke vezel van mijn bestaan aan de liefde (of het leven) toebehoor. Dat de liefde (of het leven, of wie/wat ook) mij vasthoudt in een eeuwige omhelzing, dat ik veilig ben…
Het huis verlaten is dus doen alsof ik nog geen echt thuis heb, en ver weg op zoek moet gaan om er een te vinden.
Thuis, dat is het centrum, de kern van mijn wezen, waar ik de nooit onderbroken stem van de liefde kan horen, en weet dat ik simpelweg niets te vrezen heb.
Als geliefde zoon/dochter hoef ik niet bang te zijn om te worden afgewezen, hoef ik niet zo nodig door andere mensen te worden bevestigd, hoef ik voor geen enkele confrontatie uit de weg te gaan, en kan ik troosten, waarschuwen en bemoedigen. Als geliefde zoon/dochter kan ik vervolging/smaad ondergaan zonder wraak te koesteren; en lof ontvangen zonder daarin het bewijs van mijn eigen goedheid te zien.
Maar telkens ging ik weg van huis. Ik ontvluchtte de zegende handen ( ik heb het hier echt niet over mijn ouders of letterlijke huis) en liep weg naar verafgelegen plaatsen; op zoek naar liefde! Dat is de grote tragedie van mijn leven en van het leven van zovelen die ik heb ontmoet.
Het klinkt ongeloofwaardig he, want waarom zou ik de plek verlaten waar alles wat een mens horen moet, ook gehoord kan worden? Liefde spreekt niet luidruchtig, niet opdringerig. Het is de trillende stem van een bijna blinde vader, die veel tranen heeft vergoten en duizend keer gestorven is.
Maar er zijn heel wat andere stemmen, luide stemmen, stemmen vol beloften. Die stemmen zeggen: “verlaat je huis en laat zien wat je waard bent!” Ze zeggen dat je succesvol, populair en machtig kunt worden als je laat zien dat je de roem en liefde van anderen “waard” bent. Ik ken deze stemmen ( je kunt ze ook je eigen demonen noemen) maar al te goed. Ze wekken de suggestie dat ik pas bemind zal worden als ik dat door veel inspanningen en door hard te werken heb verdiend.
Vanaf mijn prilste jeugd hoor ik deze stemmen al. Ze hebben mij nooit verlaten. Zij hebben mij toegesproken via mijn ouders, familie, sekteleiders, vrienden, leraren, collega`s, massamedia. “Alleen als je je best doet op school zul je het redden”. “Deze medailles bewijzen hoe goed je als speler bent!” “Laat je zwakke kanten niet zien, mensen zullen er alleen maar misbruik van maken! ” “Heb je wel de nodige voorzieningen getroffen voor je oude dag?” ” Als je niet meer productief bent, dan verliezen de mensen hun belangstelling voor jou!”
Hun waarschuwingen en woorden zijn welgemeend hoor. Maar in het beste geval zijn ze nog maar een beperkte, menselijke, zwakke uitdrukking van echte Liefde ( sommigen noemen dat je eigen kern, of het goddelijke, of het leven, of whatever). Als ik die eerste onvoorwaardelijke liefde vergeet, dan kunnen dit soort indoctrinaties gemakkelijk mn leven gaan beheersen. Als er sprake is van boosheid, wrok, jaloezie, wraakzucht, hebzucht, rivaliteit, dan is dat een duidelijk teken dat ik mijn ware thuis verlaten heb.
Ik ben zo bang om niet bemind te worden, zo bang om bekritiseerd, genegeerd, over het hoofd gezien, veronachtzaamd te worden, dat ik voortdurend strategieen ontwikkel om mijzelf te verdedigen en mezelf te verzekeren van de liefde die ik nodig heb. Maar terwijl ik daarmee bezig ben, zet ik steeds duidelijker mijn zinnen op “een ver land” .
De vraag die dus aan de orde is, is: “waar hoor ik thuis?” Er is maar weinig nodig om me op te beuren of neerslachtig te maken. De tijd en energie die ik besteed aan het bewaren van mijn evenwicht, maken duidelijk dat mijn leven in de eerste plaats een strijd is om te overleven. Mijn leven lijkt wel een heilige oorlog, gebaseerd op het vooroordeel dat de wereld/anderen mijn hele doen en laten bepalen.
Zolang ik blijf rondlopen met de vraag: “houd je ECHT van me?” geef ik mij gewonnen aan iets buiten mijzelf. Want er komt ( bijna) altijd een “ALS” op de proppen: “ja, ik hou van je ALS je een goede baan hebt, ALS je goede relaties hebt, ALS je je studie afmaakt, ALS je veel verdient”, etc.
Het diepe gevoel van verloren- zijn die deze voorwaardelijke liefde van mensen/ de maatschappij mij ( ik spreek telkens vanuit de positie van de jongste zoon he!) geeft, kan nog het beste omschreven worden als verslaving.
Door onze verslaving klampen we ons vast aan dingen die we beschouwen als middelen tot zelfontplooing: rijkdom, macht, status, aanzien, overvloedige consumptie, sex zonder liefde, middelenmisbruik, materialisme…
Zolang we echter in deze waan leven, blijven we ronddolen in “het verre land” op zoek naar iets wat daar nooit te vinden zal zijn.
Wat idioot eigenlijk he, hoe de meeste mensen hun gaven en talenten en passies niet ontplooien om zichzelf en de wereld gewoon een plezier te doen, maar ze juist gebruiken om anderen te imponeren, om te wedijveren voor beloningen, om bevestigd en geprezen te worden, om te concurreren of jaloezie op te wekken. Zo triest…
Het is dus rebellie die mij ertoe aanzet mijn leven te verkwisten in “een ver land”.
Wanneer ik nu opnieuw naar Rembrandt`s schilderij kijk, zie ik dat het gebeuren veel grootser is dan een louter erbarmend gebaar van een vader tav een eigenzinnige zoon. Wat ik hier zie gebeuren is dat er een einde komt aan de grote rebellie, en dat is werkelijk groots…
De vader op het schilderij heeft zijn armen nooit teruggetrokken ( wat een schril contrast met mijn eigen moeder!), zijn mededogen nooit afgekeerd van zijn kind, maar de vader kon zijn kind niet dwingen thuis te blijven.
Hij kon zijn geliefde zoon zijn liefde niet opdringen.

Hij moest hem in vrijheid laten gaan, ook al voelde hij de pijn die dat bij de zoon en hemzelf zou veroorzaken. ( ooit zal mijn oudste dochter, die ik reeds in 2013 ben kwijtgeraakt, dit verhaal begrijpen en de diepte van mijn ONvoorwaardelijke liefde beseffen. Ze haat zichzelf nu echter nog teveel om mijn liefde aan te kunnen).

Juist deze onvoorwaardelijke liefde maakte het voor het kind mogelijk zijn eigen leven te zoeken, te verliezen, en weer terug te vinden. De zegen van onvoorwaardelijke liefde blijft over jou uitgesproken – wie je ook bent.
N.B. WIE DIT VERHAAL WIL UITLEGGEN ALS CHRISTELIJK, KERKELIJK OF UIT DE BIJBEL GEGREPEN: Dit verhaal gaat niet over een of andere wel- of niet-bestaande god. Het gaat over medemenselijkheid, onvoorwaardelijk mededogen, en zelfinzicht.
Deel 3 gaat over de terugkeer van de zoon en de wrok van de oudste zoon.

Geplaatst in de tragedie van ware liefde, ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | Een reactie plaatsen

Zo klinkt mijn stem! ( smiley)

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Onorthodoxe kijk op de Verloren Zoon, deel 1

20170901_111714773_iOSHebben jullie het schilderij “De terugkeer van de verloren zoon” van Rembrandt wel eens gezien? Het hangt in het Hermitage in St. Petersburg.
Rembrandt stond vlak voor zijn wegvliegen ( ik geloof niet in “doodgaan”) toen hij dit schilderde. Ik zie het als een laatste uitdrukking van een heel bewogen en smartelijk leven.
Je ziet als het ware hoe de schilder zichzelf op het laatst zag als een oude man voor wie lichamelijke blindheid en een diep innerlijk schouwen nauw met elkaar verbonden zijn.
De manier waarop de oude vader zijn uitgeputte zoon omhelst, onthult een innerlijk schouwen dat doet herinneren aan de woorden: “gelukkig zijn de ogen die zien wat jullie zien”. Hij draagt in zich dat mysterieuze licht dat de vader in staat stelt echt te zien. Het is een innerlijk, diep verborgen licht, maar het straalt een allesdoordringende en tedere schoonheid uit…
Rembrandt stond in zijn jongere jaren bekend als een trotse man, overtuigd van zijn eigen genie, die veel om uiterlijk vertoon en luxe gaf, onverschillig voor de mensen om zich heen. Deze korte periode van succes, populariteit en rijkdom werd echter gevolgd door een periode van veel verdriet, tegenslagen en rampen. Het is ongelofelijk hoeveel tegenslagen Rembrandt te verwerken heeft gekregen.
Als ik van de wellustige Rembrandt ( 30 jaar eerder op een zelfportret met vrouw Saskia) naar de vader op “de verloren zoon” kijk, vind ik het een regelrecht wonder dat deze man zichzelf nu schildert als iemand die kijkt met de blik van een mens die het diepste geheim van het leven heeft gepeild.
Jaren geleden probeerde ik een glimp van de essentie van het leven ( of de Liefde, of hoe je het ook noemen wilt) op te vangen door zorgvuldig te kijken naar allerlei menselijke ervaringen van eenzaamheid en liefde, verdriet en vreugde, wrok en dankbaarheid, oorlog en vrede.
Ik trachtte de wisselvalligheden van de menselijke ziel te begrijpen, aan te voelen wat die honger is die enkel gestild kan worden door Liefde.
Ik probeerde het blijvende achter het voorbijgaande te ontdekken; het eeuwige achter het tijdelijke; de volmaakte liefde achter de verlammende angst; de volmaakte troost achter de troosteloosheid van hartzeer en doodsangst.
Maar vanaf de meest ingrijpende ervaring in mijn leven, het verlies van mijn oudste dochter, zomer 2013, werd ik onverbiddelijk geleid naar een plek binnenin mij, waar ik nog nooit eerder was geweest.
Daar mocht ik mij – al realiseerde ik mij dat pas veel later – geborgen weten in de omhelzing van een volmaakte liefde en zorg.
Daar ( en nee, ik heb het bepaald niet over een geloofsgenootschap of bekering, haha) kon ik eindelijk de vreugde en vrede ervaren die niets ter wereld mij geven kan. Gelukkig nam het leven zelf mij bij de hand.
Mijn overvolle drukke bestaan werd onderbroken door talloze emotionele en lichamelijke crises. Die dwongen mij – met een immense kracht – om “huiswaarts” te keren en de essentie te zoeken op de plaats waar deze te vinden is: in het diepst van mijn eigen hart.
De ontroering die zich van mij meester maakte bij het zien van Rembrandt`s schilderij, telkens wanneer ik keek naar de omhelzing van de zoon door de vader, was een onmiskenbaar teken dat ik wanhopig op zoek was naar dezelfde geborgenheid als die de jongen op het schilderij had gevonden. Achteraf ben ik dankbaar dat ik door alle innerlijke pijn heen meer zicht heb gekregen op die veilige, geborgen plek.
In eerste instantie identificeerde ik mij op het schilderij van Rembrandt met de jongste zoon.
Ik heb in mijn leven overal rondgezworven ( letterlijk op straat, niet dat luxe- hippe- rondtrekken-voor-een-jaartje), mensen met allerlei overtuigingen en levensstijlen ontmoet, deel uitgemaakt van een strenge sekte.
Maar nadat dit alles voorbij was, voelde ik mij ontheemd en moe.
Toen ik het tedere gebaar zag waarmee de vader de schouders van zijn jongste zoon aanraakt en hem aan zijn hart drukt, voelde ik heel diep dat ik die verloren jongste zoon was.
Totdat iemand tegen mij zei dat hij zich afvroeg of ik niet juist meer op de oudste zoon leek. Met die woorden opende hij een nieuwe ruimte voor mij. Om te beginnen: ik ben de oudste uit een gezin van meer kinderen.
Ik weet nog hoe ik vanaf zeer jong af aan voor met name mijn moeder zorgde, en voor zover ik kon met mijn kleine schoudertjes: voor enige vrede in huis tussen de immense dagelijkse ruzies door. En dat ik dat als een verantwoordelijkheid beschouwde: de oudste zijn hield een zekere plicht in jegens de anderen, en ook jegens je ouders.
Dat nam evenwel niet weg dat ik me vaak even radeloos en verloren voelde als de jongste zoon. Ik zag mezelf plotseling helemaal anders.
Nu pas gingen mij de ogen echt open voor mijn jaloezie, mijn boosheid, mijn lichtgeraaktheid, mijn koppigheid en nukkigheid en vooral mijn verholen trots. Nu zag ik pas goed hoe ik kon zeuren, hoezeer mijn gedachten en emoties werden beheerst door wrok.
Door innerlijke angsten overvallen kwam het zelfs zover dat ik me niet meer veilig voelde binnen mijn eigen gemeenschap en in alle alleenheid aan mijn innerlijke genezing ging werken. Ook toen bleek het gekwelde leven van Rembrandt een ware troost.
Ik ging zien hoe juist zijn hartverscheurende levensweg hem uiteindelijk in staat had gesteld de terugkeer van de verloren zoon op zo`n sublieme wijze uit te beelden.
Urenlang keek ik naar de prachtige tekeningen en schilderijen die hij had gemaakt, tussen al zijn inzinkingen, ontgoochelingen en verdriet door. Ik begon te begrijpen hoe onder zijn penseel de gestalte van een bijna blinde oude man kon verschijnen, die in een gebaar van vergeving en grenzeloos mededogen zijn zoon omhelsde.
Om Liefde ( of noem het god of de vader wat je wilt) in een zo nederige houding af te kunnen beelden, moet je zelf vele malen gestorven zijn en veel tranen vergoten hebben.
Weer later, toen een vriendin mij in mijn eenzame schuilplaats bezocht, zei ze tegen mij: “of jij nu de jongste of de oudste zoon bent, onthou donders goed dat jij uiteindelijk geroepen bent om de vader te worden, Rebek”.
Haar woorden troffen mij als een flits van inzicht. Het was nooit in mij opgekomen dat het uitgerekend de vader op het schilderij was die mijn levensroeping het meest volledig tot uitdrukking bracht.
Ik sputterde wat tegen, maar mijn vriendin wilde daar niets van horen: “je hebt je hele leven gehunkerd naar genegenheid en niets anders. Je hebt je voor 1001 dingen geinteresseerd. Je hebt alles gezien , alles meegemaakt.
Je hebt links en rechts gebedeld om aandacht, waardering en bevestiging. Nu is het tijd om gehoor te geven aan je werkelijke roeping en dat is: een ouder zijn die z`n kinderen welkom heet, zonder ook maar iets te vragen, zonder iets van hen terug te verlangen”.
Maar ik werd door angst overmand bij de gedachte dat ik aan het worden was zoals de oude man op Rembrand`s schilderij, die niets meer te verliezen had en die nu alleen nog maar kon geven.
Mijn eigen geliefde vader vloog een paar maanden geleden – in deze lente – echter weg ( jullie noemen dat: “overleed”) , en vlak daarna ook nog het kindje van mijn middelste dochter, mijn eerste en zo innig gewenste kleinkind….
En in bescheiden mate ben ik gaan beseffen wat het betekent een ouder te zijn die geen vragen meer stelt, die niets anders meer wil dan z`n kinderen thuis verwelkomen. Wat er ook gebeurd is….
In deel 2 meer over de jongste zoon.

Geplaatst in de tragedie van ware liefde, ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | 1 reactie

Ingewikkelde relaties!

Relaties die jou gek maken van woede en frustratie vinden hun oorsprong in een vorig leven ( denk ik dus he, haha), en ze komen het meest voor met mensen in je naaste familie – of als partner.

Het zijn mensen die jou telkens weer ergeren en kriegel maken ( hoewel het in mijn optiek ook zo kan zijn dat je in die ander iets ziet dat je in jezelf liever niet ziet, ondanks dat jij wel degelijk diezelfde eigenschappen in je draagt. Maakt dus geen bal uit of je in meerdere levens gelooft of niet: de boodschap blijft hetzelfde).

Dit houdt in dat je met de betrokkene vroegere levens hebt gedeeld, en dat jullie zijn teruggestuurd om jullie problemen nu eens vreedzaam op te lossen. Meestal heb je met deze persoon gestreden of moeilijke omstandigheden gedeeld in een vorig leven. Jullie zijn in dit leven teruggekeerd om te zorgen dat jullie het eea oplossen en jullie energie zuiveren.

Als je dat namelijk niet doet ( bv door halsstarrig onvergevingsgezind te blijven, de ander te blijven negeren , haten of rancuneus te blijven), zal er na je overlijden nonstop bij je op worden aangedrongen om met deze ziel opnieuw te incarneren .

En in ieder leven zal deze persoon in je meest nabije kring voorkomen. Je bent bij deze andere ziel gebracht zodat je hem/haar kunt vergeven ( niet te verwarren met diens daden goedkeuren). Het betekent dat je je ziel ontgift door je van woede/rancune jegens die persoon te bevrijden.
Je dient daarvoor dus je oude ( want reeds in een vorig leven ontstane) opgekropte giftige gevoelens los te laten. Oude woede/rancune vasthouden vreet aan je en is uiterst ongezond.

Je verspilt ook je tijd en energie als je die persoon de schuld geeft van familiedrama`s en je eigen boosheid.
Anderen beschuldigen ( het kan niet vaak genoeg gezegd worden volgens mij) is een projectie van je ego: je neemt niet zelf de verantwoordelijkheid voor je eigen schaduwkanten en egoproblemen, en je stopt ze in het mandje: “het is zijn/haar schuld!”.

Onthoud dat je niemand kunt sturen of veranderen behalve jezelf. Voor je eigen groei is het belangrijk dat je leert je rust te bewaren wanneer er sprake is van irritante en lastige relaties en omstandigheden. Op die manier leer je tevens een voorbeeld te zijn.

Zo`n “klote-relatie” kun je beschouwen als een soort eindexamen. Het biedt je de gelegenheid om alles wat je in dit ( en vorige) leven hebt geleerd in de praktijk te brengen, en invloed uit te oefenen op je toekomstige levens ( als je daar dus in gelooft, ik wel).
Het heeft iets van een held die de aartsvijand moet verslaan ( niet de ander dus, maar jouw eigen onvergevingsgezindheid) en al zijn/haar vaardigheden tegelijkertijd moet inzetten als krijger.

De volgende stap in het ontwarren van de kluwen is dat je gaat inzien dat het niet om de ander gaat, maar om jou en jouw groei ( en toekomstige levens).
Van jezelf houden en voor jezelf zorgen houdt in dat je je inspant om vreedzamere relaties te hebben ( zonder een deurmat te zijn of jezelf respectloos te laten behandelen overigens: integendeel!), nu en in de toekomst.

Hoeveel moeite jij ( je ego) ook met deze relatie mag hebben, als je hem zo laat blijven zal dat alleen maar erger worden. Jij hebt het in je macht om dat wiel stil te zetten.

De eerste stap om deze cirkel te doorbreken is verantwoordelijkheid nemen voor het feit dat deze relatie in je leven is ( ja, juist wanneer het om ouders/familie gaat, want ieder kind kiest z`n ouders zelf – maf he).
Je ziel heeft er voor je geboorte mee ingestemd bij deze persoon te zijn, omdat het nodig was voor je geestelijke vooruitgang.
Jezelf vergeven is dan ook de sleutel tot het helen van alles in alle richtingen.

Daarna is het tijd dat je de fantasie/illusie dat deze persoon zou moeten ( of kunnen) zijn zoals jij wenst of wilt, te laten varen. Jij bent niet de bron van de ander en je schrijft ook niet het levensscenario van wie dan ook.
Dit soort relaties lijken wel op touwtrekken. Het zijn vormen van machtsstrijd waarin de een de ene kant op trekt en de ander de andere kant. Niemand wint daarbij.

Maar als een van beiden het uiteinde van het touw loslaat ( door in eerste instantie zichzelf te vergeven dat ie aan dit getouwtrek is begonnen), komt er een eind aan de machtsstrijd. Vervolgens is het tijd om de ander te vergeven, oprecht, waarachtig en onvoorwaardelijk. Als je ook maar een beetje bereidheid hebt om dit te doen, hoef je maar om hulp te vragen ( van waar je ook maar in gelooft), en het zal je gaan lukken. Want dit is je ware aard namelijk: liefde!

Ik heb dit zelf reeds bij twee mij zeer nabije mensen ( met wie ik op z`n zachtst gezegd nogal een heavy geschiedenis had beleefd) mogen meemaken, en spreek dus uit ervaring: uiteindelijk blijft – als men bereid is te vergeven en het egootje of trots te doorzien als illusie, als iets dat geen deel uitmaakt van hun ware kern – enkel waarachtige LIEFDE over…!

Geplaatst in de tragedie van ware liefde, ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, Gezondheid en welzijn, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ontspanning en kiezen voor jezelf, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, wild en rebels, zelfveroordeling en -vergeving | 1 reactie

Assertiviteit voor hoog sensitieve personen deel 1: Grenzen Stellen

Wanneer iemand iets zegt of doet wat een reactie bij je oproept, is het heel belangrijk dat je erkent wat je denkt en voelt. Misschien merk je dat je maagspieren samentrekken, dat het zweet je uitbreekt, of dat je rood aanloopt van woede of juist schaamte. Ieder mens dat wordt geconfronteerd met ( echt danwel illusoir) gevaar, verdedigt zich. Dat is een natuurlijke respons, en daar is niets mis mee.
Echter: wanneer je heftige emoties voelt en de neiging hebt om direct te reageren ( in een opwelling een tirade af te steken, of juist meteen toe te geven om zo een conflict te vermijden ), is het enorm belangrijk om dat juist niet te doen en je even te onttrekken aan de situatie ( tenzij dat echt niet kan). Verzin desnoods de smoes dat je enorm nodig naar het toilet moet, zodat je je fysiologische reacties tot rust kunt brengen. Als je dit niet doet, kun je impulsief handelen en dingen zeggen ( te kruiperig of juist te boos) waar je later spijt van krijgt.

Ga eens eerlijk met jezelf in gesprek. Klopt je hart snel, haal je zeer oppervlakkig adem of zijn je gedachten explosief? Dan heeft de ander bij jou waarschijnlijk angstgevoelens losgemaakt. Je instinctieve reactie is dan ofwel “vechten” ofwel “vluchten”.
Terwijl je natuurlijk liever eerlijk tegenover jezelf en anderen wilt reageren zonder de situatie tot belachelijke proporties op te blazen.

Wanneer je conflicten vermijdt door je gevoelens voor je te houden, bewijs je jezelf en anderen geen dienst. Het is een vorm van oneerlijkheid en manipulatie – ook, en misschien juist wel, naar jezelf.
De tussenweg tussen in woede uitbarsten en toegeven, is om – nadat je je gedachten en gevoelens op een rijtje hebt gezet – naar de persoon in kwestie te gaan en te zeggen dat je graag het een en ander met hem/haar uit wilt praten. De eerste keren voelt dit ontzettend onnatuurlijk, je hart klopt waarschijnlijk als een idioot, maar de eerste keren zijn altijd afschrikwekkend en eng.
Kijk de ander in de ogen ( bij een echt gesprek dan) en zeg vanuit je hart en zonder je te verontschuldigen wat je voelt en wel of niet wilt.
De ander kan zich hierdoor ( in z`n ego) bedreigd voelen en meteen in de verdediging schieten of zelfs ruzie zoeken, maar dat is dan niet jouw probleem.
In de meeste situaties echter zul je merken dat de ander openstaat voor wat je te zeggen hebt, met name wanneer je in staat bent om vanuit de ik-persoon te communiceren zonder verwijten.

Als je begint te huilen, laat dat dan zo zijn. En voor boosheid geldt: sta jezelf toe om authentiek te zijn, maar ga niet schreeuwen of schelden. En: kam vooral jezelf ook niet af. Zwak je gevoelens niet af, kleineer ze niet en verontschuldig je er zeker niet voor. Gewoon nooit! Jij hebt namelijk recht op jouw gevoelens, ook al begrijpen anderen ze niet of zijn ze het er niet mee eens! Jouw gevoelens zijn jouw tekenen van diepe waarheden in jezelf. Ze zijn de taal van je ziel en ze willen door jou gehoord en erkend worden.
Daarna kun je naar de ander luisteren. Observeer je instinctieve gevoelens terwijl je luistert, want dat is juist jouw grote kracht als hoog-sensitief persoon. Als je het onbehaaglijke gevoel krijgt dat de ander zich zit in te dekken of oneerlijk tegen je is, stop je dat niet weg, want dan is dat waarschijnlijk ook zo. Wanneer je groeit in assertiviteit kun je meer met deze gevoelens, maar voorlopig merk je alleen op dat je het gevoel krijgt dat de ander oneerlijk, manipulatief of defensief is.

Dit is niet het soort mens met wie je veel tijd zult willen doorbrengen. Het zijn giftige gedragspatronen waarvan alle relaties van die persoon doortrokken zullen zijn. Als de ander jou verwijten maakt, geeft dat altijd aan dat zijn/haar ego bang is voor ontmaskering ( dat geldt andersom natuurlijk ook voor jou als jij verwijten maakt). Met verwijten los je niets op. Giftige relaties zullen je iedere keer naar beneden halen. Denk nooit dat je genoegen moet nemen met een ongezonde relatie – of dat nu met een van je ouders, een collega, je kind, een partner of in vriendschap is – dat hoeft nooit!

Een grens is jouw limiet, die niemand mag overschrijden of schenden. Ik heb bijvoorbeeld grenzen in al mijn relaties die voorschrijven dat de ander ( ook mijn kinderen, ook schoolmoeders, ook medici en topadvocaten, ook kameraden en clienten) rechtuit tegen mij is en mij met respect ( dus zonder verwijten of draaierijen) behandelt. Dat is voor mij een grens waarover niet te onderhandelen valt en als iemand hem schendt en niet respectvol tegen mij is, zal ik proberen de energie tussen ons te zuiveren door mijn gevoelens en grenzen te bespreken. Als hij/zij dan gebrek aan respect blijft tonen, is de relatie ( van welke aard dan ook) voorbij, zonder enig schuldgevoel van mijn kant.

Ik houd nog wel van die persoon, maar omdat hij/zij mijn duidelijke grens niet in acht nam, verbreek ik het contact. Grenzen zijn een noodzakelijk onderdeel van de zorg voor jezelf, net als je haar wassen. Ze zijn gezond, normaal en noodzakelijk. En geloof me, in elke relatie komen problemen en onderhandelingen voor met betrekking tot de grenzen die elk van beiden stelt.
Persoonlijke grenzen kunnen te maken hebben met hoeveel
– lichaamsruimte en afstand tot de ander jij nodig hebt
– tijd jij alleen wilt zijn
– belang jij hecht aan eerlijkheid, betrouwbaarheid en gematigdheid
– belang jij eraan hecht dat jouw persoonlijke eigendommen met rust worden gelaten en niet door anderen worden betreden/aangeraakt
– etc.etc.etc.

Als HSP-er zul je vaak het gevoel hebben dat andere mensen de hele tijd over je grenzen ( willen) gaan. Dat kan heel vermoeiend zijn, daarom is het zo belangrijk de moed en de kracht op te brengen je grenzen te handhaven.
Als je dus “nee” zegt, laat je gezond gedrag zien. Als ze daar boos op reageren, is het misschien nog nooit bij hen opgekomen dat zij zelf ook nee zouden zeggen wanneer er onredelijke aanslagen gepleegd worden op hun tijd, energie en grenzen. En ze zullen in het begin natuurlijk ook verbaasd zijn omdat ze jou nog nooit eerder dit hebben zien doen. Jij, de eeuwig gevende en welwillende helper.

Als je het prettig vindt, kun je erbij zeggen dat het niets persoonlijks is, maar te maken heeft met het handhaven van duidelijke begrenzingen met betrekking tot je bezigheden. Echter: heb NIET het gevoel dat je moet uitleggen WAAROM je nee zegt! Hoe meer je uitlegt waarom, hoe meer handvatten je de ander geeft die hij/zij kan gebruiken om jou ertoe te zetten jouw nee in een ja te veranderen.

Respecteer jouw recht op het zelf indelen van je tijd. Laat je niet door anderen voorschrijven hoe je dat moet doen. Jij hebt bijvoorbeeld het volste recht om nooit telefoontjes aan te nemen ( het is jouw telefoon en jouw abonnement!), om de deur niet open te doen wanneer er wordt aangebeld ( het is jouw huis), en je hoeft je ook zeker niet verplicht te voelen om mailtjes of berichtjes ( helemaal op Facebook, Linkedin of andere sociale media!) binnen een paar dagen te beantwoorden ( het is jouw tijd).
Als iemand jou vraagt om nu alles te laten voor wat het is en hem naar de andere kant van het land te rijden, heb je het recht om nee te zeggen. We moeten impulsieve reddingsneigingen overwinnen , tenzij er natuurlijk sprake is van een noodgeval en je je innerlijk geroepen voelt om te helpen.

Heel wat mensen gebruiken schuldgevoelens ( waar jij van nature al overmatig in uitblinkt) om anderen zo te manipuleren dat ze hun zin krijgen. Ze maken daarbij ook gebruik van vleierij, bijvoorbeeld: “alleen jij kunt me helpen en als je me niet helpt, heeft dat voor mij vreselijke gevolgen”.
Als ubergevoelig mens wil je niet dat iemand lijdt, en daarom laat je je door een ander manipuleren en overheersen. Vervolgens voel je je zwak en gebruikt, maar ook verontwaardigd en boos. En daarbovenop de frustratie omdat je niet goed genoeg voor jezelf hebt gezorgd – voila: een hoop giftige energieen in je hoofd, emoties en lichaam ( verkrampte spieren bv.)

Iedereen heeft dezelfde bron, jij bent niet hun bron. Laat de bron dus maar voor iedereen afzonderlijk zorgen. Vraag jezelf af hoe je nu echt anderen kunt helpen om zelf sterk en zelfredzaam te worden, en oefen hier ook ( vooral) mee dit zelf te leren. Als jij geeft uit schuldgevoel is dat geen echt of zuiver geven, maar bezoedeld met giftige energie.
Grenzen zijn dus een vorm van zelfzorg. Als jij je grenzen handhaaft, wat erop neerkomt dat jij je niet door anderen laat overbelasten, manipuleren, schuldgevoel laat bezorgen of overheersen, staat je innerlijke zelf te juichen en bedankt het je! Je zelfrespect en zelfvertrouwen nemen toe, telkens wanneer je erin slaagt voor jezelf op te komen.

Geplaatst in ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, Gezondheid en welzijn, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ontspanning en kiezen voor jezelf, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | Een reactie plaatsen