Ahriman 1

Het doet vrouwen ernaar verlangen te huilen en te sterven, maar mannen worden er razend door. We hebben het hier uiteraard over het ondergaan van de weinig beschreven en geanalyseerde emotie “schaamte” , en de uitwerking en invloed ervan op de menselijke ziel.

“Voor het eerst van haar leven is dat meisje echt vrij” dacht hij, en schrok van het medegevoel dat hij daarbij ondervond. Hij stelde zich haar voor als een trots wezen; trots op haar kracht, trots op die furie die bezig was haar tot een legende te maken, en die iedereen verhinderde haar te vertellen wat ze doen moest, of wie ze zijn moest, of wat ze had moeten zijn maar niet was..
Ja, ze had zich boven al datgene verheven wat ze niet wenste te horen.
“Is het mogelijk” ,vroeg hij zich af, “dat menselijke wezens juist het edele in zichzelf kunnen ontdekken door in een toestand van verwildering te leven?”

Zij was zijn Nemesis geworden, nadat hij zo lang meedogenloos – toen ze het meest kwetsbaar was in de buik van haar moeder en direct daarna – haar brute Ahriman was geweest en nog steeds was.
Het Beest heeft vele gezichten. Het neemt iedere vorm aan die het verkiest. Hij voelde hoe het zijn buik binnenkroop en begon te eten.
Dit meisje en haar moeder vertoonden het gedrag van vrouwen die al ver genoeg zijn gegaan, te ver zelfs;
vrouwen die niet langer in grenzen geloven en in wat daar wellicht achter zou kunnen liggen.
En zulke geduchte vrouwspersonen doen nooit minder dan ze van plan zijn.

“Ik heb vanachter de coulissen toegekeken, aangezien ik niet wist welke rol ik moest spelen” dacht hij mild oordelend over zichzelf. Menselijke wezens bezitten er nu eenmaal een opmerkelijk talent voor zichzelf wijs te maken dat hun eigen bedoelingen oprecht en edel waren, wanneer die in feite opportunistisch en minderwaardig zijn.
Waartoe zijn menselijke wezens het sterkst geneigd wanneer ze zich geconfronteerd zien met duisternis, met gevaar, met het onbekende, of in zijn geval: het onmetelijke verdriet in haar ogen?
Tot wegrennen; de ogen afwenden en vluchten; net doen alsof de dreiging niet met zevenmijlslaarzen op hen af komt springen.
Tot willens en wetens de ogen sluiten, die onverwoestbare dwaasheid waarmee we alles uit ons bewustzijn schrappen dat het bewustzijn niet verdragen kan.
Hij had zich willens en wetens van zijn dochter afgewend na haar vermoord te hebben; hij was nog moedwilliger in zijn blindheid dan een struisvogel.

Nu de jaren verstreken bleek zij – niettegenstaande de uiterlijke schijn – echter een van die bovennatuurlijke wezens te zijn, een van die engelen der wrake; hoezeer hij ook, zelfs nu nog, trachtte om een beetje zelfgenoegzaam te verzuchten dat het maar goed is dat het slechts verzinsels zijn.
Want diep in z`n hart wist hij donders goed dat alleen al de mogelijkheid dat zulke wezens zouden kunnen bestaan de wetten waarnaar hij leefde en zijn begrip van de wereld om hem heen volkomen omver zou werpen.
“Beter de ogen stijf dicht houden en afwachten”, dacht hij opnieuw.

Ik zeg: in de beschaafde samenleving is geen plaats voor monsters. Als zulke schepsels al op aarde rondzwerven, dan doen ze dat op de uiterste rand daarvan, naar de marge verwezen door tradities van opvoeding en ongeloof…
Hij had haar dus op de brandstapel gesmeten, reeds lang voor haar geboorte.
En opnieuw stak hij die brandstapel aan: die brandstapel waarop mannen al datgene plegen te verbranden wat hen omtrent henzelf of het verleden bedrukt. Het was hem nog steeds niet gelukt uit zijn cocon van liederlijkheid te kruipen, iets wat hij niet kon verkroppen. “Separatisme is het geloof dat je goed genoeg bent om aan de klauwen van de hel te ontsnappen” placht hij zichzelf voor te houden. Maar geen enkele ontsnapping is ooit definitief.

Mensen die hun verleden verloochenen, verliezen het vermogen dat verleden als werkelijkheid te beschouwen. Als je iets onderdrukt, onderdruk je tevens de omgeving ervan. Maar uiteindelijk komt het onder je ogen onherroepelijk tot een uitbarsting.
Terwijl sommige vrouwen tot waanzinnig gedrag vervallen nadat zulke gruweldaden jegens hen zijn begaan, raakte zij meer en meer bedaard en vertrouwde op haar gezonde verstand, wat haar tot een machtig, en naderhand tot een gevaarlijk menselijk wezen maakte.

Dat wat thans gebeurde, gebeurde omdat 52 maanden van liefdeloze vernedering , walging, ontkenning en het genegeerd-worden simpelweg hun tol eisen; en omdat er altijd een punt is waarop de emmer overloopt, ook al kan niet met zekerheid worden vastgesteld wat de laatste druppel is geweest. De liefde van sommige vrouwspersonen is niet blind..
Het enige dat zeker lijkt, is dat zij, al zo lang opgezadeld met de wetenschap een soort van verkeerd uitgevallen wonder voor hem te zijn, alsmede de vleesgeworden schaamte van zijn liederlijke en laffe familie, in de doolhoven van haar onderbewustzijn een verborgen pad heeft ontdekt dat de schakel vormt tussen schaamte, verdriet en gewelddadigheid. En al even verbaasd als de anderen is over de kracht van hetgeen hier ontketend is.

Wanneer je mensen maar lang genoeg vernedert, zal er op een gegeven ogenblik een wilde furie uit ze losbarsten. Als ze dan naderhand de ravage van hun razernij in ogenschouw nemen, zien ze er niet-begrijpend, alleen maar jong uit.

Weet je wat een heilige is? Een heilige is iemand die lijdt in onze plaats….

sarah lisa engelssarah lisa engels2sarah lisa3sarah lisa4

Geplaatst in ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang | Een reactie plaatsen

Voor prinses Chloe Sarai , m`n allereerste engeltje, 19-09-1996

Allerliefste wonder,

m`n hart wordt verscheurd door jouw vertrek, maar wat ben ik trots op jou en blij voor jou: ik wens je toe
dat je nieuwe leven en toekomst in de Verenigde Staten jou alles en nog veel meer zal schenken dan je ooit had durven dromen!
Je zult nooit een seconde uit m`n gedachten zijn, volmaakte schat!

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Nemesis en Ahriman 1

Het doet vrouwen ernaar verlangen te huilen en te sterven, maar mannen worden er razend door. We hebben het hier uiteraard over het ondergaan van de weinig beschreven en geanalyseerde emotie “schaamte” , en de uitwerking en invloed ervan op de menselijke ziel.

“Voor het eerst van haar leven is dat meisje echt vrij” dacht hij, en schrok van het medegevoel dat hij daarbij ondervond. Hij stelde zich haar voor als een trots wezen; trots op haar kracht, trots op die furie die bezig was haar tot een legende te maken, en die iedereen verhinderde haar te vertellen wat ze doen moest, of wie ze zijn moest, of wat ze had moeten zijn maar niet was..
Ja, ze had zich boven al datgene verheven wat ze niet wenste te horen.
“Is het mogelijk” ,vroeg hij zich af, “dat menselijke wezens juist het edele in zichzelf kunnen ontdekken door in een toestand van verwildering te leven?”

Zij was zijn Nemesis geworden, nadat hij zo lang meedogenloos – toen ze het meest kwetsbaar was in de buik van haar moeder en direct daarna – haar brute Ahriman was geweest en nog steeds was.
Het Beest heeft vele gezichten. Het neemt iedere vorm aan die het verkiest. Hij voelde hoe het zijn buik binnenkroop en begon te eten.
Dit meisje en haar moeder vertoonden het gedrag van vrouwen die al ver genoeg zijn gegaan, te ver zelfs;
vrouwen die niet langer in grenzen geloven en in wat daar wellicht achter zou kunnen liggen.
En zulke geduchte vrouwspersonen doen nooit minder dan ze van plan zijn.

“Ik heb vanachter de coulissen toegekeken, aangezien ik niet wist welke rol ik moest spelen” dacht hij mild oordelend over zichzelf. Menselijke wezens bezitten er nu eenmaal een opmerkelijk talent voor zichzelf wijs te maken dat hun eigen bedoelingen oprecht en edel waren, wanneer die in feite opportunistisch en minderwaardig zijn.
Waartoe zijn menselijke wezens het sterkst geneigd wanneer ze zich geconfronteerd zien met duisternis, met gevaar, met het onbekende, of in zijn geval: het onmetelijke verdriet in haar ogen?
Tot wegrennen; de ogen afwenden en vluchten; net doen alsof de dreiging niet met zevenmijlslaarzen op hen af komt springen.
Tot willens en wetens de ogen sluiten, die onverwoestbare dwaasheid waarmee we alles uit ons bewustzijn schrappen dat het bewustzijn niet verdragen kan.
Hij had zich willens en wetens van zijn dochter afgewend na haar vermoord te hebben; hij was nog moedwilliger in zijn blindheid dan een struisvogel.

Nu de jaren verstreken bleek zij – niettegenstaande de uiterlijke schijn – echter een van die bovennatuurlijke wezens te zijn, een van die engelen der wrake; hoezeer hij ook, zelfs nu nog, trachtte om een beetje zelfgenoegzaam te verzuchten dat het maar goed is dat het slechts verzinsels zijn.
Want diep in z`n hart wist hij donders goed dat alleen al de mogelijkheid dat zulke wezens zouden kunnen bestaan de wetten waarnaar hij leefde en zijn begrip van de wereld om hem heen volkomen omver zou werpen.
“Beter de ogen stijf dicht houden en afwachten”, dacht hij opnieuw.

Ik zeg: in de beschaafde samenleving is geen plaats voor monsters. Als zulke schepsels al op aarde rondzwerven, dan doen ze dat op de uiterste rand daarvan, naar de marge verwezen door tradities van opvoeding en ongeloof…
Hij had haar dus op de brandstapel gesmeten, reeds lang voor haar geboorte.
En opnieuw stak hij die brandstapel aan: die brandstapel waarop mannen al datgene plegen te verbranden wat hen omtrent henzelf of het verleden bedrukt. Het was hem nog steeds niet gelukt uit zijn cocon van liederlijkheid te kruipen, iets wat hij niet kon verkroppen. “Separatisme is het geloof dat je goed genoeg bent om aan de klauwen van de hel te ontsnappen” placht hij zichzelf voor te houden. Maar geen enkele ontsnapping is ooit definitief.

Mensen die hun verleden verloochenen, verliezen het vermogen dat verleden als werkelijkheid te beschouwen. Als je iets onderdrukt, onderdruk je tevens de omgeving ervan. Maar uiteindelijk komt het onder je ogen onherroepelijk tot een uitbarsting.
Terwijl sommige vrouwen tot waanzinnig gedrag vervallen nadat zulke gruweldaden jegens hen zijn begaan, raakte zij meer en meer bedaard en vertrouwde op haar gezonde verstand, wat haar tot een machtig, en naderhand tot een gevaarlijk menselijk wezen maakte.

Dat wat thans gebeurde, gebeurde omdat 52 maanden van liefdeloze vernedering , walging, ontkenning en het genegeerd-worden simpelweg hun tol eisen; en omdat er altijd een punt is waarop de emmer overloopt, ook al kan niet met zekerheid worden vastgesteld wat de laatste druppel is geweest. De liefde van sommige vrouwspersonen is niet blind..
Het enige dat zeker lijkt, is dat zij, al zo lang opgezadeld met de wetenschap een soort van verkeerd uitgevallen wonder voor hem te zijn, alsmede de vleesgeworden schaamte van zijn liederlijke familie, in de doolhoven van haar onderbewustzijn een verborgen pad heeft ontdekt dat de schakel vormt tussen schaamte, verdriet en gewelddadigheid. En al even verbaasd als de anderen is over de kracht van hetgeen hier ontketend is.

Wanneer je mensen maar lang genoeg vernedert, zal er op een gegeven ogenblik een wilde furie uit ze losbarsten. Als ze dan naderhand de ravage van hun razernij in ogenschouw nemen, zien ze er niet-begrijpend, alleen maar jong uit.

Zou Ahriman weten wat een heilige is? Een heilige is iemand die lijdt in onze plaats…

sarah lisa engelssarah lisa engels2sarah lisa3sarah lisa4

Geplaatst in de tragedie van ware liefde, ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Gezondheid en welzijn, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | Een reactie plaatsen

Verlangend naar de plons van een steen

I could have warned you, but you were young –
and I speak with a barbarous tongue
Has no one told you those daring eyes should be more learned?
My hand had strength to unbind what none can understand,
what none can have and thrive

Now as at all times I can see in the mind`s eye,
no government appointed me
And when I see the cold heaven, there my imagination and heart are driven
So wild that every casual thought of this and that vanished, and only left memories
With the hot blood of youth, or love that crossed long ago
And I took all the blame out of all sense and reason, until I cried and trembled,
riddled with light……..

Out naked on the roads, and stricken by the injustice of the skies for punishment
I made my song a coat out of old mythologies; but the fools caught it, wore it in the world`s eyes as though they`d wrought it. Let them fucking take it, for there`s more enterprise in walking naked..

It`s plain that the bible means that king Solomon grew wise while talking to his queens
The living men that I hate, the dead men that I love; sleep driven from my bed by tenderness and care.. He is foremost of those that I would hear praised – I will talk no more of books or my long war, but walk by the dry thorn until I have found some beggar sheltering from the wind, and there manage the talk until his name comes `round.
If there `ll be rags enough I will know his name; though I `ve had young men`s praise and old men`s blame

But since I laid my hand there on and found a heart of stone,
I have attempted many things and not a thing is done
For my hand is lunatic that it travels on the moon..
Like a mermaid who found a swimming boy and picked him for her own,
I pressed my body to his body, laughed, and plunging down I forgot in
my cruel happiness that even lovers drown
Then suddenly my heart was wrung by his distracted air, and I remembered wildness lost
Imagining, moon-accursed, that another mouthful and his beating heart would burst
And for that reason I am crazed, and my sleep is gone – for my arms are like a twisted thorn

Laughter , not time, destroyed his voice and put a crack in it
For that is natural to a man that lives in memory;
being all alone I`d nurse a stone..
Never to have lived is best, the ancient writers say: never to have drawn the breath of life,
never to have looked into the eye of day..
The second-best is a long dark night, and a quickly turn away
An old ghost`s thoughts are lightning – because to follow is to die
I sing what was lost and I dread what was won

Het stormde hard – de dag dat ik besloot later vrij te zijn.
Gevangen in eenzaamheid; je weet wel hoe dat afliep.
Maar waar is de storm, waar is de bliksem?
Wat ik achterliet, was een huis vol met leegte. Waar ik nooit thuiskwam, maar
op bezoek bij een vreemde..

Ik lijk op een rimpelloos meer dat verlangend is naar de plons van een steen..
Ik wacht al heel lang op het wijken van het kalme blauw,
en verstop m`n geheimen in het ruisende water
Ik wacht smachtend op onweer, op het knallen van de donder, op de plons van een steen.

Liefde is niet moeilijk; het is een stuk moeilijker om vasthoudend te zijn – om je lot te zien wanneer het dondert en bliksemt,
en de regen je laatste restje zelfrespect heeft weggespoeld, om je alleen-zijn te aanvaarden.
Leven is, op z`n best, koorddansen: een wankel evenwicht tussen losheid en vasthoudendheid.
Een vasthoudendheid die te maken heeft met toewijding.
Elk doel is pas de moeite waard als het helemaal, uit jezelf, “eigen” is gemaakt.
De hemel heeft alleen iets aan sterke schouders.

Bewust worden voert weg van onschuld.
Ik kan mijn ogen niet meer sluiten voor de bruggen die ik verbrand heb,
voor m`n eigen doden.
Hoe verder ik geworteld raak in dit leven, hoe meer ik die paradox accepteer:wat is, is ook niet – wat niet kan, gebeurt toch.
Het kind in mij is nooit weg geweest; ik kon haar enkel een tijd niet zien..

Geplaatst in de tragedie van ware liefde, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Gezondheid en welzijn, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ratio versus emotie, rebellie versus volgzaamheid, samenhang, zelfveroordeling en -vergeving | Een reactie plaatsen

Sensus irrealis

Waar het gevaar is, daar groeit ook het reddende ( las ik eens ,vrij vertaald, bij de dichter Holderlin).
Het reddende – dat is precies het open laten, het betwijfelen, het over de rand gaan. Mijn verantwoordelijkheid bestaat eruit dat ik alles onderzoek, met inbegrip van mijn eigen aannames en drijfveren. Want als redding ergens begint, dan in de beweging naar binnen. Met scepsis doel ik dan ook op een beschouwelijk soort scepsis die haar oorsprong heeft in een nooit wijkend besef van de beperktheid van het menselijk weten en kennen.

Geloof staat voor mij niet voor het aanhangen van een overtuiging, maar voor het in stand houden van een bepaalde geesteshouding of geestestoestand. Ik heradem zodra ik in het opene en onbekende kom, in het nog niet gewetene. Alsof ik pas daar werkelijk tot leven kom en een thuis vind, alsof ik mij bij alle onthandheid mij juist hier gedragen weet en voel. In de leegte kun je geborgenheid vinden door contemplatie, die niet gericht is op een bepaalde godsvoorstelling, maar juist uit die leegte een volheid van zin verwacht. Mijn land is niemandsland, ik voel mij overal thuis maar ook nergens. Ik hoop slechts dat ik gerekend kan worden tot de beminden.

Mijn wet vertelt mij te leven vanuit passie en vanuit compassie – niets meer en niets minder. Voor mij is er namelijk maar een uitweg uit het monster dat ik ( net als iedereen) diep vanbinnen met mij mee-tors: namelijk bij mijzelf te rade gaan en al datgene probeer af te leggen waarvoor ik meen een ander pijn te moeten doen, me te moeten wreken, een ander moet vernietigen. Want naar mijn mening maakt ieder atoompje haat dat je aan de wereld toevoegt, haar nog onherbergzamer dan ze al is. Haat, versteende haat, kan een vreemdsoortig uitgevallen wonder (ikzelf) in een ( letterlijke) invalide doen veranderen…

Reeds mijn gehele leven word ik – en ik verkeer daarbij gelukkig in gezelschap van Grote Geesten – door een besef van onwerkelijkheid geplaagd en omringd. Ik voelde me vroeger een speelbal van de catastrofen of willekeur des universums, zag me omringd door wezens even kortstondig en ondoorgrondelijk als ikzelf, allen opgewonden jacht makend op hersenschimmen, en had en heb nog steeds vaak het vreemde gevoel in een droom te verkeren ( lees gerust Hume of Berkeley of Virginia Woolf of Arthur Rimbaud: ik zweer dat je veel van datzelfde gevoel zult aantreffen bij hen).
Ik ben tot in mijn kleinste vezeltjes doordrongen van de absurditeit van het bestaan, van de vreemdheid ervan – een vreemdheid die zich uitstrekt tot in mijn binnenste, de plek waar ik verondersteld wordt een “ik”aan te treffen dat mij en niemand anders toebehoort. Ik zie allesbehalve zo`n “ik”, zo`n kern, zo`n pit.. De wereld binnen mij is precies even raadselachtig als de wereld buiten mij. Ik leef in een droom en het lukt mij maar niet om daaruit te ontwaken. Hoe hard ik ook aanbeuk tegen de muren van de taal of van de “werkelijkheid”.

Hoe dan ook: ik weet dat ik ten diepste afhankelijk ben van iets wat ik niet beheers, wat voornamelijk mij beheerst, al kan ik amper doorgronden hoe en in welke mate. Dit onwerkelijkheidsbesef berooft mij ook van de mogelijkheid om werkelijk te geloven in verklaringen, van welke origine dan ook. Noem het een soort Kantiaanse vertwijfeling.
Voor mij is het gehele bestaan een taal, mythe, geste, ritueel. Een taal waarin niet de vraag naar waarheid voorop staat, maar de poging tot betekenisgeving, expressie van het intellect en het hart en het gemoed. Eerder vergelijkbaar dus met poezie dan met wetenschap, hoewel ik – wanneer wetenschap begrepen en gewaardeerd wordt als poezie – helemaal niet bang ben voor de uitkomsten van de wetenschap, maar mij daarmee juist voed en nieuw materiaal voor expressie vind.

Het leven moet voor mij diepte hebben – niet de diepte van “weten”of “waarheid” , maar de diepte van de schaduw, van de complexiteit.Een spelend ( en nog onbedorven) kind doet het je ongeweten en onbewust zo voor…

DIERENTUIN 15.6.2014 030

DIERENTUIN 15.6.2014 027

DIERENTUIN 15.6.2014 026DIERENTUIN 15.6.2014 030

DIERENTUIN 15.6.2014 026DIERENTUIN 15.6.2014 030

DIERENTUIN 15.6.2014 032

Geplaatst in ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, Geen categorie, Gezondheid en welzijn, Levensbeschouwing, matters of the heart, samenhang | Een reactie plaatsen

Aldoor vragend zal ik aankomen: Deel 2

Al door het zeggen van een woord deelt men, scheidt men en schendt het alomvattende dat men niet kent.. Datgene wat ik niet uitspreken kan maar toch uitspreken moet..
Ik kan alleen maar slagen als ik ook faal – dat is de paradox – als ik mijn menselijke zucht naar controle prijsgeef. Een gelatenheid die interessant is omdat hij zich niet laat vangen met woorden. Juist mijn besef van niet-weten maakt dat ik mijzelf allerminst bijzonder vind.
Ik bespeur bij mezelf een bepaald soort melancholie; en een angst voor sluitende taal: al die taal die het beschrijven, verklaren, rubriceren, verbeelden ten dienste stelt aan een objectief geheten orde en aan die orde haar autoriteit ontleent.

Sluitende taal zal (in mijn opvatting) vroeg of laat leiden tot allerlei vormen van lijden, uiteenlopend van stigmatisatie, buitensluiting, verkettering – en erger. Ik weet immers waarover ik spreek..
Het verlangen naar solide (en dus buitensluitende) taal, solide betekenaars, solide identiteiten kan catastrofale gevolgen hebben, niet alleen voor de eigen psyche maar ook voor de kwaliteit van het samenleven.

Open taal daarentegen is al die taal waarin een stil geschreeuw hoorbaar blijft, een verwarde of woeste of serene of vrolijke wanhoop vanwege een verlangen naar precisie – dat hopelozer wordt naarmate het zichzelf beter weet te vervullen.
Open taal wil zich bewust zijn van de oneindige complexiteit der dingen, hun wederzijdse afhankelijkheid en bepaaldheid, een gegeven dat elke ordening uiteindelijk simplistisch en illusoir maakt. Mijn taal is ook daarom een met zichzelf verlegen taal, dan weer bron van plezier, dan weer bron van walging. Verrukking en doodsangst ineen, liefde voor woordkunst strijdend met stiltehonger – gekenmerkt door zowel eros als door thanatos, door verrukking en verlorenheid..

Scepsis en overgave, die twee kunnen ontspringen aan dezelfde bron, twee strengen zijn uit dezelfde wortel. Ik ben als het ware een serene wanhopige (voor de goed verstaander).
Ik heb mij in vele levensbeschouwingen verdiept, maar ben nu eenmaal niet met een innerlijk toegerust dat mij in staat stelt om voor deze of gene beschouwing een keuze te maken. Van oudsher is er heel diep in mijzelf iets wat zich tegen zo`n keuze voor het een (en daarmee tegen het ander) verzet.

Ik heb eerder geschreven wat voor mij geloof betekent: een bepaalde toestand van de geest ( waar overigens ook mijn wil soms bij betrokken is), en wel een toestand van voortdurend energiek openstaan voor de dingen, van onophoudelijk vragen stellen, het steeds weer en op ieder onverwacht moment de wereld en mijn medemens te “ervaren”. Mijn diepste spirituele verlangen kan dus expliciet uitgedrukt worden als een verlangen naar openheid.
Ook in mijn schrijfsels zal dit te merken zijn: aan de veelvuldig gebruikte aanhalingstekens bijvoorbeeld.

Die tekens wijzen op de onhandigheid van de gekozen termen, hun onbedoelde importantie, hun schrikwekkende gebrek aan precisie. Die aanhalingstekens manen om de betreffende termen niet te verabsoluteren, want zij danken hun zin niet alleen aan het gezegde, maar eveneens aan het ongezegde. Preciezer: aan al datgene wat zij versluieren, verzwijgen, negeren. Die aanhalingstekens zijn dus een uiterst belangrijke subtekst.

Wanneer ik het woord “ervaring” hanteer, ligt daarin heel mijn geloof samengebald, mijn geloof in openheid als een geestestoestand die zich nooit zal neerleggen bij de status quo der dingen, maar zicht wil krijgen op het onmetelijke veld van mogelijkheden daarachter.
Ik ben een overtuigd hoper, ik geloof in de hoop.. Als ik desondanks aanhalingstekens plaats wanneer ik het heb over mijn ervaringen, dan uit wakkere scepsis. Die tekens zeggen: hoed je voor naiviteit, hoed je voor leeg optimisme. Maak van het ervaren niet de volgende idee-fixe, doe niet alsof er een ervaren bestaat waarin de gegeven wereld verdwijnt en waarin alle stollingen voor eens en voor altijd zullen oplossen ofzo..

De openheid voor het nieuwe kan dus nooit los gedacht worden van al het gegevene dat het ervaren van dit nieuwe eerst mogelijk maakt. Daarom: blijf je bewust van de onoplosbare tragiek van het leven (zeg ik tegen mezelf, niet tegen jullie), maak van het ervaren niet de zoveelste verlossingsleer.

Ziehier de betekenis van mijn aanhalingstekens. Hun functie is het ervaren buiten de gevarenzone van sluitende taal te houden. Het zijn geen tekens van ironie, het zijn tekens van koele hartstocht, koele vertwijfeling. Alstjeblieft, fluisteren ze, als je spreekt, als je schrijft, wees op je hoede voor klare taal, wantrouw begrippen, wees voorzichtig met indelingen. Gebruik gedachtestreepjes, en koester de halve woorden….

Geplaatst in ETHIEK!, fantasie en zogenaamde "realiteit"., filosofie, karaktertrekjes, Levensbeschouwing, matters of the heart, ratio versus emotie, samenhang | 1 reactie

Het “ik ” is een fictie waarvan wij hooguit de medescheppers kunnen zijn.. Deel 1.

Misschien moeten we ons “ik” leren zien en accepteren als raadsel. Misschien ligt daarin zelfs een deel van onze bestemming..
Ik ken mijn leven lang al een verlangen naar openheid; dit verlangen gaat samen met een merkwaardig soort twijfel, meestal opgeroepen door ingrijpende ervaringen en uitmondend in de vaststelling dat ik mijn eigen “ik”nooit ten volle zal kunnen ( of hoeven) kennen; meer nog, dat de zin van het leven er juist deels in bestaat bovenstaande ontdekking te doen.

Bevreemding… daar hoef je geen dichter voor te zijn. Iedereen die aan de rand komt en niet wegkijkt, weet wat het betekent wanneer het leven al zijn vanzelfsprekendheid verliest.
Slaan ingrijpende gebeurtenissen je werkelijk uit het lood, dan merk je dat je verandert en aanmerkelijk minder stellig wordt in je uitspraken en opinies. Dat je zelfs een afkeer krijgt aan een bepaald soort ( dogmatische) stelligheid: die van jezelf in de eerste plaats.

Die openheid waar ik het net over had, of het verlangen daarnaar, laat zich verbinden met ruimdenkendheid en vrijheid, openhartigheid en spontaniteit, nieuwsgierigheid en experimenteerlust, creativiteit en originaliteit, zinnelijkheid en lichamelijkheid, vrijzinnigheid, eerlijkheid en integriteit, democratie van meningsuiting, dialoog en ontvankelijkheid voor kritiek, met transparant handelen en verantwoording afleggen, dicipline, diversiteit, waardepluralisme, mededogen en barmhartigheid, aandacht en begrip, kwetsbaarheid en geraakt durven worden.

Ik bespeur in mezelf een grote mate van niet-weten, waarvan de belangrijkste kenmerken zijn: verwondering over de veelvormigheid van het bestaan, nieuwsgierigheid naar wat zich afspeelt aan de randen van het weten (bijvoorbeeld in het zwijgen, in de stilte), het aandurven van onzekerheid en toelaten van twijfel, behoedzaamheid bij het uitdragen van een levensovertuiging, voorzichtigheid bij het articuleren van een levensbeschouwelijke identiteit, bevreemding over de automatismen van het bewustzijn, leidend tot regelmatig optredende haperingen bij het gebruik van de eerste persoon enkelvoud.

Niet-weten begint niet daar waar de twijfels het winnen van de zekerheden; dat is een onzinnige optelsom, eentje bovendien die meewerkt aan een vals soort zekerheid..
Niet-weten begint daar waar de verwondering over het bestaan zich nestelt in de perceptie van het eigen bestaan. de psycholoog Han de Wit had het eens over het begrip “fundamentele menselijkheid”.
Met dit begrip doelt hij op een basale kracht die gegeven is met ons mens-zijn, op een altruisme dat de onbevangenheid van het kind paart aan de bezonnenheid van de volwassene.

Ik ben hokjesschuw. Religie, literatuur en kunst zie ik het liefst als een wet tegen afbakeningen. En zodra je van een hokjesschuwe verwacht een identiteitsformule over zichzelf uit te spreken, gaat er iets dood in hem/haar. Ik kwam na lange omzwervingen thuis bij mensen die net als ik liever geen vast thuis (qua religie/spirualiteit/levensbeschouwing) hebben: een mondiale familie die geen familie wil zijn maar het toch op een bepaalde manier is. Dit heeft mij in staat gesteld om – wanneer nodig – ongewone en moedige keuzes te maken.

Deze houding brengt echter ook met zich mee dat ik m`n geloofsidentiteit bij voorkeur onbenoemd laat. Ik laat liever in het midden wie en wat ik precies ben en belijd. Want juist op het vlak van religie en spirualiteit stel ik de vraag naar het ik; beschouw me als een geestverwant van Socrates en Wittgenstein in dat opzicht. Ik ken gelukkig meer van dit soort “mensen zonder eigenschappen”: wat deze mensen met elkaar gemeen hebben is een filosofisch soort scepsis die begint met de ontdekking dat ieder mens een gevangene is van zijn bewustzijn, van de vele blinde reflexen ervan.
“Ik ben x en ik geloof in y” : niet-weters kunnen maar moeilijk wennen aan het “ik” in deze formulering. Ze geloven bij wijze van spreken tegen de klippen op en tegen alle evidenties in, ze geloven alleen niet in hun ik. Anders gezegd: ze hebben moeite samen te vallen met hun rol.
Zoals Cees Nooteboom al zei: “ik had duizenden levens en nam er maar een”. Dit idee van ongerijmdheid en toevalligheid vergezelt hen onophoudelijk.

Ik tracht mijzelf op een andere manier te begrijpen; met een voorkeur voor wat mij innerlijk verrijkt, zelfs als het moreel of intellectueel verboden is, voel ik mij als een stap die naar alle kanten vrij is.
Ik wil leven in overeenstemming met mijn diepere zelf; maar ik weet ook dat zodra dit gebeurt, ik niet meer zo goed kan zeggen wat er dan gebeurt. En wie ik op dat moment ben. Want hier eindigt het bekende. Het gaat mij om een innerlijke transformatie, een innerlijk proces dat erom vraagt mijn zekerheden los te laten – met inbegrip van mijn geloofszekerheden. Ik ben dus iemand wiens religieuze gedrag wordt bepaald door een allesdoordringend en doordesemd besef van niet-weten, een besef zo sterk dat het zich ook uitdrukt in mijn aarzeling een identiteit uit te dragen. Want daarmee zou ik verraad plegen aan mijn eigenheid, mijn identiteit.

Geloven begon voor mij denk ik pas toen mij duidelijk werd dat er geen god is om je op te beroepen of om je aan vast te klampen.

Geplaatst in filosofie, Geen categorie, Levensbeschouwing, matters of the heart, ontspanning en kiezen voor jezelf, samenhang | Een reactie plaatsen